banner
aug 5, 2021
697 Views

De Ieperse Sodom en Gomorra

Written by
banner

31 mei 1588. Rond 9u slaan de pachters van Elverdinge en Vlamertinge met hun beesten en voornaamste bezittingen op de vlucht naar Ieper. De trommels in hun dorpen hebben al van in de vroegte aangegeven dat de soldaten binnenkort zullen vertrekken. Enkele Spanjaarden zijn zo verstandig geweest om de boeren te verwittigen dat er vandaag wel eens heel veel van hun vendels de streek zouden durven dwarsen en dat het misschien zo gek niet zou zijn om zich even uit de voeten te maken. Er zijn zelfs soldaten die bereid zijn om de landlieden naar de stad te vergezellen en hen te helpen met het opdrijven van hun vee. Dat vind ik wel mooi, de wereld is dan toch nog niet zo slecht! De laatste dag van mei staat inderdaad in het teken van wegtrekkende Spanjaarden in de buitengebieden rond Ieper.

In de ochtend passeren er al twee groepen, korte tijd later zeulen twee keer drie vendels langs onze vestingen, ruimschoots voorzien van wagens en karren. Hier en daar ontwaar ik Vlaamse meisjes met hun Spaanse bastaardkinderen, tussen de huisraad op de wagens. Ze hebben zich laten strikken door de fonkelende ogen en de gebronsde huid van sommige jonge Spaanse macho’s. Hier in de Westhoek wacht er geen toekomst voor hen. Of ze die zullen vinden aan de zijde van een huurling durf ik te betwijfelen. De karavaan dwarst het centrum en verlaat Ieper-stad door de Torhoutpoort, op weg naar Langemark. Ook hun hoeren reizen mee, en jonge boerenjongens die zich eveneens hebben laten verleiden tot een avontuurlijk leven. Sterke vendels van elk wel honderd man groot. Deze divisies zijn pas later gearriveerd hier in Vlaanderen en zijn nog niet zo uitgedund als de vendels hier bij ons in Ieper. Veel Spaanse bezetters zijn de voorbije jaren al overleden en de lokale vendels moeten het zien te rooien met wat er rest.

1 juni 1588. De aanwezigheid van die Vlaamse jongelui op de Spaanse wagens is niet naar de zin van de wet hier. Gisteren in de vooravond lieten de schepenen omroepen dat het verboden is voor poorters en ingezetenen om met de Spaanse soldaten weg te trekken en dat ze de kinderen absoluut moeten afraden mee te drentelen met hen. Ze mogen absoluut niet vertrekken van hun huidige meesters. Zoals altijd hangen er weer ernstige boetes aan vast voor wie deze instructies negeert. Opnieuw een teken dat het vertrek van onze vrienden niet lang meer op zich zal laten wachten. Te meer omdat de voornaamste poorters gisteren opgeroepen werden om in de loop van de voormiddag naar de markt te komen want zij zullen zorg moeten dragen voor de wacht aan de poorten. In de vroege ochtend brommen de vele soldatentrommels. Eindelijk is het zo ver. De eerste groepen moeten zich gereedmaken om te verhuizen. De poorters, het gemeen, de notabelen en de wetsheren slaken een zucht van verlichting. We doen allemaal ons best om er toch niet al te blij uit te zien, maar weest gerust: dat zijn we zeker!

Om 4u staan er hele bendes gepakt en gezakt en met hun geweer in de handen te wachten om te mogen vertrekken. Ze staan nu nog allemaal aan de voordeuren van hun gastgezinnen en bij de tweede trommelslag reppen ze zich naar de markt. Het vertrek zal gebeuren voor het bezant. Het is nog donker maar de vertrekplaats is verlicht door tientallen toortsen. Dat betekent dat ik weer een excellent zicht heb vanuit mijn studeerkamer die nog geen twintig meter verwijderd is van onze beruchte ‘paysanterie’ aan de hoek van de Hondtstraat. Lizelot, Clarisse, Martine en Thomas kijken ook toe. Eindelijk zal Ieper weer een stuk van hen worden. Voor het bezant troepen nogal wat poorters samen om niets van de start te missen. Jonkheer Willem Vandekerckhove en enkele notabelen steken hun hoofden binnen in het wachtlokaal van de Spanjaarden. Ze zien er de sleutels van de stad hangen en verzoeken de Spanjaarden om die te overhandigen aan de burgerij. ‘Niets van’, krijgen ze als prompt antwoord terug, ‘wij zullen de poorten zelf opendoen en dan de sleutels afgeven aan diegenen die ze ons ooit bezorgd hebben.’

Een kwartier later is het dan eindelijk zo ver: de Spanjaarden openen voor de laatste keer onze vier stadspoorten: de Mesenpoort, Torhoutpoort, Boezingepoort en de Boterpoort die nog altijd bewaakt worden door hun eigen wachters. Ze overhandigen de vier sleutels nu aan mijnheer de burgemeester en de schepenen die hen nog een laatste erewijn aanbieden. Vroeg op de dag om nu al geestrijke drank te drinken maar het is voor het goede doel, zolang ze maar weggaan! Rond 6u vertrekt de burgerwacht naar de respectieve poorten die alle vier opengedraaid worden. De Spaanse wachters keren daarop terug naar de markt. Alle dertien vendels verzamelen zich aan het wachtlokaal, de ‘cortegarde’, vlak voor het gasthuis aan de noordkant van de markt.

De manschappen staan nu per vendel in de houding, elk bij hun kapitein. Ook de nieuwe gouverneur tekent present voor de uittocht. ‘Le maitre du Camp’ blijkt dus nu de zoon van hertog of graaf van Nazarette. De puber waar ik het al eerder over had is hier twee dagen geleden binnengereden op de rug van een paard. Nazarette junior ging direct op zoek naar een treffelijke koets en een groot vendel met voldoende manschappen om hem te escorteren. Hij krijgt zijn materiaal deels van de Spanjaarden terwijl de stad en de kasselrij ook hun duit in het zakje moeten doen.

Nu pas zet de stoet zich in beweging. Rijkelijk voorzien van hoeren, kisten en allerhande bagage, hoewel velen later zullen inschepen voor hun thuisland. De bonte menigte van wagens rijdt weg door de Torhoutpoort. De colonne strekt zich in één lange rij uit tot op de Diksmuidestraat en blijft daar wachten op andere garnizoenen die gisterenavond aangespoeld zijn in Dikkebus, Vlamertinge en Elverdinge en nu waarschijnlijk op komst zijn om zich aan te sluiten bij hun Ieperse confraters. Er is sprake van twintig vendels. Rond 18u verwittigt de poortklok van de Boterpoort dat er Spanjaarden op komst zijn. Iedereen verwacht die twintig vendels te zien opduiken. Het blijken er slechts drie te zijn. Het overschot van de twintig vendels zet zich op weg naar Steenstraete en Woumen waar een algemene verzameling van alle Spaanse en Duitse troepen op het programma staat. Er zijn in totaal zestien regimenten. De drie laatst toegekomen vendels lopen een beetje achter. Zij zullen hun ‘maitre’ vergezellen.

Het regiment herschikt zich op de grote markt. Slechts een deel van de voetknechten heeft de stad al verlaten. De musketiers scheiden zich nu af van de rest en stellen zich op voor de halle, aan de voute. De handboogschutters doen hetzelfde aan de Hoorne en marcheren direct door de Aalststraat naar het Vleeshuis. Gevolgd door acht trommelaars en acht vendelzwaaiers. Ze trommelen en zwaaien voor hun respectieve acht vendels. Na hun doortocht volgt er een nieuwe sessie van vendels, trommelslagers en vlaggenzwaaiers. Er loopt telkens één knecht bij die meezeult met de legerstandaard van zijn groep. Dan komen de lansiers, veel lansiers moet ik zeggen en na de piekeniers sluiten vier kapiteinen en hun manschappen de achterwacht of de achterhoede af, de ‘arrieregarde’.

De stoet heeft meer dan een half uur nodig om te verdwijnen door de Torhoutpoort. We houden onze adem in. Zo lang duurt het dus om Ieper in zijn blootje te zetten, weg zijn al die jakhalzen die ons acht jaarse maanden en vier dagen gekweld hebben. Achttien vendels ellendige mormels die hier hun intrede deden op Sint-Michielsavond van het jaar 87. Na hun vertrek worden er in de binnenstraten van de stad overal grote vuren aangemaakt. De bedden en de matrassen waar de vuile vreemdelingen op gelegen hebben vliegen in de brandstapels. Ongelooflijk toch welke vuile creaturen die Spanjaarden toch waren. Het goed waar ze op geslapen hebben zit volk stront, kots, menselijke en dierlijke uitwerpselen, zaad en sperma. Echt heel zwaar bevuild door hun pokkenziekte en de vuiligheid van hun hoeren. Ook dat moet ik absoluut neerschrijven in mijn dagboek van de godsdienstoorlog. Naast rozengeur en maneschijn, honger, gebrek, koud en hitte, ziekte en dood blijft die ongelooflijke en alles overheersende stank hier achter als een stukje van onze stadsgeschiedenis. De Ieperse Sodom en Gomorra. En zo heb ik het hele vertrek van onze Spanjaarden uit Ieper helemaal beschreven, alle lof aan God.

Uit deel 8 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Tags:
· · · · · · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *