De ziekelijke Franse koning Karel de Schone is overleden. Er zijn geen mannelijke Capetingers voorhanden die de troon kunnen opvolgen. Het geslacht stond als sinds 987 met Hugo Capet op de troon in Frankrijk. Als de Franse koning overlijdt, is hij was vierendertig jaar. Zijn vrouw is in verwachting en het kind wordt verwacht in april. Er bestaat nog geen echo om te bepalen of de toekomstige baby al dan niet van het mannelijk geslacht zal zijn. In afwachting van de geboorte en de wetenschap of er al dan niet een mannelijke troonopvolger zit aan te komen, wordt Filips van Valois door het Franse parlement voorlopig aangesteld als regent.
Hij is een neef van de illustere Filips de Schone maar ook verwant met het Engelse hof. De regent probeert de onderhandelingen die de overleden Franse koning aan het voeren was met de Vlaamse gemeenten, verder te zetten. Maar de situatie tussen het nurkse Vlaanderen en zijn leenheer Frankrijk zit muurvast. Enkel een veldslag tussen de partijen lijkt een uitsluitsel te kunnen brengen. De baby blijkt een meisje te zijn. Volgens de recent aangepaste Salische wet, kunnen de Franse baroenen regent Filips van Valois op 29 mei 1328 uitroepen tot Filips VI van Frankrijk.
De omwisseling van dynastie zal in de kortste tijd leiden naar grote moeilijkheden tussen Frankrijk en Engeland. De opperste leiding van Brugge is de voorbije decennia steeds in nauw contact gebleven met de hoogste niveaus van hun belangrijke handelspartner Engeland. Het voorbije jaar zijn die contacten nog opgedreven, want de situatie tussen Frankrijk en Vlaanderen is zo fragiel, dat een verbond met Engeland zeker geen overbodige luxe is.
In het voorjaar van 1328 stelt aan delegatieleider Willem de Deken zelf voor aan de Engelse koning om de titel van ‘Koning van Frankrijk’ aan te nemen, zodat Vlaanderen hem zou kunnen erkennen als hun hoogste leenheer. Eigenlijk is het erg leep gezien van de Vlamingen, want de zestienjarige Edward III is zelf kandidaat om Karel de Schone op te volgen als Franse monarch. Vlaanderen trekt dus volop de kaart van de Engelse kandidatuur. Het snijdt natuurlijk in eigen vel als het Franse parlement hun eigen Filips van Valois kiest.
Nu krijgen de Vlamingen natuurlijk te doen met een nieuwe Franse koning die hen vijandig gezind is. Hoe dan ook, de beginperiode van de honderdjarige oorlog tussen Frankrijk en Engeland is aangebroken. Met als inzet de zeggenschap over heel West-Europa! De conservatieve Franse feodale heren bekijken de toestand in Vlaanderen met argwaan. De onrust en het bloedige geweld van de voorbije decennia in hun noordelijke leengebieden, hebben een nieuwe orde geschapen waar geen plaats meer is voor de rechten van de adel of de gilden.
Vanuit het volk is er eindelijk een democratisch getint zelfbestuur ontstaan dat zijn tijd ver voorop is. Vlaanderen ligt zwaar op de maag in Frankrijk. De Franse gemeenten zelf, van Parijs tot Normandië, kijken op naar de zelfverklaarde vrijheid van hun noorderburen. De Franse edelen maken zich terecht bezorgd dat de situatie in Vlaanderen dreigt te escaleren binnen hun eigen Frankrijk. Er moet absoluut gereageerd worden op die woelige en vervelende onderdanen.
Er moet een voorbeeldige straf worden opgelegd aan het brutale Vlaamse gepeupel. De Vlamingen moeten voor eens en altijd het zwijgen worden opgelegd. Het is notabene de paus van Avignon zelf die de grote aanstoker is van een militaire actie tegen de Vlamingen. De rebellie van de Vlamingen blokkeert blijkbaar de organisatie van nieuwe kruistochten. Johannes de 22ste is de menner en de ophitser die er bij de Franse koning op aandringt om een strafexpeditie te ondernemen tegen het opstandige Vlaanderen. De intense haat van de Franse gezagsdragers ten overstaan van de Vlaamse volksbeweging wordt van langs om duidelijker. Er wordt besloten om de Vlamingen een lesje te leren. Ze hebben oorlog gevraagd en ze zullen die ook krijgen!
Reims. 29 mei 1328. Filips van Valois (vijfendertig jaar) wordt tijdens een plechtigheid in de kathedraal tot ridder geslagen en gezalfd tot officiële koning van Frankrijk. Ook Lodewijk van Nevers is, vergezeld van tachtig Leliaardse edellieden, aanwezig als Pair van Frankrijk en als belangrijkste leenman van het rijk. Wanneer hij opgeroepen wordt om als ‘graaf van Vlaanderen’ het zwaard aan te bieden aan de nieuwe koning, blijft hij zitten en negeert hij tot drie keer de oproep van de wapenheraut. ‘Waarom zou ik hierop antwoorden Monseigneur’ beweert de graaf: ‘Waar is mijn gezag over Vlaanderen gebleven? De burgers van Brugge, Ieper, Poperinge en Cassel hebben me uit hun gebied verdreven.
Er blijft nog nauwelijks Gent over waar ik me durf te vertonen!’ Het zit een verbitterde Lodewijk van Nevers nog steeds erg hoog dat hij op de meest brutale manier als nar werd behandeld tijdens de Kortrijkse Metten. Dat het zijn schuld was, komt niet bij hem op. ‘Het graafschap staat niet meer aan de zijde van de graven van Vlaanderen. Het houdt het bij barbarendom, anarchie en ketterij.’ ‘De Vlamingen zijn erger dan honden en Turken.’ Daarom weigert Nevers het koninklijk zwaard in de stoet te dragen. Tachtig Vlaamse edellieden protesteren met hem tegen de voortdurende smaad van een barbaars volk. De koning van Frankrijk heeft als leenheer de plicht zijn leenman te beschermen, vooral tegen dit gemeen muitend volk.
Volgens de kronieken wordt bij deze gebeurtenis definitief de beslissing genomen om Vlaanderen binnen te vallen. De nieuwe koning zweert op het Heilig Olie die hem koning heeft gemaakt, dat hij niet zal terugkeren naar Parijs vooraleer Lodewijk van Nevers weer zal beschikken over een vredig Vlaanderen. De Franse adel wordt nog voor het einde van juli gedagvaard te Atrecht om er zijn diensten aan de koning te komen bewijzen.
Op 12 juni 1328 spreken de aartsbisschop van Reims en de bisschoppen van Doornik en Terwaan opnieuw het interdict uit over Vlaanderen. De magistraat en de inwoners van Brugge, Ieper en alle opstandige steden en Kasselrijen worden op vraag van koning Filips VI van Valois in één beweging geëxcommuniceerd. Het Franse ridderleger, het telt honderdzeventig banieren en dat is beduidend omvangrijker dan dat van 1302, wordt in gereedheid gebracht en zal op 31 juli verzamelen te Arras. Eén van de eersten die zich aansluit bij het leger van de koning is onze Robrecht van Cassel die hiermee zijn onherroepelijke trouw aan de nieuwe koning bewijst.
Hij is en blijft een niet te vertrouwen persoon. De koning neemt trouwens persoonlijk het voortouw in het opzetten van zijn troepen. De baljuws van alle Franse steden krijgen de dwingende opdracht om alle beschikbare leenmannen en achterleenmannen tegen de Vlamingen in het gelid te brengen.
Het gaat er heel minutieus aan toe bij de voorbereiding. Er wordt niets aan het toeval overgelaten om een scenario zoals dat van Kortrijk zesentwintig jaar geleden te vermijden. Alle noodzakelijke levensmiddelen en krijgsbehoeften worden naar noord-Frankrijk versast. Grote voorraden aan koren, haver, erwten, bonen, koeien, schapen, varkens, wijn, azijn, zout en kaarsen worden bijeengebracht in de steden St.Omaars, Rijsel en Doornik. Zesentwintig baljuws uit de diverse Franse steden, verzamelen het indrukwekkende bedrag van 229.000 Doornikse ponden.
Een bedrag dat op vandaag ongetwijfeld enkele miljarden euro zou zijn. Naast een landleger houdt de koning rekening met een aanval over zee en wordt een Franse vloot in staat van verdediging gesteld. De Fransen sturen ondertussen regeringscommissarissen naar de Vlaamse steden met de vraag zich onherroepelijk te onderwerpen aan het Franse gezag en de regels te respecteren. De aankomende oorlog en de pertinente houding van Filips van Valois zorgen opnieuw voor erg verdeelde gevoelens in Vlaanderen. De gematigde Vlamingen dringen er op aan om in te gaan op de Franse voorstellen. Maar dit keer staan de radicalen sterker in hun schoenen dan twee jaar geleden. Het komt hier en daar tot opstanden, maar zowat in alle Vlaamse steden worden nieuwe hoofdmannen aangesteld die de revolutie moeten verder zetten.
Alleen de stad Diksmuide vormt een uitzondering: hier komen de gematigden aan zet. Willem de Deken trekt nog een laatste keer naar het Engelse hof. Samen met Clais van Leke, Lieven Utenbroucke en Jan Museconingh proberen ze de Engelse koning ertoe te bewegen om de Vlamingen militair bij te staan. De abten van de Vlaamse abdijen, onder wie die van Ter Duinen, zijn verschrikt voor de dramatische gevolgen van een veldslag tegen Frankrijk en proberen de Franse autoriteiten met vredelievende smeekbrieven te laten afzien van de komende veldslag. Tevergeefs.
De Franse strategie lijkt er in te bestaan om de Vlamingen aan te vallen op twee verschillende fronten. Filips van Valois zal aanvallen vanuit het zuiden terwijl Jan van Namen de Gentenaars vanuit het oosten zal bedreigen. Zo worden de Vlamingen verplicht om hun strijdkrachten op te splitsen. Milities uit de regio’s Ieper en Kortrijk bewaken de zuidelijke invalswegen in Rijsel en het Westland. Ter hoogte van Cassel wordt de weg tussen Sint-Omaars en Ieper door de Vlamingen geblokkeerd. De Bruggelingen bewaken de regio van Doornik en houden een oogje op het nog steeds onbetrouwbare Gent.
De krijgstoestand en de tactiek van de Vlamingen is bedenkelijk. De sterfte onder de beschikbare mannen de voorbije jaren en de gereserveerde houding van de gematigde Vlamingen zorgen er voor dat het aantal manschappen zeker niet aan de hoge kant moet geschat worden. En terwijl de Fransen een massale geconcentreerde aanval plannen, verdelen de Vlaamse hoofdmannen zich in veel te veel eenheden. Daartegenover staan ongetwijfeld gedrilde mannen die perfect zullen uitvoeren wat hun legendarische hoofdmannen Janszone en Zannekin hen zullen opdragen. Maar zal dit voldoende zijn om een Frans leger van dergelijk kaliber te weerstaan?
De komende oorlog is van uitzonderlijk belang voor de kersverse Franse koning. Een kruistocht tegen Vlaanderen! Bij een overwinning kan hij zijn gezag over het heroplevende ridderschap bevestigen. Het zal een harde strijd worden tegen die opstandige Vlamingen. Een nederlaag zal hem met zekerheid zijn kroon kosten en zal meteen een breuk betekenen voor de pas geïnstalleerde Valois-dynastie. Het is meteen duidelijk waarom Filips zo gestructureerd en georganiseerd te werk gaat bij het samenstellen van zijn strijdkrachten. Hij heeft gewoonweg te veel te verliezen als ‘de grote oorlog’ verkeerd afloopt.
Dinsdag 9 augustus 1328. De laatste Henegouwse divisie heeft zich zonet vervoegd bij de rest. Het Franse leger wordt marswaardig bevonden. De volgende dag begint de opmars naar Vlaanderen. Via Etrun gaat het naar de heerweg die Atrecht met Terwaan verbindt. Ter hoogte van Houdain slaan de Fransen op vrijdag de twaalfde hun legerkamp op over een breedte van negen km. Het kamp van Houdain ligt perfect centraal tussen Rijsel en Sint-Omaars. Het blijft koffiedik kijken voor de Vlamingen voor welke richting het vijandelijk leger uiteindelijk zal kiezen.
Schijnmanoeuvres en militaire mistgordijnen: van hieruit vertrekt Robrecht van Cassel met tweehonderd gevluchte edelen en patriciërs naar Sint-Omaars om er hun garnizoen te organiseren. Lodewijk van Nevers en Jan van Namen vertrekken naar Rijsel. Het is duidelijk te zien dat enkel de Franse koning de lakens uitdeelt. Het kamp verlegt zich tot bij Bethune.
De Vlamingen die de troepenbewegingen nauwkeurig bespioneren, vermoeden dat de Fransen zullen oprukken naar het noordwesten. Inderdaad. Een trip van dertien km brengt het leger naar de abdij van Ham, richting Sint-Omaars. Hier sluiten zich zeshonderd Doornikse voetknechten aan bij het Franse leger. Rond 17 augustus is het duidelijk geworden.
De Fransen zullen Vlaanderen binnenvallen via Sint-Omaars. Ze zullen de Aa oversteken en opstomen naar de Casselberg. Het staat nu vast. De boeren en de ambachtslieden van de zuidelijke Westhoek zullen de eerste schokken moeten opvangen. De manschappen van Veurne-Ambacht, Sint-Winoksbergen, Poperinge, Broekburg, Belle en Cassel staan onder leiding van Nikolaas Zannekin. Het Westhoekleger is zowat zeven- à achtduizend man sterk. Latere kronieken spreken van twintigduizend man en zelfs meer.
Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek


