Dien ’t niet en deert den naam te voeren
van Vlaming, waar, waar heeft hij g’hoord
een woord dat hem aan ’t hert kan roeren
gelijk zijn eigen Vlaamse woord?
Dien ’t niet en deert den naam te voeren
van Vlaming, waar, waar heeft hij g’hoord
een woord dat hem aan ’t hert kan roeren
gelijk zijn eigen Vlaamse woord?
–
Het woord waarmede eerst onze moeder
ons leerde wien ’t heelal behoort,
het woord van vader, zuster, broeder,
ons eigen dierbaar Vlaamse Woord!
–
Het woord dat leeft in onze herten,
en klinkt op Leie- en Scheldeboord,
al zocht een vreemde ‘et te verterdten,
ons eigen dierbaar Vlaamse woord!
–
Zoo lang een Vlaamse borst mag leven,
geen een die ’t in die borst versmoort!
Neen! vrij gesproken, vrij geschreven,
zóó leve, leve ’t Vlaamse woord!
–
De vreemde taal zij als een slave,
gedienstig waar ’t een slaaf behoort:
maar, leve vrij Gods vrije gave,
en leve lang ons Vlaamse woord!
–
Guido Gezelle in 1858
(Vlaamsch werd vervangen door Vlaams)


