Onder mijn vroegere leerlingen bevond zich een vrouw die onderwijzeres was in het college van onze streek. En die vrouw vroeg zich af waarom de jongens zo slecht Frans hadden leren spreken. Maar toen ze de les enige maanden gevolgd had, vond ze het antwoord: het waren uitdrukkingen die uit het Vlaams vertaald waren. Hier volgende lijst met tussen haakje het goede Frans.
Flandricismes of ‘Frans met haar erop’.
Onder mijn vroegere leerlingen bevond zich een vrouw die onderwijzeres was in het college van onze streek. En die vrouw vroeg zich af waarom de jongens zo slecht Frans hadden leren spreken. Maar toen ze de les enige maanden gevolgd had, vond ze het antwoord: het waren uitdrukkingen die uit het Vlaams vertaald waren. Hier volgende lijst met tussen haakje het goede Frans.
Wegwerpen: jeter en voie (jeter à la rue)
Weggeven: courir en voie (donner à n’iporte qui)
Weglopen: courir en voie (se sauver)
Te kort hebben: avoir trop court (manquer de quelque chose)
Niet bijkunnen: ne pas savoir auprès (ne pas pouvoir atteindre)
Meegaan: aller avec (accompagner)
Meedoen: faire avec (faire partie de)
Ik kan het niet helpen: je ne sais pas l’aider (je n’y peux rien)
Hij spreekt kwaad over me: il dit du mal sur moi (il dit du mal de moi)
Hij stapt op de trein: il va sur le train (il monte dans le train)
Hij werkt op een bureau: il travaille sur un bureau
Hij houdt de zot met mij: il tient le fou avec moi (il se moque de moi)
Drink je glas uit: bois ton verre dehors (vide ton verre)
Eet je bord op: mange ton assiette dehors (vide ton assiette)
Men kan daartegen niet: on ne sait pas contre (on n’y peut rien)
Nalopen: courir après (poursuivre)
Het is wel uitgevonden: c’est bien trouvé dehors (c’est bien inventé)
Ik ben gewonnen: je suis gagné (j’ai gagné)
Afbranden: bruler en bas (cautériser)
Afzagen: scier en bas (raccourcir)
Het gras afmaaien: couper le foin en bas (faucher)
Afgaan: aller en bas (aller à la selle)
Zijn water maken: faire son eau (uriner)
De vogel afschieten: tirer l’oiseau en bas (abattre l’oiseau)
Afkomen op de prijs: venir en bas sur le prix (abaisser le prix)
Een oog slaan: frapper un oeil (jeter un regard)
Bloed trekken: tirer du sang en bas (faire une prise de sang)
Het bord afvegen: essuyer en bas (effacer le tableau)
Afwassen: laver en bas (nettoyer)
Trek de deur toe: tire la porte fermée (ferme la porte en tirant)
Uittrekken: tirer dehors (arracher)
Uitroepen: crier dehors (publier)
Achter iets zoeken: chercher après (rechercher)
Uithalen: chercher dehors (sortir)
Achter iemand kijken: regarder après (soigner, surveiller)
Kom je een keer mee: tu viens une fois avec Zijn ogen uitkrijsen: pleurer ses yeux dehors
Zijn jas uittrekken: tirer sa veste en bas
Zoveel: si beaucoup (tant)
Een kelder uitpompen: pomper dehors une cave
Wegjagen: chasser en voie (expulser)
Ik weet niet waarover het gaat: je ne sais pas sur quoi çà court (je ne sais pas de quoi il s’agit)
Het komt juist overeen uit (ca vient juste pareil dehors)
Hij lijkt sterk op zijn vader: il vient fort sur son père (ressemble)
Hij komt achter mijn dochter: ik vient aprèes ma fille (il fait la court à)
Het is waterkoud: il fait un froid d’eau
Ik weet niet waar ik zal uitkomen: je ne sais pas ou je vais venir dehors
Voorhamer: marteau à devant (masse)
Hij heeft twee flesjes uitgedronken: il a bu deux bouteilles dehors)
–
Joseph Tillie in het Frans-Vlaams jaarboekje van ‘Bachten de Kupe’
–
PS: misschien ook nog de volgende klassiekers:
De auto’s snorren door de straat: les voitures moustachent dans la rue
In de zoete inval: dans la douce tombée dedans
Dat is om zijn kas op te fretten: ça c’est pour bouffer son armoire
Echtgenoot: vraiment profité
Een doodlopende straat: une rue coulant mort
Het ligt aan mij: cela couche à moi.
Iemand om zeep brengen: porter quelqu’un de savon
Ik hang de gek uit: je pends l’imbécile dehors
Ik heb er geen zin meer in: je n’ai plus de phrase
Kamerjas: chambre manteau
Rond halfacht: autour demi huit
Ondergoed: sous bien
’t Is om zeep: c’est pour savon.
Uurwerk: travail heure
We gaan ne gang: nous allons un corridor
Ik werp een blik uit het raam: je jette un conserve par la fenêtre


