Augustus 1297 was het. De kasteelheren van Broekburg en Sint-Winoksbergen, allebei notoire leliaards leverden hun steden zonder slag of stoot in. De Fransen kunnen daardoor nu ongestoord tot in het hart van de Westhoek binnendringen. Ze kozen de weg naar Haringe. De landlieden van ter plekke waren er in volle paniek met hun goederen gaan schuilen in hun kerk. Om de dood van enkele van zijn krijgslieden (reguliere plunderaars) te wreken vond Robrecht van Artesië er niets beter op om het gebouw in brand te steken en de landlieden dood te slaan. De Franse opmars in Veurne-Ambacht ging nu richting de Duitse soldaten van Willem van Gulik, een kleinzoon van graaf Gwijde, die al de hele zomer de wacht hielden.
Die vreemde soldaten hadden nogal wat overlast veroorzaakt bij de lokale bevolking, de last van een vreemd leger te moeten dragen was niet bepaald gemakkelijk om dragen. Die overlast noopte het magistraat van de kasselrij om het voorbeeld van de burggraaf en de hoogbaljuw te volgen. Die twee waren ook al overtuigde leliaards en hadden al lang aan de Fransen beloofd van hun wapens op de Duitsers te richten als het op vechten zou aankomen. Bij de Steengracht te Bulskamp was het zo ver. 15 augustus 1297. De Fransen werden eerst nog teruggedreven. Tot in de Vlaamse achterhoede de verraders hun leeuwenvanen wegwierpen en de Franse vlaggen van onder hun kleren trokken en hun Duitse kompanen in de rug vielen. De moordpartij was huiveringwekkend.
Maar liefst 16.000 lijken bedekten de velden tussen Bulskamp en Veurne. Aan Franse zijde was de zoon van Robrecht van Artesië gesneuveld en daar waren de Vlamingen natuurlijk de dupe van. Willem van Gulik viel naast andere Vlaamse en Duitse ridders in Franse handen Robrecht schandaliseerde Gwijdes zwaar gewonde kleinzoon door hem in een ijzeren kooi van stad naar stad te zeulen om hem als Vlaamse trofee te laten uitjouwen. Tot uiteindelijk de dood een einde maakte aan deze crapuleuze marteling. Ook de inwoners van Veurne waren de pineut van het verraad van hun wethouders. De overwinnaar nam de stad in en vernielde ze met het vuur terwijl de Franse benden er rovend en moordend hun weg baanden. Wat een intrieste pagina uit de geschiedenis werd hier in 1297 toch geschreven!
Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek


