De grootste verdienste van ‘Verloren maandag’ is ongetwijfeld de hand- en spandiensten die deze dag […]
De maanden van het jaar en het leven van de mens Een schrijver uit de […]
Oktober nat en koele, de winter zochte en zwoele.
Houd’n de bomen hun blaren lang, wees dan voor een strenge winter bang.
Gift de herfst veel mist en neveldoagen, in de winter zal de sneeuw u ploagen.
Dikke Miel ontmoet Lange Jef die een aangezicht heeft van veertien dagen lang.
E wos doa e blok van en henne
en ze koakelde biekans nooit,
’t adde ’s wienters stief e vrozen
en neur gat was nog niet e dooit.
Als men getrouwd is moet men eveneens veel kunnen verdragen. Niet iedereen is baas in zijn huis lijk ik. Daar zijn er velen die staan waar dat de borstel staat en die moeten dansen naar de pijpen van hun vrouw.
Er was eens een gezin met twaalf jongens en er kwam een dertiende bij. Dat kind groeide of bloeide echter niet. Zijn vader werkte bij een boer en hij pakte hem altijd mee in zijn onderlijfzakje.
De maan is in alle tijden en bij alle volkeren een mysterieus hemellichaam geweest. De heidense Germanen gebruikten de maandag voor toewijding aan deze maan en om te offeren.
Hèn hèt è bierlippe
’t is doar van lek mijn liptje
Hèn laat zijn lippe hag’n
‘k moeste up mijn lippe bijt’n
’t past lijk nen hoed up nen borstel (het past in het geheel niet)
Hij heeft een borstelsteirt ingeslokt (hij is lang en mager)
Hij heeft in de seule gestampt (hij heeft een flater begaan)