banner
apr 17, 2025
240 Views
Reacties uitgeschakeld voor Cassel en en de Menapiërs

Cassel en en de Menapiërs

Written by
banner

Caesar vertelt dat de Menapiërs hun gronden en hun kastelen hebben aan weerskanten van de Rijn. Een andere historicus positioneert hen langs de Maas en de Schelde. Het wordt duidelijk dat de Menapiërs Germaans van oorsprong zijn en dat ze de gebieden zijn gaan bezetten die ze Vlaanderen noemen.

Acht eeuwen lang blijven ze gesetteld langs de grote stromen en worden ze bestuurd door een reeks van onafhankelijke prinsen. Uiteindelijk vestigen ze zich eveneens in de maritieme regio van Vlaanderen. Op welke plekken worden ze verder nog aangetroffen in de geschiedenis? De prediker Chrysolius en zijn collega’s die de regio van Rijsel evangeliseren doen dat in Menapië. Dat schrijven ze toch. Menapië strekt zich ongetwijfeld uit tot aan de Leie en zelfs verder want Cassel wordt geciteerd als een versterkte stad van de Menapiërs, Castellum Menapiorum.

In de geschriften van de eerste christelijke eeuwen treffen we maar al te vaak woonplaatsen in Morinië en in de kuststreek van Vlaanderen aan die toebehoren aan de Menapiërs. We fronsen de wenkbrauwen bij de lijst van plaatsen waar de Menapiërs huis hielden? Gent, Doornik, Torhout, Roeselare, Nieuwpoort, Watten, Wormhout, Cassel, Lederzeele, Bourbourg, Bergues, Veurne, Ieper, Rijsel, Doornik. Het eiland van Walcheren. Victor Derode vraagt zich af of de Teutonen en de Usipeten de Menapiërs niet gewoon verjaagd hebben van de oevers van de Rijn. Hebben ze met geweld de regio hier ingenomen?

Of zijn er onderhandelingen en verdragen aan te pas gekomen om een deel van hun grondgebied op te geven? De Menapiërs wonen bij voorkeur bij het water. In de veiligheid van jonge bossen, waar ze zich kunnen verbergen. Net als de Galliërs, zijn ze oorlogszuchtig en hoe dichter we de kust benaderen, hoe onverschrokkener ze worden. Links aan hun heupen dragen ze een zwaard als wapen met zich mee. Samen met een groot schild, een speer en ook de ‘meris’, een soort van spies. Sommigen zijn voorzien van een boog, een slinger en een speer.

Hun voeding bestaat uit zuivelproducten en verschillende soorten vlees. Vooral gepekeld varkensvlees. Hun huizen zijn opgetrokken in hout met een vrij hoge dakconstructie. Het is een volkje dat hard werkt en zich eerder teruggetrokken opstelt.

Lui zijn, wordt niet echt geapprecieerd. Elk jaar wordt de taille van de burgers opgemeten en wie te zwaar wordt, kan zich verwachten aan een boete. De ‘Weight Watchers’ van hun tijd. Ze hebben een totaal ander karakter dat de Morinen. 29 jaar voor het begin van de nieuwe tijdrekening staan de Menapiërs bekend als trouwe onderdanen van de Romeinen, terwijl de Morinen blijven zorgen voor moeilijkheden. In het jaar 50 blijkt de situatie echter veranderd. Lepidus krijgt de opdracht om het gebied van de Menapiërs en de Morinen te beschermen.

Het impliceert dat er een fusie moet hebben plaatsgegrepen tussen de beide volkeren en dat ze nu allemaal als ‘Galliërs’ worden beschouwd. Wanneer Constantius I Chlorus, (292-306) de junior-keizer over het Westelijke deel van het Romeinse rijk, de Rijn achter zich laat om met een machtig leger de noordzeevloot te komen versterken, valt hij Boulogne binnen dat op dit moment toebehoort aan de Morinen. Van daar trekt zijn expeditieleger door de verzopen gebieden van Menapië.

Sinds 270 hebben zware stormvloeden er voor gezorgd dat hele gedeelten van de Westhoek onder water staan. De Duinkerke II transgressie is volop aan de gang. Eumenius schrijft het in zijn vermaarde lofrede voor Constantius. Het westland is overrompeld door het water. Hij beschrijft zijn huiveringwekkend gevoel dat het hier straks allemaal zal verzwolgen worden door de Noordzee. In de moerassen van Morinië bevinden zich meer dan 300 vlottende eilanden.

In het jaar 806 bezetten de Menapiërs het land tussen de Aa en de Schelde. De Morinen huizen westelijk van de Aa. In 847 behoort de abdij van St.-Bavon tot het Menapische grondgebied. In 860 zien we Nieuwpoort in de Mempiscus Pagus. Tussen Lo en Veurnambacht richting Bergambacht ligt er een erg oude verbindingsweg. De ‘Looweg’ zo schrijven ze in 1865, loopt parallel met het waterrijke kustgebied van de ‘Wateringues’ en kiest de hoogst gelegen gronden via Hondschoote om dan in Bergues verder te slingeren naar Dringham en Crochte.

Enkele specialisten vermoeden dat de Looweg aangelegd werd door de Germanen nog voor dat de Romeinen in onze contreien zullen binnenvallen. Ze merken op dat de wegen die aangelegd worden door de Romeinen achteraf het adjectief ‘straete’ met zich meekrijgen. Kijk maar naar Steenstraete. De Romeinse wegen passen in een welbepaald stramien en daar maakt de naamgeving een belangrijk onderdeel van uit.

‘Waarom heet de Looweg eigenlijk niet de Loostraete of de Loosteenstraete?’ Ze vragen het zich af. Alleen al de naam ‘Looweg’ is op en top Germaans. Bovendien valt de Looweg volledig buiten het systeem die de Romeinse ingenieurs voor ogen hebben bij de bouw van hun wegennet. En zo blijft het een open vraag of die verbindingsweg ooit het werk is geweest van de Menapiërs, of van de Saksen of andere nationaliteiten die ooit in het bezit zijn geweest van onze kuststreek.

Dit is een fragment uit Boek 4 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 4
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.