Na de lange winter verzuchten de mensen naar de eerste deugddoende lentedagen. Ze zijn er nog schaars en daarom worden ze zo zorgvuldig opgeteld.
Met 26 december op de teller zijn we weer begonnen aan onze lotdagen. Meer informatie hierover staat neergeschreven in deel 7 van ‘De Kronieken van de Westhoek’. Het is een ideaal moment om nog eens terug te keren op onze vermaarde weervoorspellers…
Regen in Kortemaand, vries in de maartemaand.
Een droge maart is goud waard.
Maarte niet te droge en niet te nat, vult boer zijn kasse en vat.
Sint-Jozef (19 maart) klaar, vruchtbaar jaar.
De nood is hoog. De armoede woekert maar verder. Het gevolg van een dramatisch slechte handel, een flauwe nering en de duurte van de voedingsmiddelen. De kerken zitten vol met biddende mensen. ‘God haal ons hier toch uit deze ellende’. Hoeveel keren zal God de vader deze vraag toegestuurd krijgen?
Het spoor van die vreugde en de oorsprong van dit feest hebt gij in uw taal, o Vlaming. Woelen, hoelen, woelstok, hoelstok, kent gij toch, en dat zou men eertijds ook hoel en joelen uitgesproken hebben; daarvan hebben de Fransen joli gemaakt en wij jolijt, dat is te zeggen blijdschap, in de oude taal.
De twaalf lotdagen zijn in het volksgebruik van verre en dichtbij bekend. Soms rekent men op de twaalf dagen vóór kerstdag: dit zijn de ‘jours compteurs’ in Frankrijk; dan weer op de twaalf dagen tussen kerstdag en dertiendag: dit zijn de ‘Zwölften of Losetage’ in Duitsland, de ‘jours des lots’ in Frankrijk.
De lotdagen zijn de twaalf dagen die volgen op Kerstdag (of vanaf Kerstdag voor sommigen). De […]