Jan van Dadizele zwaait de scepter over de twaalf burggraafschappen, zo veel wordt duidelijk als […]
De Westhoek en Dixmude zijn in de jonge jaren van het graafschap van Vlaanderen heel […]
Anno 1502 wordt er in de avondlijke lucht boven de streek van Ieper een klomp […]
Volgens een geacht boekwerk bestond het bisdom van Terwaan omtrent het jaar 774 reeds uit 800 parochies, verdeeld in 25 dekenijen. Men mag veronderstellen dat Reningelst onder de parochies van deze tijd begrepen was
Vlaanderen was aan het einde van de 9de eeuw tot het einde van de 18de eeuw een graafschap, waarvan het grondgebied thans gedeeltelijk tot België, Nederland en Frankrijk behoort. Het was verdeeld in ‘Kroonvlaanderen’, en ‘Rijksvlaanderen’. Eerstgenoemde omvatte ‘Vlaams-Vlaanderen’ en ‘Waals-Vlaanderen’.
De heerlijkheid Zandberge, te Reningelst, was een leengoed afhankelijk van de heerlijkheid en het leenhof Oosthove te Wervik. Oosthove zelf was een leengoed gehouden van de heerlijkheid Nevele, gezeid het Ronsevaalse, die rechtstreeks afhing van het grafelijk leenhof ‘de Oudburg’ te Gent.
Deze heerlijkheid behoorde toe aan het stamhuis van Bergen St.-Winoc, dragende de titel van Prins. Te beginnen van 1445 de leden de eretitel van heer van Olhain, een naam die we in het geslacht van Thierry van Dixmude ontmoeten. Charles Bernard, graaf van Belle trouwde in 1706 met Catherine Dubois, gezegd de Fiennes.
Romme had geen rijkdom gekend. Ze was haar hele leven lang meid geweest op de Heerlijkheid en had er al het wel en wee meegemaakt. Van haar schamele ouders had ze niets meegekregen, behalve gezond verstand en een gouden hart.
Douvie. De heerlijkheid van Douvie had voor eerste bezitters de stam van ‘de le Douve’ van wie Sanderus afkomt met de naam van ‘Diederik’ die al in 1202 in de geschriften van Ieper geboekt staat.
Het ontstaan van Roeselare gaat in de nevelen van de tijden verloren.
Er waren zes heerlijkheden in Watou. Onder de regering van Oostenrijk is er een zevende bijgekomen. Ze waren afhankelijk van andere heerlijkheden.
De administratieve zaken van de heerlijkheid werden beheerd door de schepenen van de parochie onder voorzitterschap van de baljuw. De heer van Vlamertinge bezat hoger, middelbaar en lager gerecht. De terechtstellingsplaats was het ‘Galgheveldt’. Hij bezat het recht om bomen te planten langs de baan van Ieper naar Poperinge, op het grondgebied van deze heerlijkheid. Dit recht werd bevestigd door een akte van algemene bekendheid, afgeleverd door de magistraat van de parochie.
Wat er ook van zij; in 1434 behoorde heerlijkheid van Elverdinge-Vlamertinge goed en wel aan Filips de Goede, graaf van Vlaanderen. In mei 1435 schonk hij het gebied aan zijn onwettige zoon Cornelius van Bourgondië voor de duur van zijn leven.
Anno 13 januari 1285: Jan Li Noir, baljuw van Veurne, Lambert van Staden en Halin le Reke worden door de graaf van Vlaanderen aangesteld om een onderzoek in te stellen naar verscheidene geschillen die ontstaan zijn tussen ridder Jan van Spierre en het hospitaal van Elverdinge. In de archieven van de kasselrij Veurne zien we dat deze geschillen nog niet opgelost waren in 1507.
Heerlijkheden – lenen Heel het leenroerig tijdvak berustte vooral op grondgebied en onderworpenheid van bepaalde personen tegenover hun meesters van wie ze de grond in leen kregen. De grote leenheer was de koning van Frankrijk. De graaf van Vlaanderen was zijn leenman. Hij verdeelde zijn grondbezit in heerlijkheden die op hun beurt in nog kleinere lenen verdeeld werden. Deze verdeling werd beschouwd als een soort beloning voor bewezen diensten.
Maar; het was jammer van het huis des Heren. Ja! Zeer jammer. Deze kerk was op die vreselijke dag ’s morgen nog de schoonste en de grootste van Veurnambacht. Bij het vallen van de avond was ze nog een rokende hoop as.
Halverwege tussen de ‘platse’ van Geluveld en wijk ‘De Nachtegaal’ op Werviks grondgebied, ligt langs de drukke Menenstraat het gehucht Kruiseke. De rotonde vormt de kruising van deze rijksweg met de Wervikstraat (gewestweg).
De zoektocht naar sporen van de tempeliersorde in de Westhoek is dan ook een heen-en-weer expeditie tussen waarheid en fictie. Maar precies dat mystieke verleden maakt deze zoektocht zo boeiend.
Dat was meer dan genoeg voor de mannen van leen om met de zaak korte metten te maken. Weldra zagen de mensen voor de Halle de griffier ’ten breteske’ verschijnen en het vonnis werd bekend gemaakt dat Hendrik Beun levend aan een staak zou moeten verbrand worden en dat zijn lichaam door het vuur zou moeten worden teruggebracht tot pulver en as.
De heerlijkheid Wervik was een groot leen, rechtstreeks gehouden van het kasteel van Kortrijk en burchtgenoot in dit kasteel. Wellicht behoorde deze heerlijkheid vóór 1312 tot de Zaal van Rijsel. De oppervlakte van de volledige heerlijkheid bedroeg ongeveer 325 bunders. Omstreeks 1540 zullen in dit gebied wel een goede duizend mensen gewoond hebben. Ze lag aan beide zijden van de Leie, maar meer dan twee derde aan de zuidzijde. Ze vormde een mooi, ononderbroken geheel : op het huidig Belgisch grondgebied ongeveer van aan het St-Maartensplein (vroeger het ‘kerkhof’) aan de oostzijde, tot aan de grens met Komen aan de westzijde en ten zuiden van de huidige spoorweglijn; aan de overkant van de Leie was de heerlijkheid aan de oostkant door Bosbeke begrensd en strekte zich west uit tot nabij de huidige grens met KomenFrankrijk.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?