1. Buiken vul maar geen in de beuze. – Verwittiging tot de disgenoten voor een […]
Hier verkoopt men pijpen;
kleene stelen
maar grote stelen meer..
De vroegtijdige vorst maakt het gebrek aan water zoveel te gevoeliger, nu meer dan ooit wordt onze bevolking gewaar wat het betekent er het zo noodzakelijk water er ver weg van huis te moeten bijhalen door de koude.
Daar is geen beter bate
als gezonde middelmate
en die ’t midden houden kan
houdt het beste, wijf of man
Aanschouwt mij, hier en daar,
die bende Casselkoeien;
die, louter bruin van haar,
als zoveel blommen bloeien
’t Woajd lik de vroede bjeestn: het waait heel erg.
Een stout ransel: vrouw die niet op haar mond gevallen is.
Jeed een twien bien buk gedoan: hij heeft iemand beetgenomen.
Giv moa sjette,pulle,goaze: begin er maar snel aan.
Twee Amerikanen waren eens samen aan het vertellen over de streek waar ze woonden.
Boze wijven en stugge peirden moet men met harde sporen berijden.
Hoe groter de liefde hoe kleinder de sprake.
Schone spraken scheuren geen kaken.
Zelden zal men ontmoeten een schone vrouwe zonder sproeten.
Boertje Pé, die op een klein gedoenselke woonde, kwam zijn vrouw te verliezen. Ze was nog niet koud, toen meneer de pastoor reeds ten huize kwam.
Geluk speelt een grote rol in het leven van de mens, maar ligt even verborgen als het noodlot.
De koe is een dier op vier poten
Ze heeft horens om te stoten
En een staart van achteraan
Om naar de vliegen te slaan.
Hoe dat een koe een haze vangt! zegt men schertsend om zijn bewondering uit te drukken nopens een lukslag die een dwazerik doet, enz.
Dinsdag in de namiddag is er een koe ontsnapt van een vleeshouwer van onze stad. Het beest, door de troep volk die haar achtervolgde, opgejaagd, schoot in een soort van dolheid.
Er op staan lijk een scheve zeven. Krom en scheef en met een vies gezicht.
De menschen zeggen dikwijls: de koe is een huisdier. Maar dat is geen waar. De koe is geen HUISdier, maar een STALdier. Zij geeft melk voor mijn kleinste broerken. Als de koe ’s morgends te laat opstaat, dan schreeuwt mijn broerken.
Het gebeurde dat, in september 1770, eene dier kudden gedreven wierd langs de bane van Dixmude op Yperen; gekomen zynde aen hel Smesken, gemeente Bixschote, het vee eener schaephofstede, daer by liggende, wierd ondermengd met eene dier kudden, en welhaest de plaeg borst uit op die hofstede. Al de beesten wierden gedood en gedolven en het volk dier hoeve wierd gedurende dertig dagen geconsigneerd.
Je had toen ook overtijd, de heksen waren nogal tamelijk wel vertegenwoordigd op de boerhoven. […]
Mijn grootvader al mama’s kant heeft nog een keer verteld van een moordzake, gebeurd in […]