Boerke Krelis had het koud aan zijn voeten. Hij lag in het hospitaal waar ze zijn appendix hadden weggenomen en zijn vijfenveertigers hadden het niet warm.
Boerke Krelis had het koud aan zijn voeten. Hij lag in het hospitaal waar ze zijn appendix hadden weggenomen en zijn vijfenveertigers hadden het niet warm.
Hij riep op een verpleegster die daar voorbijkwam, maar dat mens bekeek hem eens uit de hoogte en trapte het af.
Krelis maakte zijn beklag bij de dokter toen deze zijn ronde deed.
‘Dat geloof ik wel’, zei de man van de wetenschap, ‘dat was immers de hoofdverpleegster!’.
‘Ha, zo zit dat’, antwoordde Krelis, ‘wilt ge dan even voor mij de voetenverpleegster verwittigen?’
–
Uit ‘Het Wekelijks Nieuws’ van 31 maart 1956 (Het Manneke uit de Maan)


