In het jaar 1232 woont een machtig ridder in het kasteel van Roesbrugge. Zijn naam […]
Op 21 september 1797 gaan de Ieperse kerken dicht. De volgende dag is dat het […]
Zoals aangegeven mobiliseert het Franse bewind de bevolking vanaf het jaar 1793. Deze algemene ‘levée’ […]
De gruwel van 25 april 1794 en de plunderingen achteraf laten een plek als Roesbrugge […]
Ik begin aan het vierde hoofdstuk dat zal handelen over de voornaamste leiders van de […]
Nu moeten we dringend terug naar onze streek waar het in 1794 van langs om […]
In onze Westhoek krijgt onze jeugd de oorlog met de paplepel ingegeven. De kinderen kennen […]
Got seegie! Gezegd tegen iemand die niest. Vandaag de dag zijn er velen die een beetje […]
De studie van de spotnamen op stad en dorp, op mens en streek vormt een belangrijke bron om de geschiedenis van ons volk te achterhalen, om in de intiemste denkwereld van de Vlaming binnen te dringen.
Van Roesbrugge tot aan Nieuwpoort biedt de Ijzer een gemakkelijke verdedigingslijn. Eerdere pogingen van de Fransen geven aan dat ze wel eens via de zuidkant van de Ijzer zouden proberen om binnen te dringen in het Westland.
’t Is te fète honderd jaar geleên. Petrus Maes, mijn grootvader langs moederszijde, woonde op een klein doeningske, op een boogschote van Westvleterenkerke, in ’t midden van de broeken. Rondom in ’t water lijk op een eiland binst de winter en in de zomer in een zee van groenigheid, zoverre als jen ogen dragen.
Petrus Vraeghe, Pier Paelinck in de wandelinge, was de jongste uit een bende van acht. Broers en zusters waren allemaal uitgetrouwd en voor hun eigen.
We brengen vandaag een sage, opgenomen door wijlen Jozef Doise (geboren te Westvleteren op 13 maart 1908 en aldaar overleden op 3 december 1965) gewezen schoolhoofd van Westvleteren, uit de mond van Romain Gruwier, landbouwer te Westvleteren.
Hier volgt het verhaal van mijn vader Jules Depuydt, die op een dag, in het […]
Wulverynghem is een houtlandsche prochie, saevellanden ende hooygras, vetteweyden, die alle goede landen syn, alwaer anno 703 woonde eenen machtighen ende rycken rudder ghenaemt Wulferius, van wie dese prochie haere naeme heeft ende is naer syne naeme ghenaemt gheweest Wulverynghem, synde het woort hem te bedieden in de oude vlaemsche taele stede ofte woonplaetse, welcke naeme dese prochie sedert dies altydt ghehad heeft.
Bij laagtij lag het eiland, of schiereiland, genaamd Leisele, op een paar vertakking na over Roesbrugge en Stavele, door zeewater omgeven. In ditzelfde werk lezen we dat de rivier ‘De Saltanava’ ontsprong op de hoogvlakte van Leiseleen vloeide in de richting van Hoogstade en Alveringem.
Iedereen in de streek, vooral buiten Stavele, de gemeente waar het voorviel, weet te vertellen over de geheimzinnige gebeurtenissen die meer dan honderd jaar geleden zijn voorgevallen op Coene’s hof.
23 augustus 1328 In de winter van 1323 braken hier in onze gewesten vrij erge onlusten uit. Eerst in het Brugse Vrij en onmiddellijk daarop in de streek van Veurne en Bergues. Het was niet uit ellende dat de Vlamingen naar de wapens grepen. Het was een opstand van vrije kloeke boeren, van kleine eigenaars, van pachters en zelfs van eenvoudige landarbeiders.
De kalchiede der Stavele-dambrugge over de meersen zal overstromingen te Roesbrugge veroorzaken. Hoe is het mogelijk! Zijn we niet beide bewoners van de Ijzervallei, kennen we de gesteltenis van de waterloop niet genoeg om staande te houden dat er na het leggen van de weg in kwestie (nadat hij ZAL GELEGD ZIJN) meer overstromingen zullen plaatsvinden dan tegenwoordig?
De orkaan van zaterdag heeft in België en Holland gewoed. Nog nooit zijn in één orkaan zoveel ongelukken gebeurd als in dit, gepaard op sommige plaatsen met hevige donder en bliksem. De veroorzaakte schade is onzeggelijk.
In de uiterste oosthoek van de gemeente Stavele, langs de weg Stavele-Elzendamme; tussen de IJzer en de Poperingevaart; bezuiden de rijksweg Ieper-Veurne, staat een grote mooie hofstede. De eigenaar ervan is de heer Vrederechter Arthur Lahaye, de bewoner en uitbater is de heer Valere Quaghebeur, schepen van de gemeente. Die hofstede wordt in aller mond ‘Eversam’ genoemd. Het is alleen die naam en een deeltje van de hoevegebouwen die ons nog wijzen op het vermaarde klooster dat er eertijds stond en heerlijk bloeide.