De West-Vlamingen en hun taal (geschreven in 1873)
De taal van de West-Vlamingen is een oud Neêrduitsch dialect dat in de middeleeuwen, wanneer het Graafschap van Vlaanderen in zijn luister stond, tot grondslag en regel diende aan de algemene Neêrduitse schrijftaal, zoals blijkt uit de overgebleven schriften van dien tijd, waar o.a. de spelling geheel de weêrspiegel is van de hedendaagse West-Vlaamse spraak.
Men herkent de West-Vlaming bij ’t eerste woord dat van zijn lippen vloeit. De West-Vlaamse klanken zijn licht, delicaat, lijzig en helder, gelijk in het Frans, helemaal verschillend van de Oost-Vlaamse taal die breed, zwaar en manhaftiger is zoals het Hoog-Duits. Dit is voornamelijk merkbaar in de a, au, ei, ij en de ui.
De klanken zijn overal dezelfde maar de tongval en de stembuiging verschillen volgens de streken. Bijna eentonig en zonder voois in het Brugse Vrije en in de kasselrij van Kortrijk. In Veurne-Ambacht wordt hij zangerig en gezwinder en in het Poperingse nog gezwinder, maar een beetje verkept zoals verderop in Frans-Vlaanderen.
Men heeft meermaals gezegd dat de Vlaamse taal twee grote vijanden heeft. Een die ze wil vernielen en een die ze wil verbasteren. Te weten de invloed van het Frans waar wij door dagdagelijkse betrekkingen, door stoffelijke belangen, door mode of noodzaak van Frans te kunnen en ook om andere redenen onvermijdelijk overhellen naar deze taal. De tweede vijand is de invloed van het Hoog-Duits, die allengskens de aard van het Nederlands zo verandert dat men het al niet meer verstaat in Frans-Vlaanderen.
Maar het West-Vlaams in het bijzonder heeft nog een derde vijand die gevaarlijker is dan de twee andere: het is de kwade taal van sommigen die gedurig herhalen dat het West-Vlaamse dialect een platte taal is, en louter provincialisme. Trouwens die betichtingen, hoe ongegrond ook, bedriegen de onwetenden, nemen hun de achting en de genegenheid weg die zij voor hun dialect moeten hebben en zo vergemakkelijken ze de andere vijanden hun intocht…
De West-Vlaming echter heeft een ingeboren afkeer van al wat winderig, gemaakt, gewrongen en waanwijs staat. Hij wil een taal, eenvoudig gelijk het hart, gemakkelijk en natuurlijk. Maar, zoals Horatius zegt; men neemt ook al de schijn voor het wezen, men probeert eenvoudig te spreken en men valt te leeg, men verzoekt om hoogdravend in de wolken te zweven terwijl men sleepwiekt langs de grond.
De kunst is dan van die twee uitersten te vermijden, en een middeltrant te volgen, niet hoog en niet te laag, maar eenvoudig en edel, natuurlijk en keurig, vloeiend en krachtig.
Brugge,26 januari 1873
Priester L.-L. De Bo
Westvlaamsch Idioticon
Het woordenboek van het West-Vlaams dialect


