Anno 1915, februari. Ieper weerde zich, hoewel al deerlijk toegetakeld tegen de totale vernietiging. Sinds […]
Anno 1915, op de 8ste maart. Overnacht was niets speciaal gebeurd. Na de mis ging […]
’t Is een baanvrouwe. – Vrouw die zich thuis verveelt, haar huis ontvlucht en op […]
Onder mijn vroegere leerlingen bevond zich een vrouw die onderwijzeres was in het college van onze streek. En die vrouw vroeg zich af waarom de jongens zo slecht Frans hadden leren spreken. Maar toen ze de les enige maanden gevolgd had, vond ze het antwoord: het waren uitdrukkingen die uit het Vlaams vertaald waren. Hier volgende lijst met tussen haakje het goede Frans.
Lukken waren vroeger alleen gekend in West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Daarbuiten was dit een ongekend product. Door uitwijking van West-Vlamingen en vooral nu door de gekende lukken van Lo zijn de grenzen verschoven en kennen de fijnproevers deze nieuwjaarslekkernij.
Mijn vader werd geboren te Zonnebeke in 1844. Hij ging naar school, als men dit zo mocht noemen, tot aan zijn elf jaren. Dus tot na zijn eerste communie. Hij kon dan een weinig in de gazet lezen en wat schrijven zoals men sprak.
Camille Vanhalme was zondag op gezondheidswandeling per velo toen hij door een nauw wegeltje reed dat aan de boord van een put lag. Opeens viel de jongeling en hij plofte tot over de kop in het water en slijk. Verscheidene personen moesten hem ter hulp komen en uit de modder trekken.
Daar was ‘ne keer ‘nen oude pastoor die een maarte huurde; en als ze bij hem inkwam, zei heur de pastoor: ‘Gaat ge ’t hier kunnen gewone worden, peist ge, Triene?’
Ze zijn er met lichten binnengegaan en vonden daarbinnen een ijzeren koffer met ijzeren banden beslagen, welke koffer ze hebben opengeslagen en daarin hebben gevonden een groot deel zilveren penningen. Allemaal in de vorm van een kroonstuk, op welke penningen aan de ene kant gegraveerd stond een portret van een keizer met een kroon en een scepter in zijn handen.