Hoe het vordert met deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’, kan je volgen […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
Wonderdokteurs, wel jongen, Burgrave (Deburgrave), dat was een. Dat was een geestelijke die zijn kap over de haag had gesmeten en dat was een dokteur.
Wider weunden hier niet verre van de vaart en up en avond komt er hier e wuvetje binnengelopen tenden (buiten) asem en al roepen “’t Is daar e verkeer, en ’t ruttelt met ketens, ’t is de waterduvel, ’t is de waterduvel.”
Die toveresseknok ligt langs de Moorselestraat. Het is een bergje met een grote boom in het midden. De berg zelf bestaat uit verschillende aarden trappen die de boom omringen tot op een hoogte van omtrent 150 centimeter.
Op de Coin Perdu was er een klein hofstedetje en wij zijn daar op gegaan, in plaats van die heks, Fidelia Lambrey, die daar voordien woonde. Mijn vader heeft dat overgenomen van die heks. Ik was toen twaalf Jaar oud. Zo in 1903. We woonden vroeger op de Zwarte Molen.
Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.
Iedereen in de streek, vooral buiten Stavele, de gemeente waar het voorviel, weet te vertellen over de geheimzinnige gebeurtenissen die meer dan honderd jaar geleden zijn voorgevallen op Coene’s hof.
Op 20 mei 1596 bevestigde Laureinsekin Tulpen, ‘huysvrauwe’ van Jacques le Maire, ‘cipier ten steene’ onder eed, hoe ghisteren de vrauwe daer Leene woont, commende ter steene verkende dat Leene haer gheholpen hadde van een gheest die haer quelde die ze zeyde dattet haer mans gheest was die haer quam quellen. Zeght voorts dat de zelve vrauwe zegt, dat Leene ordeinairlic upstaet ter middernacht ende gaet ligghen in de veinster altijts alst schoon weder is, ende dat ze zeght dat ze daer alle dinghen ziet, ende dat ze ziet al de stadt over, ende dat ze dat al weet ende dat ze datte al in de lucht ziet…’
Hoe Hendrik Buen, de heksenmeester van Voormezele, levend verbrand werd in 1597