banner
mei 13, 2026
2 Views
Reacties uitgeschakeld voor Lodewijk van Nevers en zijn stommiteiten

Lodewijk van Nevers en zijn stommiteiten

Written by
banner

Lodewijk van Nevers en zijn stommiteiten

De muiterij houdt niet op. Janszone en Bovijn gaan doodleuk verder met het verwoesten van de kastelen der ridders. Misdaden die natuurlijk de haat en de verbittering van de adel oppoken. Lodewijk van Nevers zal al moeten terugkeren rond Kerstmis 1324. Onderhandelingen tussen de partijen leveren niets op. De opstandelingen hebben in de gaten dat Lodewijk van Nevers zich zonder een gewapende escorte naar Vlaanderen heeft gewaagd en daardoor worden ze met de dag stoutmoediger.

De reactie van de edelen blijft niet op zich wachten. Een groep ridders verschanst zich bij Gistel en Aardenburg en vanuit hun bolwerk beginnen ze nu zelf uitvallen te organiseren. Ze branden boerenwoningen af, vermoorden de inwoners met het zwaard en radbraken hen. De buitenbevolking wapent zich op zijn beurt om zich te beschermen tegen deze aanvallen en is vastbesloten het hoofd te bieden aan deze criminele raids.

Janszone & co hebben al in het voorjaar 1324 besloten om enkel nog aanvallen uit te voeren vanuit een verscholen omgeving. Die vinden ze in de schoot van de stad Brugge waar ze in contact komen met het hoofd van de Veurnse muiters. Een zekere Nikolaas Zannekin, de rijkste en machtigste man van het Westhoek. Voor zijn achterban geldt hij als de vertegenwoordiger van de oude overleving van de Saksische ‘Karls’, de fiere Kerels van het Westland. In de ogen van de ridders stelt Zannekin niet meer voor dan een gemene en ordinaire Vrijlaat, hij kan wel een van de zonen van Erembald zijn die ooit Karel de Goede liquideerde.

Zannekin wint snel aan invloed. Telkens opnieuw legt hij de vinger op de wonde. De gemeenten worden allemaal bedreigd met onwettelijke schattingen en hatelijke belastingen. Zijn oproep in Brugge om Janszone bij te staan bij zijn plan om het kasteel van Gistel te overmeesteren slaat in bij de poorters. Nikolaas Zannekin vindt zowat overal in West-Vlaanderen een grote schare aan sympathisanten.

Torhout, Roeselare, Poperinge, Nieuwpoort, Duinkerke, Cassel en Belle zullen weldra hun poorten openen voor de rebellenleider. De geestdrift voor zijn persoon is overweldigend. In zijn eigen streek Veurne ontvangen ze hem alsof hij een engel van de heer is. De Veurnenaars vereren hem dan ook meer zoals een graaf of een koning.

Einde 1324. De vijandschap tussen de Fransgezinde adel en de Vlaamse rebellen evolueert naar een kookpunt. De ene na de andere bende poorters breekt uit de steden om de resterende burchten en kastelen onder handen te nemen.

Ze worden geleid door Zeger Janszone en Lambert Boonen die niet zullen rusten tot er geen enkel kasteel in het Brugse Vrije meer overeind staat. De edelen sturen boodschappers naar graaf Lodewijk met de smeekbede om hulp met daarbij de dringende vraag om zijn adviseur Flotte toch maar thuis te laten want die werkt alleen maar in als een rode lap op het netvlies van de Vlaamse stier.

Het moet rond Kerstmis draaien als de graaf weer voet zet op Vlaamse bodem. Hij reist door tot in Kortrijk voor een vergadering met Jan van Namen, Robrecht van Cassel, Jan de Neslé, de heer van Dendermonde en nog andere prominenten. Van alle kanten wordt aangedrongen op een strenge vervolging van de rebellen. De graaf is er niet over te spreken dat de Bruggelingen nu al twee keer zijn verzoek tot matigheid naast zich hebben neergelegd. Hij vaardigt een bevel uit om enkele belhamels van het Brugse Vrije van hun bedden te lichten en naar Kortrijk over te brengen en te onthoofden.

Januari 1325. Toch aarzelt het grafelijk gezelschap om Brugge zelf aan te pakken. De klauwaards zullen hen immers niet met fluwelen pootjes ontvangen. Hier te Kortrijk beslissen ze om Aardenburg en Gistel te versterken. Binnenkort zullen ze naar Brugge oprukken. Lodewijk gooit hiermee alleen maar olie op het vuur. Boonen gaat Aardenburg belegeren terwijl Janszone hetzelfde doet met Gistel, met dank aan Zannekins welsprekendheid.

De inwoners van Gistel dragen ook hun steentje bij en verdrijven de aanhangers van de graaf uit hun stadje. Daarbij worden verscheidene edelen in de boeien geslagen en naar Brugge overgebracht. Jakob van den Berge, de gouverneur van Gistel zal hier aan zijn verwondingen overlijden. De val van Gistel maakt diepe indruk in Aardenburg. Het weer tijdens die eerste weken van 1325 is bijzonder streng en guur, maar van het opbreken van het beleg is geen sprake.

De belegering zal zes weken lang aanslepen. In die periode vertrekt een deel belegeraars onder leiding van Wouter Ratgheer op strooptocht richting Assenede. Onderweg krijgen ze een aanval van de graaf te verduren die een Gents leger aanvoert en voor groot bloedverlies zorgt bij de rebellen. Lodewijk riskeert het echter niet om de confrontatie aan te gaan met Boonen zelf. Na een beleg van zes weken houden de rebellen het voor bekeken en blijft Aardenburg in het bezit van de graaf van Vlaanderen.

Janszone is na de inname van Gistel begonnen aan een veldtocht naar het zuiden van de provincie. Hij krijgt daarbij veel hulp van de Bruggelingen en van Zannekin die nu natuurlijk terugkeert naar zijn geboortegrond. De leider is afkomstig van Lampernisse in het hartje van Veurne-Ambacht waar hij zich al eerder verzet heeft tegen de trawanten van gouverneur L’Aspremont. Dat was trouwens ook de reden geweest waarom hij had moeten uitwijken naar Brugge.

De Brugse magistraat had hem daarna het poorterrecht verleend en Zannekin werd opgenomen in de gilde van de visverkopers. De eerste stad die Janszone en Zannekin aanvallen is Nieuwpoort. Lodewijk van Nevers heeft de verdediging van de havenstad toevertrouwd aan zijn oom Robrecht van Cassel. Veel bakt de ‘would be’ graaf er niet van. Nieuwpoort bulkt van de sympathisanten van Zannekin waardoor de poorten zich als vanzelf openen en de rebellen zonder slag of stoot binnen de vestingen kunnen komen. Hetzelfde scenario volgt in Veurne.

Onder luide vreugdekreten heten ze hun medeburger welkom. Het snel achterlaten van Veurne geeft de opstandelingen de impressie dat Robrecht van Cassel aan hun zijde staat tegen graaf Lodewijk van Nevers. Dat blijkt echter een flagrante misrekening. Hoe kijken ze op hun neus als ze bij het verdertrekken naar Duinkerke een delegatie van zes Vrijlaten naar Robrecht van Cassel sturen in zijn kamp te Zuydcote.

Tot hun afgrijzen vindt de zoon van Robrecht van Bethune er niets beter op dan de zes onderhandelaars een na een te onthoofden. Of zoals het hier toch maar sinister beschreven staat: ‘hij liet hen het hoofd voor de voet leggen’. Die teleurstelling houdt Janszone en Zannekin niet tegen om toch naar Duinkerke verder te zetten. Ook hier ligt de verdediging in handen van Robrecht van Cassel.

De edelen hier zijn vastbesloten om te weerstaan aan de aanval van de rebellen, maar als puntje bij paaltje komt lopen hun volgelingen over naar de vijand. Robrecht van Cassel is nu alles kwijt, hij en zijn vrouw Jeanne kunnen zich nog op de rug van een paard uit de voeten maken. Ze vluchten naar de veiligheid van hun kasteel ter Wal in de bossen van Nieppe.

De opstand breidt zich verder en verder uit. Na het succes van Zannekin in Duinkerke sluiten Sint-Winoksbergen, Cassel, Belle, Torhout, Roeselare en Kortrijk zich bij hem aan. De rebellenleider laat elk van deze steden door eigen manschappen bezetten zodat eventuele aanvallen van edelen afgeweerd kunnen worden. De ridders van hun kant laten de rebellen niet zomaar hun zin doen.

Ze laten van tijd tot tijd opstandelingen van hun bed lichten waarop de scherprechters hen als moordenaars en brandstichters overleveren om opgeknoopt of op het rad gedood te worden. Burgers en sympathisanten van Zannekin krijgen bezoek waarbij hun woningen ten prooi gegeven wordt aan de vlammen. Brandstichting is zowat overal aan de orde. Ook de Vlaamse rebellen bezondigen zich eraan. De klauwaards vernielen onder ander de twee versterkte huizen van Robrecht van Cassel in Duinkerke en Cassel.

24 maart 1325. Lodewijk van Nevers moet absoluut iets doen aan deze uit de hand gelopen situatie. Hij roept de drie Leden van Vlaanderen bijeen te Gent. Afgevaardigden van Gent, Brugge en Ieper. Beide partijen staken de vijandelijkheden in de hoop dat de poorters van de steden nu eens wel gehoor zouden kunnen krijgen. Opnieuw wil de graaf de opstandelingen genade verlenen, zolang ze de schade maar betalen met nog een boete daarbovenop. Het lijkt er tijdens het voorjaar van 1325 op dat iedereen snakt naar vrede.

Die hoop wordt op 11 juni in de grond geboord. De aangewezen commissarissen die een inventarisatie dienen te maken van de aangerichte schade zullen die dag samenkomen in de abdij ter Duinen voor Koksijde. Het gaat over Robrecht van Cassel en gevolmachtigden uit Gent en Ieper. De vergadering eindigt nog voor ze begonnen is. Na een eerste begroeting stormt een bende Vrijlaten en Veurnenaars onder leiding van Janszone & Zannekin het klooster binnen. Ze hebben blijkbaar geen vertrouwen in de eventuele uitkomst van deze meeting die dan ook afloopt op een geweldige sisser.

Half juni 1325. De actie in Ter Duinen betekent natuurlijk de start van een nieuwe golf van geweld. Vooral Kortrijk zal het zwaar te verduren krijgen. Lodewijk van Nevers verneemt dat er in deze stad nogal onstuimige tonelen plaatsvinden en vertrekt meteen met een gewapende militie naar deze oude Leiestad. Hij laat er prompt zes Brugse afgevaardigden in de gevangenis gooien. Het bericht van de kerkering van hun stadsgenoten zorgt voor grote verbolgenheid bij de Bruggelingen.

Terwijl ze afgevaardigden stuurden om tot een goede verstandhouding met de graaf te komen vond die er niets beter op dan hen in de kerker te gooien. Wat een schending toch van hun fundamentele rechten! Lodewijk van Nevers is kop van jut. De scheldpartijen aan zijn adres gaan niet meer weg uit de Brugse lucht. Een oproep tot actie zorgt ervoor dat 5.000 Bruggelingen zich op weg begeven naar Kortrijk, allemaal vastbesloten om hun kompanen uit de macht van de graaf te gaan bevrijden.

De komst van dat Brugs leger gaat niet onopgemerkt voorbij aan het grafelijk hof. Jan van Namen geeft zijn achterneef het advies om zich tot de tanden toe te verdedigen. Wat ook gebeurt.

20 juni 1325. Graaf Lodewijk vindt er niets beter op dan de voorsteden van Kortrijk in brand te steken om de vijand te verhinderen om onopgemerkt tot bij de wallen te geraken. Wat een verderfelijke maatregel toch. Hij kon het niet slechter gepland hebben. Een felle noordenwind drijft de vlammen tot over de vesten. Vonken, assenregen en brandende voorwerpen dwarrelen neer op de woningen in de stad en zonder dat iemand het kan beletten staan verscheidene straten algauw in lichterlaaie. Kortrijk staat helemaal in brand.

De poorters van de schone Leiestad die nog maar pas gezworen hadden om de graaf bij te staan en trouw te blijven, zien zichzelf nu geconfronteerd als zijnde de speelbal van zijn afschuwelijk verraad. De Kortrijkzanen zijn in alle staten. De poorten gaan dicht, de klokken luiden, de burgers vallen de begeleiders van de graaf aan met al wat ze in hun handen kunnen krijgen.

Zwaarden, messen, mokers, spaken, meubelen. Vooral de vrouwen zijn furieus, ’toppeltje uit van kolere’. Ze vallen met loshangende haren de edelen op het lijf en beroven hen onder de vreselijkste martelingen van het leven. Graaf Lodewijk probeert ondertussen de brandende stad en zijn briesende ingezetenen te ontvluchten. Die van Kortrijk laten dat niet gebeuren. Ze grijpen hem bij de lurven en houden Lodewijk van Nevers in verzekerde bewaring tot dat de Bruggelingen er aankomen.

Zijn neef Jan van Vlaanderen sneuvelt en dat is ook het geval voor Jan van Nijvel, Jan van Verrières, Boudewijn van Zegerscapelle, Robert van Zaamslag, Gwijde de Crane, Gwijde de Visch en nog 200 andere ridders. Een van de weinigen die kunnen ontkomen is graaf Jan van Namen die enkele uren later in Rijsel kan getuigen over de vreselijke tonelen waar hij in het furieuze Kortrijk getuige van is geweest. Tegen die tijd zijn de Kortrijkzanen met de moed der wanhoop hun krachten aan het bundelen om de ontketende vlammen te stuiten, iets waar ze pas na lang zwoegwerk in slagen. Het vuur grijpt nu niet langer om zich heen.

21 juni 1325. De volgende dag zien ze in Kortrijk de nadering van de 5.000 Bruggelingen. Die van Brugge zijn op dat moment nog altijd van het idee dat ze straks een veldslag zullen moeten uitvechten. Luidruchtige vreugdekreten vallen hen echter te beurt, zij het vermengd met de bedroevende kentekenen van rouw en verwoesting. De Kortrijkzanen hebben hun eitje met de leliaards blijkbaar zelf gepeld.

De poorten gaan natuurlijk wijd open, ze hebben zelfs een welkomstgeschenk voor de Bruggelingen. De graaf en tien edelen op een presenteerblaadje. Lodewijk smeekt die van Brugge of ze zijn tien edelen zouden willen sparen maar de Bruggelingen kennen geen mededogen. De reactie is duidelijk. Ze sparen deze leliaards niet want het waren deze opstokers die de graaf ertoe gebracht hebben om zoveel Vrijlaten van hun bed te lichten en de kop af te slaan.

Nu is het hun beurt. Een na een worden ze nu voor de ogen van de graaf aan de wraak van de Vlamingen opgeofferd. ‘In stukken gehakt’, schrijven de kroniekschrijvers. Jacob van Berge, Thierry de Medan, Guido de Pinsoen, Thomas van Nevere, Gilles Couriel, Wouter van Rollegem, Arnold de Dressche. Van de drie laatste slachtoffers blijven de namen onbekend. Na deze bloederige vertoning blijft Lodewijk van Nevers als laatste over. Samen met maar enkele van zijn raadsheren. Die moeten mee naar Brugge.

Ze droppen de graaf op het kleinste paard dat er rondloopt, wat natuurlijk een belachelijk zicht oplevert. Op deze weinig gracieuze, zeg maar onterende manier moet de graaf van Vlaanderen tussen een haag van joelende tegenstanders zijn mentale calvarietocht naar Brugge vervolmaken. Na zijn aankomst ter plekke sluiten ze hem op in de halle waar hij nog eens kan nadenken over de stommiteiten die hij in Kortrijk heeft uitgehaald.

Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek

 

 

Article Categories:
fragment uit deel 9
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.