15 augustus 1566. Hemelvaartsdag. Mijn vrees wordt direct bewaarheid. De Ieperlingen proberen de Diksmuidsepoort gesloten […]
Poperinge-Ommegang Zondag juli 1972 – een troosteloze hemel vol regen en watergieten, wij er door […]
De kerk van Lo heeft merkwaardige kunstschatten, maar helaas ook offerblokken die blijkbaar aan geen breekijzer, zelfs aan geen schroevendraaier weerstand bieden.
Voor de Franse revolutie, eerde men voornamelijk Onze-Lieve-Vrouw van de zeven Weeën bij de Recoletten en zelfs in 1515, werd er besloten in een van hun vergaderingen dat het hedendaagse feest in al hun kloosters van Belgenland jaarlijks met grote plechtigheid zou gevierd worden.
De situatie met al die kerken en godshuizen en de ongebreidelde macht van de proost van Sint-Maartens leidt tot ernstige misbruiken. De kanunniken laten bijvoorbeeld niet toe dat er meerdere huwelijken op het zelfde moment worden gehouden omdat ze zo meer offergaven in de wacht kunnen slepen. Huwelijken tussen personen van verschillende parochies worden enkel toegelaten als de proosdij hiervoor een zeker som geld krijgt. Wanneer lichamen van doden worden aangeboden tijdens een dienst, laten de kanunniken na deze een kerkelijke begrafenis te geven. Bovendien wordt voor de ‘kerkganc’, een soort huwelijksfeest, door de bevolking soms hogere bedragen betaald.
In 1861 was de Brugse bisschop Malou in Ieper en hij kreeg daar enorme buikpijn. Zijn dokter werd er uit Brugge bijgehaald en die verklaarde onomwonden: ‘c’est un homme perdu’. Maar de bisschop gaf het niet zo maar op en stuurde zijn zuster naar Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele, waar ze een ‘neuvaine de messes’ liet doen. Ze bracht een lint mee dat het genadebeeld aangeraakt had. De bisschop had dit lint nog maar een uur rond zijn lichaam gedragen of hij voelde zich beter. Drie weken later is hij in staat om in Dadizele een plechtige dankmis op te dragen.