banner
apr 3, 2025
161 Views
Reacties uitgeschakeld voor De komst van Dirk van de Elzas

De komst van Dirk van de Elzas

Written by
banner

De eerste zondag van de vasten, 11 maart 1128, brengt nieuwe tijdingen met zich mee. De jonge Dirk, een neef van Karel van Denemarken, is vanuit de Elzas gearriveerd in Gent. Nu ze daar Willem Clito en zijn Normandiërs buiten gebonjourd hebben, hoopt hij nu zelf als nieuwe sterke man ontvangen te worden. Ik moet wat lachen met de wat naïeve opmerking die schrijver Galbert maakt. Die verbaast er zich over hoeveel heren Vlaanderen eigenlijk wel bezit en hoeveel er nu allemaal aanspraak maken om het roer over te nemen.

Hij verwijst naar de jonge graaf van Henegouwen die de nodige steun krijgt in de streek van Arras, maar ook naar Arnold die ze graag aangesteld willen zien in St.-Omer. En nu is er die Dirk uit de Elzas. Gertrude en Adèle, dochters van graaf Robrecht de Fries, waren de moeders van respectievelijk Dirk en die van de overleden graaf Karel de Goede. Dirk en Karel waren dus elkaars neven. Voldoende reden om zelf de functie van graaf op te eisen en de plaats in te nemen van deze weinig populaire Willem Clito.

Dirk van de Elzas geniet daarbij van de volle steun van Jan en Daniël van Henegouwen en die van Gent. De Diksmuidse burggraaf Diederik de Bevere, een achterneef van de vorig jaar geliquideerde graaf, steunt dan op zijn beurt de Normandiër. Nog geen week later krijgt Willem Clito ook problemen in Brugge. Het volk van Brugge heeft zich verspreid in en rond de Burg en gaat op zoek naar de voorraden van tarwe, wijn en andere levensmiddelen die Fromold de Jonge er opzij gezet heeft voor de graaf. Wanneer ze horen dat Gervaas van Praet, een intimus van Clito, op komst is naar Brugge, gaan de poorten van het kasteel dicht. Ze willen die man hier niet meer zien als chef. Dat moet flink tegen de zin zijn van Gervaas die er vorig jaar op toegezien heeft dat de Erembalden hun verdiende loon hebben kregen voor het vermoorden van graaf Karel.

De Brugse burggraaf laat op zaterdag 17 maart aan al zijn leenmannen weten dat ze zich klaar moeten houden om naar Torhout te reizen. Iedereen moet er zich volgende woensdag ter plekke gewapend komen aanbieden om samen met Willem Clito te vechten tegen Daniël en Jan van Henegouwen. De tweespalt in het Brugse is toch wel opmerkelijk: de adel staat achter het regime, de mensen niet langer.

Halfweg diezelfde week krijgen ze daar in Torhout het bericht dat Arnold zich in St.-Omer op een frauduleuze manier heeft laten installeren als nieuwe graaf van Vlaanderen. Voldoende reden voor Willem van Normandië om Ieper achter zich te laten en zich te reppen naar dat nabijgelegen St.-Omer. Vergezeld van een aanzienlijke krijgsmacht laat hij neef Arnold al vlug een toontje lager zingen. Zwaar onder druk gezet, zoekt deze zijn heil in de kerk van de Sint-Bertinusabdij die nu dreigt vernield te worden door een belegering van de grafelijke troepen. Er zit voor Arnold en zijn aanhang niets anders op dan af te zien van hun rechten op Vlaanderen.

Veel heeft het vermoedelijk allemaal niet om het lijf gehad, want nog diezelfde dag is Willem terug in Ieper waar hij de laatste voorbereidselen treft om de voor morgen geplande aanval van Jan en Daniël te weerstaan. We beleven een woensdag. Een dag waarop de Ieperlingen en de Vlamingen van de zeekant dure eden zweren dat ze hun stad en hun land zullen vrijwaren tegen deze agressie uit Henegouwen en Gent. De eer van Vlaanderen staat op het spel. ‘Denk daar nog maar eens goed over na!’ Dat is zowat de teneur van de brieven die de Ieperlingen te lezen krijgen in de brieven die ze toegestuurd krijgen van Jan, Daniël en de Gentenaars. Ook in Brugge stijgt de spanning en krijgt Gervaas van Praet de wind van voor. ‘Eerst die vreemde graaf buiten werken en dan zal hij weer toegang krijgen tot zijn eigen burcht.’

Willem Clito zelf is via Aalst en Maldegem op komst naar de stad. Iedereen loopt in de wapens, Gervaas zal nu snel moeten weten aan wiens zijde hij wil blijven staan. De poorten van Brugge worden haastig gesloten. Nog diezelfde dag krijgen ze in Brugge het bezoek van Conon, een broer van de overleden Wouter van Vladslo, een grote man die ze in die dagen graag als ‘edele’ en ‘ridder’ betitelen. Conon belooft op zijn eerstecommuniezieltje dat hij voortaan de kant van het volk kiest. Ook de ridders Wouter van Lissewege en Hugo Snagaert samen met zijn Uutkerkse broers volgen zijn voorbeeld.

De titel van hoofdstuk 20 uit het boek van Galbert maakt het meteen duidelijk: ‘de verkiezing van Dirk van de Elzas tot graaf van Vlaanderen’ vergezelt het overlijdensbericht van Lambrecht van Aardenburg. Ik weet meteen waar we naartoe gaan in Vlaanderen. Zondag 25 maart. ‘Jour de l’Annonciation’ waarbij het evangelie wordt voorgelezen, staat er neergeschreven. De Vlaamse vertaling heeft het over ‘Maria-Boodschap’. Mijn kennis van de gewijde geschiedenis staat op een laag pitje en verplicht me om even de betekenis van die zogezegde ‘boodschap’ uit te zoeken.

Het blijkt te gaan om de bevruchting van moeder Maria, precies 9 maanden voor de aangekondigde geboorte van de kleine Jezus op kerstdag 25 december. De maagd Maria wist dus nog dezelfde dag dat ze prijs had. De onbevlekte ontvangenis zou misschien de perfecte vertaling zijn van die ‘Maria Boodschap’. Tja. Weinig reden tot vieren heeft Vlaanderen niet op ‘Maria Boodschap’ van het jaar 1128. Het evangelie wordt inderdaad voorgelezen.

Het diep verdeeld Vlaanderen heeft nochtans weinig reden om de zwangerschap van zijn ‘first lady’ te vieren. Petronilla van Saksen, de gravin van Holland, zwaait begerig met beloftes naar Gent om haar zoon Dirk VI van Holland als kandidaat-graaf te steunen. Alle Vlaamse handelaars kunnen voortaan vrije doorgang krijgen in Holland om er in vrede hun waren te slijten. Veel patati en patata die eigenlijk mijn koude kleren niet raakt.

Willem Clito bevindt zich nu in Maldegem en Van Praet rept zich naar ginder om zijn meester te waarschuwen dat hij daar dringend weg moet. De Gentenaars zijn op komst om hem hier te komen belegeren en hij zou zich best naar Ieper verplaatsen om dat te voorkomen. Dat is Daniël van Henegouwen inderdaad van plan. De Bruggelingen laten hem weten dat ze beter een ommetje maken via Brugge zodat ze zich kunnen aansluiten bij zijn troepen.

In St.-Omer is er nu toch weer sprake van dat ze Arnold erkend hebben als graaf. Hij krijgt de volledige steun van Hendrik, de burggraaf van Broekburg. Het duo krijgt forse steun van de koning van Engeland die zijn moment gekomen ziet om zich meester te maken van dit verscheurde land van Vlaanderen. Verscheurd. Dat is het minste wat ik er kan van zeggen. Er zijn nog altijd mensen die het opnemen voor de huidige graaf, maar de anderen, mensen zoals Daniël, Jan en het volk nemen het op voor Dirk, de man van de Elzas. In de regio van St.-Omer gaat de keuze dus naar Arnold en nog anderen zien de graaf van Bergen als ideale kandidaat om Vlaanderen te leiden.
Maandag 26 maart 1128. Gervaas van Praet distantieert zich nu volledig van Brugge. Sinds ze hem de toegang tot zijn burcht hebben ontzegd en de poorten van de stad gesloten hebben voor graaf Willem van Normandië en die Dirk van de Elzas hun trouw hebben beloofd, hoeft het voor hem niet meer. Hij roept nog eens de beste burgers bij zich om hen te verwittigen. Uit Galberts geschriften blijkt dus dat de Bruggelingen in die dagen van de geschiedenis nog geen werk hebben gemaakt van een eigen stadsbestuur en beperkt het stedelijk leiderschap zich tot het kijken in de richting van de slimsten onder hen.

‘Ik geloof nog altijd in mijn heer Willem van Normandië’, pleit van Praet. ‘Ik ben niet van plan om mijn afgelegde eed aan hem te verbreken. Daarvoor is mijn eergevoel veel te groot. Ik kan onmogelijk in jullie gezelschap blijven met de wetenschap in het achterhoofd dat jullie hem met zoveel minachting en misprijzen hebben behandeld. Jullie weten dat ik nog altijd een boontje heb voor Brugge. Wees er maar zeker van dat de mannen van graaf Willem Brugge in de tang zullen nemen en gaan straffen voor zoveel ontrouw. Het enige wat ik voor wat mezelf betreft kan proberen te regelen, is dat hij daarmee nog een weekje wacht.’

‘Ik zal ondertussen proberen om jullie met de graaf te verzoenen. Wie weet, komt hij nog met een aantal voorstellen over de brug, zodat jullie alsnog zijn zijde kunnen kiezen.’ Gervaas van Praet gelooft het tegen beter weten in. Hij vraagt de Bruggelingen om ondertussen zorg te dragen voor zijn vrouw, zijn kinderen en zijn eigendommen die zich nog allemaal in de Burg bevinden. Iets wat de stedelingen hem ook stellig beloven. Ze hebben niets tegen hun burggraaf, wel alles tegen de persoon van Willem Clito.

Nog diezelfde maandag komen Etienne van Boelare en veertig van zijn ridders binnen te Brugge. Samen met de lokale adel wordt er een raid gepland op de eigendommen van Tancmaar van Straeten, het latere Varsenare. De stedelingen maken voor het eerst kennis met Dirk van de Elzas die binnengereden komt aan de zijde van Jan en Daniël van Henegouwen. Hij wordt hier op applaus onthaald en ontvangen als de enige echte graaf van Vlaanderen.

In de vroege dinsdagmorgen steken Tancmaar en zijn neven zelf hun eigendommen in brand. Beter dat dan de eer te laten aan de vijand. Galbert komt af met het nieuws dat Jan en Daniël eigenlijk zelf nog altijd geen manschap hebben afgelegd aan Dirk van de Elzas en dat ze zich momenteel beperken om de nieuwe te gaan voorstellen bij de diverse kastelen die Vlaanderen rijk is. Ze proberen het volk en de adel warm te maken voor deze Germaanse neef Dirk.

Jan en Daniël hebben daartoe de opdracht gekregen van Godfried van Lotharingen, beter bekend als Godfried met de Baard, de hertog van Leuven, markgraaf van Antwerpen en van het latere Brabant. Elke beslissing in verband met de aanstelling van Dirk van de Elzas zou blijkbaar van hem afhangen. Het feit dat Godfried van Lotharingen een trouwe vazal is van de keizer van Duitsland, bewijst nog maar eens hoe belangrijk het graafschap Vlaanderen eigenlijk is voor zijn buurlanden.

Nog diezelfde 27ste maart wordt Willem van Lo op vrije voeten gesteld. Je weet wel: de sterke man uit Ieper, die na de moord op graaf Karel als medeplichtige in het vizier kwam omdat hij toen door proost Bertulf naar voor geschoven werd als diens opvolger. Hij komt zijn services en die van zijn mannen aanbieden in Kortrijk. In Brugge en Gent is hij persona non grata geworden. Ik verneem trouwens dat hij ook de steun van de Engelse koning op zijn buik kan schrijven, want die is op zijn beurt voorstander van Arnold, de sterke man van Veurne, St.-Omer en van Broekburg.

In Brugge begrijpen er sommigen niet al te goed waarom Dirk van de Elzas naar voor geschoven wordt en waarom zij hier manschap moeten afleggen aan die vreemde man. Er zijn een aantal ridders uit Oostkerke die zelf naar Ieper trekken om zich solidair te tonen met Willem van Lo. De situatie is in elk geval warrig. Op vrijdag 30 maart lijkt er toch een doorbraak in de maak. Daniël en Jan en hun ridders komen naar Brugge met een onderling akkoord op zak dat de hele streek vandaag de keuze zal maken voor Dirk als graaf.

Het gezelschap nuttigt een avondmaal in de burcht bij de ‘place des Arènes’ en ondertussen verkiezen ze eensgezind Dirk van de Elzas als nieuwe graaf van Vlaanderen. Jan en Daniël van Henegouwen leggen er hun eed van trouw af in het gezelschap van iedereen. Er komt in elk geval een stuk menselijkheid terug. Ik ruik het in de eerste maatregel die door nieuweling Dirk wordt genomen: elk een die verbannen werd in de nasleep van de moord op Karel de Goede, mag zich (als hij dat durft tenminste) komen aanbieden bij zijn hof en krijgt recht op een nieuw en rechtvaardig proces, zoals dit hier in Vlaanderen altijd de gewoonte is geweest.

De nieuwe wind voelt zacht en zwoel aan. De graaf geeft aan iedereen, groot en klein, de kans om voorstellen te doen die de wetten en de jurisdictie van het land kunnen verbeteren. Alles wat bijdraagt tot de gewoonten, zeden en gebruiken van Vlaanderen is meer dan welkom. Wat een hemelsbreed contrast toch met wat er het voorbije jaar allemaal voorgevallen is. Dat valt Galbert trouwens ook op. Het is vandaag precies een jaar geleden dat Jan en Boudewijn van Aalst, Wouter van Vladslo en de andere prinsen van het land ingegaan waren op de vraag van de Franse koning Lodewijk de Dikke om Willem van Normandië aan te stellen als graaf en heer van Vlaanderen.

Een jaar later is er een grote stap gezet richting vernieuwing. Maar helemaal rond is de aanstelling van Dirk van de Elzas nog niet. Ik neem even poolshoogte in Ieper waar Willem van Lo spoedoverleg houdt in de lokale raadzaal. Een plaats die ‘solarium’ heet, laat Galbert van zijn tong rollen. Er is nog geen sprake van een lakenhalle, en het blijft helaas onmogelijk om die plek te lokaliseren. Het overleg tussen Willem en zijn baronnen spitst zich toe op één onderwerp: ‘wat moeten en kunnen ze uitrichten tegen de nieuw verkozen graaf en tegen het volk en Brugge en Gent?’

Ik frons mijn voorhoofd bij de volgende passage. Humor is misschien aangewezen om het instorten van de plankenvloer in het Ieperse solarium te vatten. Is het aantal zwaarwichtige personen in de raadzaal te hoog? Galbert omschrijft het kurkdroog en laat deze keer de God waar hij zo sterk in gelooft buiten beschouwing.

‘De plankenvloer begeeft het en sleurt iedereen die er zich bevindt een etage lager. Een onder hen bezwijkt bijna wanneer hij dreigt te verstikken onder het puin.’ Hoe het afloopt, laat hij voorts in het midden. Een teken aan de wand zal het wel niet geweest zijn en of een teken aan de vloer ook zijn betekenis kan hebben, laat ik in het midden. Een Iepers standpunt blijft in elk geval voorlopig uit.

Op zaterdag 31 maart volgt de grote eedaflegging. De geestelijken en het volk keren terug naar de arena waar Dirk van de Elzas zweert op het zerk van de heilige Donaas. Jan en Daniël hebben zich tegenover het volk garant gesteld dat de nieuwe graaf geen beestigheden zal uithalen zoals de vorige en dat de nieuweling zich nu tenminste aan zijn afspraken zal houden. De Gentenaars en daarna de Bruggelingen zweren nu van hun zijde trouw en manschap aan graaf Dirk.

De eerste april gaan de inhuldigingsplechtigheden gewoon verder. De vasten is halfweg. Een wriemelende processie slingert zich door de Brugse Straeten richting de kerk van Sint-Donaas. Daarna volgt er een groot avondmaal voor de genodigden. Het eten staat te dampen in het huis van de graaf.

Er komt ook wat nieuws van Gervaas van Praet. Nogal wat Bruggelingen zijn toegewijd aan hun kasteelheer die vorig jaar zo resoluut hun zijde koos. Ze zouden hem maar al te graag willen zien terugkeren. Galbert plaatst daar een waarschuwende randbemerking bij. Niet iedereen is Gervaas goed genegen. Ze lopen er hier personen rond die zich tegen zijn terugkeer verzetten. Er is onderhuids een complot aan de gang met als gangmaker een zekere Wouter, een schoonbroer van zijn voorganger, kasteelheer Haket, die veel liever die laatste zou willen als lokale burggraaf.

Gervaas beslist om terug te keren naar zijn stad en legt er op maandag 2 april eed af tegenover Dirk van de Elzas. Zijn achterban van ridders en nogal wat Brugse volk wonen de ceremonie bij. Van Praet bevestigt met de hand op het hart dat hij zijn eerder afgelegde manschap aan Willem van Normandië herroept. Hij heeft lang zijn eed aangehouden. Maar de pairs van het land en de hele bevolking hebben de vorige graaf letterlijk uitgespuwd en veroordeeld. Hij was een leider zonder wetten en geloof, zonder Goddelijk recht en bediend door een achterban die nog altijd grote schade aan het aanrichten is in Vlaanderen.

Gervaas van Praet is resoluut terwijl hij zijn eed aflegt aan Dirk van de Elzas. Hij ontvangt hem met veel respect en affectie als legitieme en natuurlijke erfgenaam van dit land. Zo gaat het nog een tijdje verder, want ook al de leenmannen van Vlaanderen leggen op hun beurt de eed af. Het is een omslachtig gebeuren dat zowat de rest van de week in beslag neemt.

Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 5
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.