Het derde hoofdstuk in mijn verweerde boek uit 1844 handelt over de dagen. De zeven namen van onze dagen zijn vermoedelijk de woorden die door ons mensen worden uitgesproken terwijl we er geen enkel besef van hebben waar die vandaan komen.
Het was rond de 25ste juli van het jaar 1914 dat op ons rustig dorp de eerste oorlogsgeruchten verspreid werden.
De zorgzame huishoudster is steeds bezorgd voor de gezondheid van haar huisgenoten. Ze zal de volgende punten in acht nemen:
De tien geboden van God bestaan reeds jaren en eeuwen. Nu hebben de vrouwen in Amerika ook tien geboden opgesteld – tien geboden voor de mannen!
Mijnheer de opsteller van de ‘Gazette van Yper’. Laat ons toe, uw geachte blad te gebruiken om aan onze medeburgers, aan heel het land en aan gans de wereld bekend te maken dat er in onze gemeente een man gevonden wordt wiens vernuft en geestenkracht verre die van al de uitvinders die ooit vermaard geweest zijn geweest, overtreft.
Adolf Verpoucke, geboren te Lichtervelde de 24se augustus 1901 en nu wonende te Noordschote, steenweg Lizerne, waar hij handel drijft in pluimgedierte en konijnen, was zaterdagnamiddag bedronken naar huis gegaan.
Ge zoudt beter eerst kijken naar de moeder’s manieren voar da’j met de dochter trouwt.
’T is een triestige menoage als ’t henneke luuder kroait dan den hoane.
Een schoonmoeder is ossan vergeten da ze schoondochter geweest is.
O’j niet schoone gekommen zijt voor joen twintigste, nie slim voor joen dertigste en nie rijke voor joen vijftigste gaa’jt nu ook nie meer kommen.
’t Is kermis! Weken op voorhand reeds kregen de huizen een schildering, werden beplakt en geplaasterd, en van boven tot beneden.
Zwijgen is de beste maniere van communicoatje.
Die plekke hier wos van te voaren leeg.
’T leven is goekoop, maar de opties zijn redelijk kostelijk.
O’j droenke geweist zijt, meug je nooit kwoad zijn up ’t bier.
De oude Veurnse familie heeft het, ondanks zijn horige status, ver geschopt in Brugge en heeft maar één agenda: middelen vinden om zich vrij te maken en niet langer ondergeschikten te zijn van de graaf. Het is de ideale manier om zelf de touwtjes in handen te nemen in het domein Brugge. Bertulf sluit een deal met enkele ridders, want daar hangt de klepel van de onafhankelijkheid.
Er is een boer en hij heeft drie zonen. Hij laat aan die zonen bij testament 17 paarden na
De eerste sporen van ons volksonderwijs zijn te vinden omstreeks het midden der zeventiende eeuw. Er berust in het Rijksarchief te Brugge een losse kerkrekening uit het jaar 1660, het jaar dat tussen Spanje en Frankrijk de vrede gesloten werd. In die rekening is de naam opgegeven van Joost Belettere Coster-scolemeester, hij was te Beselare geboren in 1641. De Belettere’s waren in die tijd een gezaghebbende familie, die op ons dorp een voorname rol speelden, te oordelen naar de ambten die zij bekleedden : baljuw, burgemeester, schepenen, leenmannen, enz.
Lik toe tante Mathilde, ’t zat e katte olle noene op d’haove deure. Da was e vrimde katte. En op e keje ze koste ’t nie mi verdragen. En ze was bezieg me butter braon, en ze was zo dul. En ze pakt de panne en smiet ze no die katte neur mule. En ’s anderendaags ze gieng en komisje doen en die vrouwe neur aonzichte was verbrand. Je ku peisen da ze verschoot.
Twee kinders, Gaston en Antoinette Sergier waren donderdagmorgen rond 7 3/4 ure op het trekpad langs de vaart van Ieper naar Komen. Op ongeveer 150 meters der brug die over de weg naar Dikkebus ligt, al de kant van de woonhuizen Glissoux, bemerkten zij twee kleine handjes die uit het water staken en dachten dat er een pop ingeworpen was geweest.
Dat is een kieken van den ouden hane. Reninge, Pollinkhove.
Hij heeft een aardje naar zijn vaartje.
’t Was waar: de gendarmes stonden daar. Ze brachten de vluchtelingen onder in 2 zalen. Wij lagen in de eerste zaal. Daar brandde een grote stoof. We sliepen in rijen in ’t stro. We moesten gaan eten in ’t hospice. Drie keer per dag: ’s morgens een kom frutsop en een snee droog brood, ’s noens een kom soep – ze stonk; ’t was lijk van de schoteldoek gekookt -, ’s avonds weer een snee brood en frutsop.
Reeds voor de tweede maal had men het bosch doorlopen, toen op den boord gekomen, eene fazant opvloog. Een jager, dit ziende, draaide zich haastig om en schoot, met het ongelukkig gevolg dat een der opjagers, die een vijftal meters achter hem stond, de volle lading op zijds in ’t hoofd kreeg en viel om nooit meer op te staan. De hersens en het bloed spatten tot op den naastbijzijnden wildopjager.
Het is gie zelve die d’n boek van joen leven schrijft.
Lacht e kee: ’t verbeetert de weirde van joen oanzichte!
Ne zot en zijn geld zijn rap were weg.
Vriendschap is lijk geld; gemakkelijk te verdien’n moar moeilijk om ’t houden. – Kindjes hebben […]
Liefde is niet blind, ze geeft ons de meuglijkheid om dingen te zien die een […]