Wonderdokteurs, wel jongen, Burgrave (Deburgrave), dat was een. Dat was een geestelijke die zijn kap over de haag had gesmeten en dat was een dokteur.
’t Is beter een veugel in de hand als twee op d’haeghe.
Wat baat de keerse en bril, als den uyl nie zien en wil.
Tsjenoavens vor ê boer zyn huus zat ‘r ê joenge maarte …
Ze stopte koussen, lapte kleërs, of speelde olleëne koarte.
Dat was ê dink van vijftien jaar,
– ze noemde Roözemie! –
Nu mezen en robaers hen honger, koud en durst
Ze kommen ieder dag en pekken e bitje vet
Weet je hoe de spiegel ontdekt werd? Luister! Ik heb het vernomen van een oud, oud paterke die er voorzeker niet zou om liegen!
Een moordpoging gepleegd door een 20-jarige jongeling op een herbergierster uit de Pottestraat heeft hier zaterdagnamiddag de bewoners van deze wijk in opschudding gebracht.