Ieper, de 13de januari 1887, dus ruim een maand geleden, speelden, volgens het schijnt, in het klooster der Zwarte Zusters alhier, enige kinderen gans alleen in een bovenkamer rond een open vuur.
Abt Walter krijgt problemen rond de tienden van Reningelst die het klooster heeft gekocht en betaald in juli 1251. Walter de Bareteur en zijn oudste zoon Jan die de tienden verkocht hadden, willen de transactie in 1276 terug openbreken.
Een hele bende landlieden vergezeld van twintig soldaten uit het kasteel van Komen volgen de avonturier op zijn weg terug naar Zandvoorde. De rebellen rusten inderdaad nog altijd uit daar bij de molen. Naast de schildwacht zitten twee Oostendenaars gezellig te keuvelen.
Op een zomerdag volle zonne van ’t jaar Onzes Heren 1350 rijdt de eerste burgemeester van Brugge over de Steenstrate, verder de Brugse Heerweg genoemd, naar de hoge heuveltop van Aartrijke. Hij zit te monkelen van kontentement. Want hij ziet Aartrijke geerne. Het is zijn familiedorp. Hij heet immers Simon van Aartrijke.
De geschiedenis van de middeleeuwse stadsontwikkeling is precies een slagveld dat bezaaid is met nogal wat kadavers. Tussen de jaren 900 en 1350 groeit het aantal inwoners in Vlaanderen spectaculair.
De nacht van 11 op 12 september 1315. De terugtrekken van de Fransen heeft de allure van een waarachtige vlucht. Lodewijk ziet zich genoodzaakt om al de wagens, karren, tenten, bagage en proviand in het Vlaamse slijk achter te laten. Om te voorkomen dat de Vlamingen er zich mee zouden verrijken laat hij alles in brand steken. Maar omdat alles zodanig doorweekt is komt daar maar weinig van in huis.
1297. Gwijde van Dampierre is het spuugzat. Als het niet lukt met overleg en vriendelijkheid dan zal de Fransman het wel moeten voelen. De graaf sluit op 7 januari van 1297 een pact met o.a. de koning van Engeland en verklaart de oorlog van Frankrijk.
Sinds een paar jaar bezit de gemeente Godewaarsvelde, gelegen aan de voet van de Katsberg, naast Miel de Trommelaere, een tweede reus: Degrar I.
De namen van Jan Breydel en Pieter de Coninck zullen voor eeuwig met de naam verbonden blijven. Over de held van de Groeningekouter gaat het hier evenwel niet. Brugge heeft één, twee …drie Jan Breydels gekend.
Voorjaar 1297. De onafhankelijksverklaring van de Dampierres zal leiden naar oorlog. Zo veel is duidelijk. […]
De brandstichting in Nieuwkerke zorgt er voor grote consternatie. De vernieling van de kerk kan de mensen geen bal schelen. Veel erger is dat Simon Uyttenhove op komst is om in te grijpen. Uiteindelijk kiest de commandant ervoor om met zijn soldaten naar Mesen te trekken om de kerk daar van verder onheil te sparen. Hij en zijn manschappen blijven er de hele nacht.
Ga maar eens op een maandagmorgen naar de stad. Je vindt de arme werklieden zowat overal. Op de markten. Bij de kerken. Hier zie je ze angstig wachten op ambachtslieden die hen voor acht dagen werk kunnen bieden. Van zodra ze aangeworven zijn, wordt het werk geregeld door de klokken van de stad. Van de vroege morgen, wanneer het werken moet beginnen, tot aan de avond wanneer de vermoeide lijven even respijt krijgen.
Oude documenten vermelden in die periode al de naam Brielen: “In den Brielen….ligghende bezuuden den ommeloope ende binnen den ommeloope…”. Het Noordhof ligt noordelijk in de Ieperse landhoeve binnen de “ommeloope”. De straatnamen van de Omloopstraat en van de Noordhofweg vinden hun oorsprong in die beginperiode van de landhoeve Ieper.
Robrecht van Bethune en Gwijde van Dampierre laten zo hun sporen na in de geschiedenis van Vlaanderen. Ondanks hun vaak roekeloos gedrag en hun vaak decadente levensstijl die betaald werd door de hardwerkende Vlaming, laten ze allebei een zweem van eerbied na. Precies alsof zij nu echt die leeuwen van Vlaanderen waren aan wie wij onze Vlaamse identiteit te danken hebben.
Aan het noorden de haven van “Brielle”, waar de Iepere de stad bereikte en in het zuiden de nederzetting van het Saelhof, waar het water uit de Leie de stad bevloeide. Het lijkt een logische gevolgtrekking van het afzonderlijk ontstaan van het St.-Maartenskwartier met zijn castellum (de 3 toren kasteel) en het Sint-Pieterskwartier rond het haventje en de aanlegsteigers van het Saelhof.
e zee krijgt vrij spel over dat uitgebreide kustgebied van Buck. Geen dijk of duinen zijn er om het zoute zeewater van de laagvlakte ten westen van de lijn tussen Roesbrugge en Aardenburg af te houden. Het achterland van Buck bestaat grotendeels uit ‘boschagie’, bossen en wildernis. Het is het meest westelijk gelegen aanhangsel van het bos van de Ardennen. Hier zwerven grote groepen wilde dieren rond, in het bijzonder reebokken, ‘bucken’, die uiteindelijk deze naam aan het toenmalige Vlaenderen schenken: ‘het land van Buck’. Gevangen tussen de wouden bevinden zich het dorp Oostburch en de stad Rodenburch, die later Aardenburg zal genoemd worden.
1381 7bre. Men gevoelde een felle aerdbevinge. In ’t eerste der 8e maend zonden die van Gend een groote krijgsmagt uyt na Deynze ’t welk belegert wierd, maer den bevelhebber Heylaerd van Poucke met veel edele verweerden hun zeer dapperlijk, de stad zeer versterkt geweest zijnde door den grave en door ’t water ’t welke bij middel van sluyzen in de gragten gebragt was.
De heerlijkheid Wervik was een groot leen, rechtstreeks gehouden van het kasteel van Kortrijk en burchtgenoot in dit kasteel. Wellicht behoorde deze heerlijkheid vóór 1312 tot de Zaal van Rijsel. De oppervlakte van de volledige heerlijkheid bedroeg ongeveer 325 bunders. Omstreeks 1540 zullen in dit gebied wel een goede duizend mensen gewoond hebben. Ze lag aan beide zijden van de Leie, maar meer dan twee derde aan de zuidzijde. Ze vormde een mooi, ononderbroken geheel : op het huidig Belgisch grondgebied ongeveer van aan het St-Maartensplein (vroeger het ‘kerkhof’) aan de oostzijde, tot aan de grens met Komen aan de westzijde en ten zuiden van de huidige spoorweglijn; aan de overkant van de Leie was de heerlijkheid aan de oostkant door Bosbeke begrensd en strekte zich west uit tot nabij de huidige grens met KomenFrankrijk.
Zoutcote, de zoutkant, later bekend geworden als Zuydcoote, moet al bestaan. In het jaar 121 wordt hier al het christelijk geloof gepredikt. Mardick, de haven en de Romeinse nederzetting. De golf van Itius die de vloot van Caesar herbergt en waarvan de Aa zowat het ultieme overblijfsel van is.
Het eenvoudige Vlaamse volksleger heeft het elitaire ridderleger van de Fransen verslagen. Zowat in heel Vlaanderen luiden en jengelen de uitbundige klokken om de overwinning van het volk te vieren. De mensen zijn uitgelaten en opgewonden. Nu gaat alles veranderen in Vlaanderen! Victorie. Victorie. Victorie. De mensen van de Gentse achterbuurten komen geestdriftig op straat met de banieren van Gwijde van Namen en die van Willem van Gulik. Al snel zwelt de massa aan tot een uitbundige feestelijke stoet. Het voelt aan als de bevrijding. De bassen van de trommels en het geschal van de trompetten bezwangeren de Gentse lucht. De Leliaards worden vertrappeld
De oorsprong van de naam van Vlaanderen
Er is nog een heikel punt waar hij het wil over hebben: de oorsprong van het woord ‘Vlaanderen’. Nogal wat geschiedschrijvers hebben er hun hoofd over gebroken en eigenlijk staat het nog altijd niet vast hoe de naam van ons land er gekomen is.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.