Tijdens het verblijf van Robrecht van Cassel in Italië, gaat het met zijn broer van kwaad naar erger. De humeurige en kolerieke Lodewijk profiteert van zijn machtspositie en maakt zich schuldig aan obscure gewelddaden op zijn vazallen. Zijn gedrag is ontoelaatbaar voor koning Filips. Lodewijk van Nevers ziet zich genoodzaakt om uit Frankrijk weg te vluchten en zoekt een schuilplaats in Vlaanderen. Op 5 oktober 1311 stuurt Filips de Schone een aanmaning naar de baljuws van de Vermandois en Amiens. Hij verplicht de oudste zoon van Robrecht van Bethune om op 1 december te verschijnen voor de pairs van Frankrijk.
Lodewijk weigert om het oordeel van de hoogste Franse adel te ondergaan. Het gevolg laat zich raden. De uitspraak van de pairs is genadeloos: zijn graafschap Nevers wordt in beslag genomen en hij verliest alle rechten om zijn vader als graaf van Vlaanderen op te volgen. De banneling doet nog pogingen om zijn kinderen over te laten brengen naar Vlaanderen onder het mom van hen de Vlaamse taal te laten aanleren, maar zijn vrouw en zeker de koning van Frankrijk, trappen niet in die valstrik en ze blijven netjes op Frans grondgebied.
Lodewijk maakt gebruik van de afwezigheid van zijn broer om zijn geschil met de Franse koning te linken met de zorgen van zijn vader, die het bijzonder moeilijk heeft met het verlies van Rijsel, Douai en Bethune. En natuurlijk ook met die godverdomse afbetalingen voor de voorbije oorlogen. Lodewijk krijgt zijn vader zo ver om hem op 11 juli 1312 te laten verklaren dat de Franse koning niet de minste zeggenschap heeft om zich te moeien over zijn toekomstige troonsopvolging.
De Franse politiek is er tot op dat moment altijd op gericht geweest om te profiteren van de tweespalt tussen de machtige Vlaamse steden en de graaf. De discussie rond het afbreken van ongewenste versterkingsmuren en het tijdig betalen van de taksen, zorgt voor zoveel wrevel tussen de graaf en de stedelingen, dat er geen sprake is van een eensgezind Vlaanderen.
Maar Filips de Schone is een klootzak eerste klas. Waarom zou hij die opstandige en verbannen Lodewijk van Nevers niet gebruiken om zijn levensdoel te realiseren en Vlaanderen rechtstreeks onder koninklijk bevel te brengen? Hij ziet ook wel dat het gezin van Lodewijk op en top Frans is en dat de opvolging over Vlaanderen zich best hier kan situeren.
Het snode plan van de Franse koning zorgt voor een belangrijke wijziging in de Franse strategie tegenover het graafschap Vlaanderen en meer specifiek tegenover graaf Robrecht van Bethune die met de terugkeer van zijn verloren zoon zijn persoonlijk paard van Troje binnen haalt. Robrecht van Bethune eist de teruggave van Rijsel, Douai en Bethune omdat de Vlaamse steden hun woord hebben gehouden en de ronde som van 600.000 Doornikse ponden hebben betaald aan Frankrijk. Maar Filips doet alsof zijn neus bloedt.
De zaak escaleert. Robrecht weigert om verder in te gaan op het verzoek van het Franse parlement om te verschijnen voor de pairs van Frankrijk. Hij weigert te gehoorzamen aan Frankrijk. Het Franse parlement confisqueert nu Vlaanderen en de paus slaat de graaf, zijn aanhangers en zijn opvolgers met veel machtsvertoon in de ban van de kerk. Robrecht van Bethune voelt zich in het nauw gedreven en staat uiteindelijk toe om te verschijnen op een ultieme zitting van de pairs die doorgaat op 31 juli 1313 in Arras. Noodgedwongen aanvaardt hij de definitieve afstand van de steden Rijsel, Douai en Bethune aan de Franse kroon.
Zoon Lodewijk speelt een verdachte rol bij het verdrag. Zijn broer Robrecht wordt in elk geval het kind van de rekening. Allemaal erg vreemd. De koning eist Robrecht van Cassel, amper terug van zijn escapades in Italië, op als gijzelaar, als onderpand voor de strikte naleving van het akkoord van Arras. Robrecht wordt aanvankelijk naar het kasteel van Pontoise gevoerd, en op bevel van Filips de Schone in augustus 1313 naar het kasteel van Verneuil overgebracht. Lodewijk heeft nu vrij spel. Hij overtuigt zijn vader om in september te starten met verregaande vredesonderhandelingen.
Het moet gezegd worden: bovenaan op de verlanglijst wordt de onmiddellijke vrijlating gevraagd van Robrecht en van alle Vlaamse gijzelaars. Orchies 1313. Op 13 september verklaart Robrecht van Bethune, in het bijzijn van Lodewijk, dat hij zich nederig verontschuldigt tegenover de Franse koning en dat hij het vruchtgebruik over graafschap Vlaanderen met onmiddellijke ingang van zaken overdraagt aan zijn zoon Lodewijk van Nevers. Als Robrecht van Bethune zal sterven, dan wordt Lodewijk van Nevers zijn troonopvolger.
De eerste stap naar de totale onterving van Robrecht van Cassel is gezet. Lodewijk van Nevers houdt vast aan zijn dubbelspel. De Vlaamse steden zien dat verdrag van Orchies helemaal niet zitten. Er is nog maar eens sprake van nieuwe herstelbetalingen en het verdwijnen van die drie belangrijke handelssteden uit het graafschap is pijnlijk. Lodewijk verzet zich, voor de schone schijn, nog tijdens de onderhandelingen van Orchies tegen de afstand van Rijsel en konsoorten. Welke belangen worden hier gediend?
Op een bepaald moment is er zelfs sprake van omkoping van de voornaamste Franse onderhandelaar Enguerrand door Lodewijk in hoogsteigen persoon. De kronieken van St. Denis hebben het over de overdracht van juwelen en geld ergens op een godvergeten plek op het Vlaamse platteland. Op 29 november 1314 sterft Filips de Schone, maar zijn dood verandert niets aan het lot van Vlaanderen. In die periode schenkt Robrecht van Bethune enkele Vlaamse heerlijkheden aan zijn jongste zoon Robrecht van Cassel. Aalst, Bornem, het land van Waas.
Robrecht van Cassel en zijn oom Jan van Namen maken opnieuw deel uit van een missie die voor het Vlaamse parlement zal proberen de drie verloren steden terug te winnen en de eisen van de nieuwe Franse koning Lodewijk de Ruziemaker te matigen. Zijn broer Lodewijk die de belofte op zak heeft om zijn vader op te volgen als graaf van Vlaanderen, heeft er natuurlijk alle belangen bij dat de Franse koning hier mee instemt.
Hij is en blijft immers de opperleenheer over Vlaanderen. Terwijl Robrecht van Cassel en Jan van Namen onderhandelen met de Franse advocaten, is hij in de loop van mei 1315 ten persoonlijke titel aan het onderhandelen over een geheim verdrag. In juli 1315 komen de krijtlijnen van dit nieuwe verrassende akkoord naar boven.
De Franse koning erkent de rechten van de oudste zoon van Lodewijk van Nevers als wettelijke troonopvolger van het graafschap Vlaanderen in ruil voor de definitieve annexatie van Rijsel, Douai en Bethune bij Frankrijk. Het is natuurlijk een mes in de rug van Robrecht van Cassel die nu elke aanspraak op het graafschap mag vergeten. Hij ziet zich terecht als het slachtoffer van het verraad van zijn broer, de zwakte van zijn vader en de smerige ambities van koning Lodewijk.
Terwijl hij in opdracht van zijn vader onderhandelt met Frankrijk om die cruciale steden bij Vlaanderen te houden, marchandeert zijn broer het omgekeerde voor zijn eigen persoonlijke belangen! Robrecht heeft trouwens nog geen vermoeden welke verdere intriges zich in zijn nadeel aan het afspelen zijn.
Robrecht van Cassel en Jan van Namen stellen zich tegendraads op ten opzicht van de Franse pairs en dat leidt tot een publieke veroordeling van graaf Robrecht van Bethune en de zijnen op 18 juni 1315, ‘le 18e jor de juygnet 1315’. De beschuldiging van majesteitsschennis is niet min. Heel Vlaanderen, elke kerk, elke autoriteit, elk leen, elke wetgeving, elke titel, elk privilege, elke stad wordt onwettig verklaard. Alle Vlamingen worden nu gedegradeerd tot verschoppelingen van het Franse koninkrijk. De Vlamingen gaan pal achter de graaf staan als hij nu volop rebelleert tegen de Franse aanspraken op Vlaanderen.
De Fransen die klaar staan om de grens over te steken, worden in hun opzet geblokkeerd door de overvloedige moessonregens van het najaar. Ze zijn net begonnen aan de belegering van Kortrijk, maar de mannen staan tot aan de knieën in het water en de paarden zakken nog verder door in de West-Vlaamse modder. De bevoorrading van voedsel en munitie is een flop. Er zit niets anders op voor de Fransen om zich halsoverkop, als onnozele idioten, uit de voeten te maken. De kronieken vertellen dat de Vlamingen zich maar al te graag haasten om de Franse tenten, paviljoenen, gouden juwelen en zilverwerk buit te maken. Wat een heerlijke gedachte toch: ‘que c’est merveille à penser’.
Lodewijk de Woelzieke krijgt de kans niet om zich te revancheren voor zijn afgang in de modder rond Kortrijk. Hij sterft op 5 juni 1316. Zijn broer Filip volgt hem op als regent van Frankrijk. De Vlaamse gemeenschap probeert de relaties te herstellen met de nieuwe regent en stuurt gedelegeerden naar hem toe om te onderhandelen over een mogelijke vrede. Filip is bereid om enkele kleine toegevingen te doen op voorwaarde dat Robrecht van Bethune en zijn jongste zoon zich nederig komen verontschuldigen.
Daarbij komt de eis dat Robrecht van Cassel, de komende 2 jaar een aantal bedevaarten moet uitvoeren. Naar de Onze-Lieve-Vrouwen van Gallicië, Rocamadour, Vauvert, de Provence en naar de Puy de Dôme. Rijsel, Douai en Bethune blijven definitief bij Frankrijk. De kastelen van Kortrijk en Cassel moeten worden afgebroken en de nieuw aangelegde stadsversterkingen rond Gent, Brugge en Ieper moeten met de grond gelijk worden gemaakt.
Ook de toekomstige opvolging van de zoon van Lodewijk van Nevers als graaf van Vlaanderen wordt bevestigd. Einde augustus 1316 wordt het verdrag ondertekend. De speciale voorwaarden, vooral het bespottelijke aantal bedevaarten, om Robrecht van Cassel zo ver mogelijk te verwijderen van de Vlaamse macht, bewijzen de grote schrik die ze in Frankrijk hebben voor hem.
Het is niet verwonderlijk dat Robrecht einde augustus niet bereid is om dat vredesverdrag te ratificeren. Filip, de Lange, ondertussen gekroond tot Franse koning, vindt het op 19 november 1316 welletjes en stuurt troepen naar Sint-Winoksbergen en Cassel die er vrij grote verwoestingen aanrichten. Robrecht van Vlaanderen, hij moet nu zowat veertig jaar zijn, beantwoordt de vijandelijkheden met een leger van Westhoeksoldaten en slaagt er in om de Fransen terug te drijven. In een akte van november 1317 worden de grafelijke eigendommen definitief verdeeld. Robrecht van Cassel moet daarbij nog aanvaarden dat alle landgoederen in Aalst en in het Land van Waas zullen moeten terugkeren als hij niet beschikt over wettige erfgenamen.
Ondertussen verblijft zijn oudere broer Lodewijk nog steeds noodgedwongen in zijn kasteel in Deinze. Hij trekt zich niets, maar dan ook werkelijk niets aan van enig bestuur in Vlaanderen. Robrecht van Cassel echter blijkt aan sympathie en waardering te hebben gewonnen bij de modale Vlaming. De Vlamingen die zo graag een langetermijnoplossing willen en vooral een zelfstandig Vlaanderen, richten hun hoop op paus Johannes XXII. Hij is de enige die de Franse koning op andere gedachten kan brengen.
Ze dagdromen. Het heeft heel wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk stemmen alle partijen er in toe om de paus om een ‘scheidsrechterlijk’ oordeel te vragen. Niet als een rechter, maar als een vriend. Precies alsof enig oordeel zal geveld worden zonder voorafgaande akkoord van het Franse hof. Robrecht van Cassel, Hendrik van Vlaanderen en een Vlaamse delegatie krijgen een vrijgeleide om gedurende de maand maart 1318 naar de residentie van de paus te reizen in het Franse Avignon. De wederzijdse eisen worden er op tafel gelegd, maar zoals te verwachten viel, worden de eerdere besluiten van de Fransen bevestigd.
De paus vraagt de ontgoochelde Vlamingen om de eed van vrede af te leggen. Na een weigering later in de maand, volgt nog maar eens de excommunicatie uit de kerk en de verplichting om op 18 mei 1318 voor de Franse pairs te verschijnen om een gerechtelijke uitspraak te aanhoren. In 1318 wordt Robrecht van Casal nu werkelijk Robrecht van Cassel.
Er wordt een akte ondertekend in Kortrijk ‘en aoust lan de grace mil trois centz et diswit’ waarbij Robrecht zijn lenen in Aalst en het Land van Waas afstaat aan zijn broer Lodewijk en in ruil hiervoor onder andere de lenen van Cassel, Niepkerke, Arras, Waasten, Grevelingen, Broekburg en Duinkerke als eigendom krijgt. Zo goed als het volledige Westkwartier van Vlaanderen. Er worden die dag trouwens experten aangesteld die de waarde moeten bepalen van de bewuste heerlijkheden.
Omdat het om koninklijke domeinen gaat die nog altijd eigendom zijn van opperleenheer Frankrijk, moet de akte nog rechtsgeldig gemaakt worden door de Franse koning. Gezien de politieke toestand, zal dit nog een aantal jaar op zich laten wachten. Einde 1318 zit de politieke situatie muurvast. De Vlamingen weigeren elk mogelijk oordeel van het Franse parlement en de Fransen, met de paus in hun zog, houden voet bij stuk. Het ruikt steeds meer naar oorlog.
De partijen sukkelen van de ene wapenstilstand naar de andere. Ondertussen kwijt Robrecht van Cassel zich van zijn bestuurlijke taken in het Westkwartier en zorgt hij zo onder andere voor nieuwe reglementen betreffende de lakennijverheid in Cassel en St.-Omer. De kerkelijke druk op alles en iedereen in het graafschap neemt toe.
De pauselijke nuntius blijft de duimschroeven maar verder dichtdraaien bij de verguisde en verbitterde grijsaard die Robrecht van Bethune in navolging van zijn vader is geworden. Gevangen tussen de alles overheersende Franse dominantie en de sterke drang naar Vlaamse onafhankelijkheid van zijn steden. En natuurlijk zwaar teleurgesteld door de sterke tweespalt tussen zijn zonen.
Er komt beweging in de toestand in het najaar van 1319. De koning laat weten dat hij op kerstmis op bezoek komt bij de oude graaf om definitief een einde te maken aan de dubbelzinnige situatie. Ondertussen is de kardinaal akkoord gegaan met een geregeld huwelijk tussen de Marguerite, het achtjarig dochtertje van de Franse koning, met de jonge puber Lodewijk van Nevers (16).
Het lijkt misschien flatterend voor Lodewijk van Nevers senior, maar voor Robrecht van Bethune komt die beslissing over als een regelrecht affront: zijn kleinzoon zal trouwen met de kleindochter van zijn gewezen aartsvijand Filips de Schone. De man die hem jaren heeft gepest en vastgezet. De man die verantwoordelijk is voor de vrijheidsberoving en dood van zijn zuster Filippina.
In het voorjaar van 1320 reist Robrecht van Bethune naar Parijs. Hij strubbelt nog wat tegen, maar de wil van de Franse koning om nu eindelijk eens een streep te trekken door die oorlog, weegt niet op tegen het verzet van de oude graaf. Eigenaardig genoeg is Robrecht van Cassel niet van de partij in Parijs. Het wordt nog eens scherp gesteld: de enige mogelijke opvolger van de graaf zal bij zijn overlijden zijn kleinzoon Lodewijk van Nevers zijn.
Robrecht is nu letterlijk en figuurlijk het kind van de rekening. De drie belangrijke steden worden nu definitief Frans grondgebied. De ogen van Robrecht van Bethune vullen zich naar verluidt met tranen. Kardinaal Gosselin dient tussenbeide te komen om zijn leed enigszins te verzachten. Op 22 juli 1320 treedt onze toekomstige graaf in het huwelijk met zijn twaalfjarige Marguerite. Het kind krijgt 60.000 Parijse ponden als huwelijksgeschenk. Het geld is afkomstig van herstelbetalingen uit Vlaanderen.
Robrecht van Cassel ziet definitief af van een aanspraak op de troon en ondertekent op 2 juni een akte in Kortrijk, waarbij hij nu definitief leenheer wordt van volgende eigendommen in het Westkwartier: Duinkerke en aanhorigheden, het kasteel, de stad en de kasselrij van Cassel met de gronden van Waten en Le Boutte. Het kasteel, de gronden en het bos van Niepkerke. Het kasteel, de stad en de kasselrij van Waasten. De stad Grevelingen. De stad en de kasselrij van Broekburg. De stad en de kasselrij van Sint-Winoksbergen. De stad Nieuwpoort en zijn aanhorigheden.
Ook de steden Deinze en Bornem worden zijn eigendom. Alle genoemde gebieden zullen onherroepelijk terugkeren naar het graafschap Vlaanderen als Robrecht van Cassel kinderloos zou sterven. Zijn broer Lodewijk moet hem trouwens op 4 jaar tijd 20.000 Parijse ponden overhandigen als persoonlijke inbreng in de hele transactie. In de term ‘aanhorigheden’ zitten trouwens heel wat meer gebieden in de Westhoek die nu onder de voogdij vallen van ‘Messire Robert de Flandre, dict de Cassel, nostre chier et redoubté signeur’. Poperinge, Lombardsijde, Coxyde (Coxheyde), en Veurne voor Nieuwpoort. Zuydcoote en Mardick voor Sint-Winoksbergen. Hazebrouck voor Cassel. Zijn gebieden strekken zich uit van de Noordzee tot aan de poorten van Ieper.
Robrecht van Cassel koestert een blinde haat tegenover zijn onbetrouwbare broer. Het liefst wil hij Lodewijk dood zien. Hij insinueert bij zijn vader dat Lodewijk en een zekere Ferry de Pecquigny een complot smeden om de oude Robrecht te vergiftigen. Als die bewering nog bevestigd wordt door Jan van Vlaanderen, laat Robrecht zijn oudste zoon oppakken. Hij belandt uiteindelijk in een gevangenis in het kasteel van Rupelmonde waar de lokale kasteelheer Jean de Vernhières de opdracht krijgt om Lodewijk te verhoren en de zaak te onderzoeken, en in het slechtste geval zijn zoon ter dood te veroordelen. Eigenlijk kan de hele affaire bestempeld worden als een erg doorzichtige poging tot staatsgreep. Uiteindelijk blijkt de beschuldiging vals en de graaf is maar al te gelukkig dat de Vernhières zich zeer alert heeft opgesteld en zijn zoon opnieuw in vrijheid stelt.
De hele zaak staat hier kort beschreven, maar er verlopen maanden van wederzijdse verwijten. Op Pasen 1322, 11 april, blazen de herauten verzamelen aan het kasteel van Kortrijk, waar het volk getuige mag zijn van de verzoeningsplechtigheid tussen Lodewijk van Nevers en Robrecht van Cassel. De graaf van Namen verklaart dat beide broers volledig onschuldig zijn aan poging tot vader- en broedermoord. Lodewijk knielt voor zijn vader en vraagt hem om gratie en genade. Robrecht bevestigt dat zijn broer Lodewijk de waarheid heeft gesproken en dat de rest leugens en verzinselen zijn. Robrecht van Bethune vraagt aan Lodewijk om zich terug te trekken bij zijn vrouw en kinderen in Parijs.
Twee maand later overlijdt Lodewijk van Nevers senior er op 22 juli 1322. Nu zijn broer Lodewijk niet langer voor zijn voeten loopt, neemt Robrecht de werkelijke uitoefening van het grafelijk gezag ongehinderd in handen. De oude Robrecht van Bethune volgt zijn zoon korte tijd later in het graf. Hij sterft op vrijdag 17 september te Ieper. Een Luikse kroniekschrijver verspreidt het gerucht dat zowel vader als zoon hun dood te danken hebben aan die vergiftigingshistorie. Hij baseert zich op de geruchtenmolen die wel behoorlijk zal gedraaid hebben in die periode. Maar er bestaan in realiteit geen redenen om aan te nemen dat ze geen natuurlijke dood stierven. Robrecht van Cassel en zijn oom Jan van Namen komen Robrecht van Bethune hun laatste eer bewijzen in het Ieperse Zaelhof.
Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek


