banner
Jan 16, 2026
60 Views
Reacties uitgeschakeld voor Een flauw beestje

Een flauw beestje

Written by
banner

Veurne 1583. Sinds september is de stad weer in Spaanse handen. De inwoners zijn bevrijd van de geuzen en hun vals geloof. Leve de katholieken en de paus van Rome. De prins van Parma, Alexander Farnese heeft naast Veurne ook Nieuwpoort en Diksmuide in zijn greep gekregen. Dat is nog niet het geval voor Oostende en Ieper. Farnese richt nu zijn focus op laatstgenoemde stad. Ieper.

Na enkele weken rond de stad gelegen te hebben komt het besef dat het grote moeite zal kosten om die te overmeesteren. Ieper heeft stevige muren en wallen en wordt daarenboven verdedigd door een groot garnizoen en een kloeke burgerij die natuurlijk niet te kiezen heeft en de orders van de bezetter moet opvolgen. Er zit niets anders op dan deze stad in de klem te zetten en tot de uithongering te dwingen. De prins van Parma laat daarvoor een groot en machtig fort optrekken, pal op de weg die naar Brugge leidt, de enige plaats van waaruit de Ieperlingen nog bijstand moeten verwachten.

Op diverse andere locaties in de Iepers buitenomgeving komen er nog een reeks van sterkten, voorzien van geschut en bezet door troepen die er voor moeten zorgen dat de inwoners komende winter niet moeten rekenen op voeding en proviand van buitenaf. Tijdens de voorbije belegering van Nieuwpoort en Diksmuide, en nu met de omsingeling van Ieper verloopt het leven voor de buitenlieden in de Westhoek allesbehalve eenvoudig. De soldaten lopen in grote benden de kasselrij van Veurne af waarbij ze de landlieden die ze te pakken krijgen meteen op rantsoen plaatsen.

De tirannie van de soldaten is daarbij verschrikkelijk, de manier waarop ze de buitenlieden behandelen, de moordpartijen en de vrouwenverkrachting zijn standaardpraktijken en zeker geen uitzonderingen. De Turken en de barbaren kregen het vermoedelijk niet zo erg te verduren van de christenen als nu de inwoners van Veurne-Ambacht. Deze onmenselijke praktijken zorgen ervoor dat er niemand nog iemand kan vertrouwen in de hele kasselrij.

Tot nu toe waren er veel parochies bewoond gebleven maar nu verlaat de resterende bevolking zijn woonsten en gaan de dorpsbewoners zich in het buitenland of in een of andere besloten stad vestigen waar ze dan door ongemakken, herfstweer en de pest meestal aan hun einde komen. Nooit eerder is het gezien en gehoord dat de schoonste en vruchtbaarste kasselrij van heel Vlaanderen zo ontvolkt is geweest.

De heer van Villeneuve, de kolonel van een regiment Fransen die onder andere de stad Sint-Winoksbergen controleren, houdt die stad nog altijd in bezetting in opdracht van de protestantse hertog van Anjou. Die toestand zal niet lang meer duren. De Franse kolonel beseft dat heel de omgeving nu stevig in handen is van de Spanjaarden. Hij kan niet langer rekenen op hulp vanuit Frankrijk, noch op die van de Staten der Nederlanden.

De aanvoer van levensmiddelen is net zoals in Ieper geblokkeerd waardoor de soldaten en de inwoners binnen de Sint-Winoksbergen met zijn allen groot gebrek lijden. Villeneuve treedt in onderhandelingen met de katholiekgezinden, meer bepaald de heren De la Motte en Chassan. Hij is bereid de stad af te staan mits een eenmalige betaling van 100.000 gulden. Om aan deze eis te mogen voldoen roepen De la Motte en Chassan de magistraten van de West-Vlaamse kasselrijen in vergadering te Broekburg om hierover te beraadslagen.

Die van Veurne-Ambacht sturen op 4 september 1583 hun keurheren Charles Malegheer en Joos Weeghsteen ernaartoe, samen met de edele notabelen Roelant van Zegerscapelle en Pieter Vander Waterleet. In Broekburg legt De la Motte (de bevelhebber van Grevelingen) uit dat ze geen geld hebben om aan dit verzoek te voldoen. De prins van Parma heeft hem opgedragen om deze som te verhalen op de bevriende kasselrijen van West-Vlaanderen en dat de betaling ervan dringend is en onmogelijk kan uitgesteld worden.

De afkoop van Sint-Winoksbergen zal Veurne-Ambacht 30.000 gulden kosten. De gezanten van de kasselrij verklaren dat ze de gevraagde som onmogelijk op korte tijd kunnen vrijmaken. Waar zullen ze nu in hun stad en regio nog een stuiver vinden? ‘Goh, dat is geen probleem’, vinden De la Motte en Chassan, ‘we plaatsen een hypotheek op jullie eigendommen in Sint-Omer en nemen meteen de voorschotten van de renten in beslag.’ De zegslieden van Veurne staan daardoor voor een voldongen feit. Niet zo lang daarna zal Sint-Winoksbergen overgeleverd worden in de handen van de koning van Spanje.

Dat lost natuurlijk de financiële kater van het magistraat van Veurne-Ambacht niet op. Ze moeten nu absoluut die 30.000 gulden zien te incasseren om de ‘lening’ terug te betalen. Geld dat nu moet komen van de eigenaars van gronden in de kasselrij. Dat zou in principe geen probleem mogen betekenen in de wetenschap dat de overgave van Sint-Winoksbergen zal zorgen voor een betere verhuring van hun eigendommen en dat de streek ook opnieuw bewoond zou zijn.

Het magistraat van Veurne-Ambacht is trouwens maar een flauw beestje. Hun jurisdictie over de Acht Parochies en over de heerlijkheden stelt niets meer voor. De kasselrij ligt er verwoest en verlaten bij, de schepenen moeten er niet op rekenen om bijdragen en landkosten te distribueren. Door de oorlog, de beroering, armoede en pest is Veurne-Ambacht zo goed als uitgestorven.

Een kleine minderheid die de voorbije jaren heeft overleefd houdt zich ergens in de buurlanden verscholen en is zeker niet in een toestand om taksen te betalen, natuurlijk omdat ze niet werkzaam zijn en niet moeten rekenen op hun land om opbrengsten te genereren. De wethouders rekenen er op dat er op korte termijn weer nieuwe bewoners zullen arriveren in de kasselrij en ze sloten met dat perspectief in gedachten een lening af om hun bijdrage te kunnen leveren voor de bevrijding van Sint-Winoksbergen. Geld uit Sint-Omer en Rijsel en ook een deel van welgestelde lieden van de kasselrij die ergens in een of andere stad verscholen zitten. Ik vertel er nog bij dat op al die leningen uiteraard intresten zullen moeten betaald worden.

23 november 1583. De vertegenwoordigers van Veurne-Ambacht en een afgevaardigde van De la Motte begeven zich naar Roesbrugge. Op het programma staat een bezichtiging van het fort dat de geuzen daar gebouwd hebben. Hoe kunnen ze dat het beste afbreken? Het valt me op dat de relaties met de Spanjaarden behoorlijk goed zijn en vriendschappelijk verlopen. De afbraak moet sowieso gebeuren door inwoners van de kasselrij en dat stelt de bezoekers voor een probleem. Ze reppen zich naar De la Motte in Grevelingen om hem de problematiek te schetsen.

Veurne-Ambacht is zo arm als Job en beschikt niet over volk en nog minder over gereedschap om de slechting te kunnen uitvoeren. De la Motte toont begrip. Hij heeft de nodige werklieden ter beschikking in het land van Bredenaarde bij Sint-Omer en zal ze naar Roesbrugge sturen om het fort af te breken. Het enige waar het magistraat moet voor zorgen is voor spijs en drank voor de arbeiders. De heren Philips de Crocq en jonkheer Jan van Wyckhuyse krijgen de opdracht om toe te zien op de werken.

1584. Enige tijd na de overgave van Veurne krijgt de stad drie compagnies voetvolk te slapen gelegd. Vreemde garnizoenen zijn voor elke stad hoe dan ook een bangelijke ervaring. De vreemde soldaten staan onder het bevel van kapitein Villiers, van een zekere Moreau en van Jacob Valcke. Villiers is de algemene commandant en wordt in zijn taak bijgestaan door sergeant-majoor Vanden Clichthove.

De troepen die hier het eerst waren binnengekomen onder leiding van kapitein Hannon verdwijnen naar andere oorden. De nieuwe manschappen hebben nog maar pas de stad in hun bezit genomen of er komt al een bevel van het Hof aan de magistraten om op hun kosten de vervallen versterkingen aan de Oostpoort op te kalefateren. En ook het Oostbolwerk moet aangepakt worden. Na de afwerking van de vereiste werken zullen die versterkingen als een soort citadel dienen voor de stad. Van hieruit kunnen de Spanjaarden met relatief weinig volk de burgers onder controle houden.

Dat kan volgens hun zeggen nodig zijn omdat ze enige achterdocht koesteren tegen een aantal inwoners die wel eens oproerig zouden durven worden. Om de magistraten van de stad en de kasselrij te adviseren bij de heropbouw van de Veurnse versterkingen stuurt het hof ingenieur Hercules Scottey naar de stad. De werken zijn al aangevangen rond Allerheiligen van 1583.

Elf maanden later verhuist het stadsgeschut en de oorlogsmunitie die in de stadsmagazijnen opgeslagen ligt nu naar de nieuwe sterkte. Juan Arias en een compagnie soldaten nemen hun posities in op de nieuwe constructie die ze ‘Reducto’ noemen. De inwoners van de stad zien zich zo deels ontlast van hun militaire gasten. De kapitein van de sterkte zal voortaan de titel van ‘kastelein van de Reducto’ dragen. De constructie heeft meer dan 5.000 gulden gekost, een bedrag die fiftyfifty betaald werd door de stad en de kasselrij.

Na een blokkade van ongeveer zeven maanden zonder enige hulp van buitenaf geeft Ieper zich op 9 april 1584 over aan Farnese. De Bruggelingen en de inwoners van het Vrije die bijzonder ontevreden zijn over de steun van de Generale Staten verzoenen zich op 25 mei met de Spaanse kroon. Het zal nog duren tot 17 september voor die van Gent zich onder de gehoorzaamheid van de (Spaanse) koning plaatsen.

Daarmee lijkt de oorlog in West-Vlaanderen afgelopen. Het magistraat van Veurne-Ambacht gaat er nu hard tegenaan om de inwoners naar hun huizen terug te lokken. En dat is zeker geen evidentie. Het leven is zeer duur en de rijkste eigenaars van de streek hebben fortuinen verloren, en bovendien vinden ze geen pachters om hun eigendommen uit te baten. Ze zien zich genoodzaakt om zelf hun pachteigendommen te exploiteren om aan de kost te geraken. Het jaar 1584 blijft hoe dan ook maar een pover beestje omdat er niet veel landvolk het ziet zitten om vanuit de andere Vlaamse gewesten terug te keren naar het Westland.

Amper 2.000 hectare gebruikte landbouwgrond in de hele kasselrij is inderdaad bedroevend weinig. Om de teruggekeerde inwoners wat te sparen proberen de magistraten het te redden met leningen waarop ze intrest moeten betalen. De lijst van onbewoonde parochies waar dus geen mens woont is veelbetekenend: Ramskapelle, Sint-Joris, Pervijze, Avekapelle, Kaaskerke (Casekinskercke), Stuivekenskerke, Valravenkinderenkercke, Rellemskapelle, Zoutenaaie, Haringe, Proven, Stavele, Krombeke, Oostvleteren, Westvleteren, Reninge en Gijverinkhove Een aantal andere parochies kennen daarbij een minieme bewoning. De weinige mensen worden hier dan nog gekloot door de pest die overal om zich heen grijpt, een gesel die veel mensen in het graf sleept.

Buiten de plagen die de Veurne-Ambachters kwellen, ondergaan de lieden natuurlijk ook nog dagelijks de slechte behandeling van de soldaten uit de omliggende garnizoenen. Die nietsnutten roven en stelen er op los zodat de mensen hun woningen er maar leeg laten bij liggen. En bovendien loopt de hele kasselrij vol van vrijbuiters en straatschenders die landlieden gevangen nemen en naar de bossen leiden om hen te pijnigen en te rantsoeneren.

Dat laatste betekent dat ze enkel bij betaling van een vereiste som naar hun families kunnen terugkeren. Het is dan ook helemaal niet verwonderlijk dat de mensen niet gehaast zijn om zich opnieuw te huisvesten in deze geteisterde Westhoek. Het magistraat probeert wat te doen aan de veiligheid langs de straten en de wegen binnen hun jurisdictie. Maatregelen tegen het kwaad volk.

De raadsleden engageren een compagnie ruiters onder het bevel van kapitein Frans De Mamez. De mannen doorkruisen nu dag en nacht de kasselrij waardoor het aantal rovers en straatschenders toch een klein beetje begint te minderen. Die grote bende ruiters kost natuurlijk een pak centen. Na twee maanden dienst vervangen ze de ruiters door een groep voetvolk die onder de leiding komt van Jacob De Reekemaecker, de stadhouder van de hoogbaljuw.

Maar, ondanks het scherprecht dat wel dagelijks uitgesproken wordt tegen kwalijke individuen slagen ze er wel niet in om de streek ervan te bevrijden. Het duur leven en de armoede zijn zo uitgesproken dat een deel van het ‘klein’ volk verandert is in ‘wilde’ mensen, een fenomeen dat toch wel te verklaren is als men bekijkt wat ze allemaal al moesten doorstaan tijdens de voorbije oorlogstijd.

Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 10
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.