23 april 1915. Friends ambulance unit. Over de interne werkomstandigheden in het Heilig Harthospitaal langs […]
wat voorafging….. Anno 1915, op de 25ste april, herbegonnen de verschrikkingen. Een Duits vliegtuig vloog […]
Anno 1914, op de 7de november. De zusters van het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal vertrokken naar Poperinge. Net […]
Ook onderstaand fragment zal te lezen zijn in deel 10 van ‘De Kronieken van de […]
De gebroeders Victor en Cyriel Scheldeman 19 en 18 jaar oud, waren maandag 1 januari, […]
Boerke Krelis had het koud aan zijn voeten. Hij lag in het hospitaal waar ze zijn appendix hadden weggenomen en zijn vijfenveertigers hadden het niet warm.
’t Wos ol è gheilen tied e leèn dak k’ik nog è wandelienge è doan he’n in de buitencoté van Ieper, en woarlik ‘k he’n verschoten os k’ik dat oltemole zag, nieuwe huyzen en schonne wit, den einen nog schonder of den anderen.
En damé en kik ondervoenden daze eerst moeten veranderingen anbriengen in ’t Hospitaal om te kunnen begunnen an ’t Moederhuis.
Sedert enige dagen waren twee personen van Izegem hier op zoek naar oorlogsbuit. Ze hadden het vooral gemunt op koperen koppen van obussen. Zaterdagnamiddag rond 3u30 waren ze wederom aan hun gevaarlijk werkje bezig dicht bij de wijk ‘Zwart Leen’.
De Brugse kronieken ademen tot in 1435 een luchtje van luxe en tornooien uit. Voor het gewone ambachtsvolk is er geen plaats in het nieuws. Ik probeer me tevergeefs een beeld te vormen van de levensomstandigheden van die dagen. Alles lijkt me te veel peis en vree. Er klopt iets niet aan de perceptie ervan, ik wil hier weg uit Brugge en neem even een kijkje in Ieper. Hier krijg ik een geestelijke update te verwerken.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.