banner
Jan 28, 2021
984 Views

Het regent hier Vlamingen

Written by
banner

18 augustus 1304. Op deze bloedhete dag stoten de Fransen op het leger van de Vlamingen en krijgen we dan eindelijk de langverwachte veldslag. Onze troepen hebben zich in de loop van de 17de in goede slagorde opgesteld. Die van Brugge, onder het bevel van Filips van Chieti bezetten de rechtervleugel. Gwijde van Namen en de Gentenaars de linkervleugel. Willem van Gulik met die van Ieper, Kortrijk en Rijsel staan centraal opgesteld. De gevechten beginnen al om 6u in de morgen en duren tot ’s avonds wanneer de Ieperlingen, de Kortrijkzanen en de Gentenaars zo afgemat zijn door de hitte of van zuivere uitputting dat ze het veld moeten ruimen.

De Bruggelingen vechten verder en het scheelt geen haar of ze kunnen daarbij koning Filips de Schone doden. Ook veel Fransen druipen af van zuivere vermoeidheid. In de hele omgeving van de Pevelenberg heerst een ongelooflijk geharrewar van gevluchte soldaten uit beide kampen. Aan Vlaamse zijde sneuvelen 4.000 soldaten met inbegrip van Willem van Gulik. De verliezen aan Franse kant zijn duidelijk groter: 18 baanderheren, 300 ridders en 9.000 voetknechten en zelfs hun koninklijke standaard is foetsie. Op het eerste zicht lijkt het op een grote overwinning voor de Vlamingen, maar de Dampierre-mannen en hun volgelingen krijgen alsnog de rekening gepresenteerd terwijl ze de Franse legerplaatsen aan het plunderen zijn. Terwijl ze bezit nemen van het zilver van de koning krijgen ze een charge van de Fransen te verwerken.

Hun gulzigheid zorgt nu voor dood en verderf. Veel van de plunderaars verliezen hier het leven, zodat het resultaat van de slag uiteindelijk meer lijkt op een remise. Genoeg voor Filips de Schone om zichzelf op de borst te kloppen als morele winnaar van de confrontatie. In Brugge eren ze hun strijders bij hun terugkeer naar huis. Filips de Schone is de oorlog in elk geval nog niet moe, reorganiseert zijn leger en mobiliseert nieuwe soldaten om direct daarna aan te vangen met het beleg van Rijsel. De belofte dat de soldeniers de stad naar hartenlust zullen mogen plunderen zorgt ervoor dat de Fransen op scherp staan.

Het regent hier Vlamingen
Jan van Namen is er niet gerust in en verliest geen tijd. Hij laat in alle Vlaamse steden afkondigen dat de ambachtslieden hun winkels moeten sluiten, met uitzondering van de wapenmakers. De boeren moeten het land achterlaten en alle rechtszittingen worden tot nader order opgeschort. Eenieder, groot en klein moet ten oorlog trekken om het vaderland nu voor eens voor altijd van het Franse juk te verlossen. Een omvangrijk Vlaams leger komt zich in de loop van september bij Rijsel aanbieden voor een nieuwe confrontatie met de Fransen. Naar verluidt is dit het grootste leger dat ooit gezien werd aan Vlaamse kant. Hun uitrusting en tenten maken grote indruk op Filips de Schone. Dat ontlokt hem de uitspraak ‘me dunkt het dat het hier Vlamingen regent!’ Het is dan ook vrij normaal dat hij plots weer bereid is om te onderhandelen. Hij stuurt de hertog van Brabant en de graaf van Savoie naar de Vlamingen om in zijn plaats te onderhandelen over een vredesverdrag. De gesprekken gaan door in de abdij van Marquette.

23 september 1304. De Franse onderhandelaars komen met een aantal concrete voorwaarden. Het graafschap Vlaanderen kan blijven bestaan met al zijn steden en districten als voor de oorlog. Aan weerszijden zullen de krijgsgevangenen zonder losgeld losgelaten worden. En de koning verwacht een schadeloosstelling van 800.000 Parijse pond. In afwachting van die betaling zou Vlaanderen hem de steden Rijsel, Douai en Orchies verpanden. De Vlamingen eisen het behoud van al hun vrijheden en voorrechten, de permissie om hun steden naar goeddunken te versterken. En natuurlijk ook de vrijlating van de opgesloten graaf en zijn zonen. De partijen gaan akkoord om over deze voorwaarden verder te onderhandelen en intussen een voorlopig akkoord te sluiten met de ambities om voor 6 januari 1305 tot een bindende overeenkomst te komen.

1 oktober 1304. De tijdelijke vrede wordt in Rijsel afgekondigd. De Vlamingen hebben zich blijkbaar goed laten rollen want de Fransen bezetten deze stad nu zonder tegenstand in afwachting van deze toegezegde 800.000 pond. De legers trekken zich terug, het gevaar voor Filips de Schone is geweken. De Vlaamse ambachtslieden en boeren kunnen weer aan het werk. Er zal natuurlijk nog veel water door de Schelde moeten stromen om de betaling van die gigantische som goedgekeurd te krijgen in de diverse steden. En ondanks al de schone beloften van Marquette is de Franse koning helemaal niet gehaast om voortgang te maken met de onderhandelingen.

De volgende ronde gesprekken die te Parijs in het hol van de leeuw moeten doorgaan einde november 1304 gaat om onbekende redenen niet door. De Franse monarch heeft plots alle tijd nu hij verlost is van die ‘onbeschaamde poorters’. Zelfs na de bekrachtiging van dat tijdelijk akkoord door het Franse parlement blijft hij verder met de voeten van de Vlamingen spelen. Zo verhoogt hij persoonlijk zijn eis van 800.000 pond schadevergoeding tot 1.200.000 pond en blijft hij talmen met de vrijlating van Gwijde van Dampierre en Robrecht van Bethune.

Robrecht van Bethune is van zijn melk
November 1304. Filips van Chieti die nog altijd het bestuur van Vlaanderen in handen houdt, bezorgt Brugge enkele open brieven waarin hun privileges en vrijheden vastgelegd worden. Belangrijke documenten voor de zielenrust van de poorters. Een van de voornaamste nieuwigheden is wel het feit dat de Bruggelingen uitspraken van hun eigen magistraat kunnen betwisten. Ze kunnen voortaan enkel nog in beroep gaan in de vier andere hoofdsteden van Vlaanderen: Gent, Ieper, Rijsel en Douai.

7 maart 1305. De afhandeling van het vredesverdrag blijft ondertussen maar aanslepen. De commissarissen van Filips de Schone blijven uitvluchten verzinnen als de Vlaamse afgevaardigden aandringen op resultaten. Louis van Evreux, Robert van Bourgondië, Amadeo van Savoie en Jean van Dreux wijzen vooral op het feit hoe traag de som voor de schadeloosstelling maar binnenkomt. Dat bedrag is een harde noot om te kraken voor Jan van Cuyk, Jan van Gavere, Gerard de Moor en Gerard van Zottegem die de Fransen als Vlaamse commissarissen te woord moeten staan.

Ze wijzen er op dat Vlaanderen momenteel een groot gebrek aan penningen heeft door de grote kosten van de voorbije oorlog. De koning mag daar trouwens ook geen punt van maken want hij heeft Rijsel, Douai en Orchies in onderpand. De oude graaf Gwijde van Dampierre zal het in elk geval niet meer meemaken want die 7de maart overlijdt hij in zijn gevangenis te Compiègne. Na de dood van zijn vader is Robrecht van Bethune nu officieel graaf van Vlaanderen. Hoewel hij en zijn broer Willem van Dendermonde nog altijd vastzitten in Frankrijk. Nochtans zouden ze al vrij moeten geweest zijn vanaf 1 oktober 1304. Hoezeer Robrecht van Bethune en de Vlaamse onderhandelaars ook aandringen op de uitwerking van het vredesverdrag, blijft het antwoord van de koning altijd identiek: de voorwaarden zijn voor wat betreft de Vlamingen niet ingevuld. Filips de Schone blijft trouwens maar nieuwe eisen stellen. De Franse koning haalt op 5 juni 1305 zijn slag thuis.

Robrecht van Bethune is natuurlijk behoorlijk van zijn melk na die lange gevangenschap en wil natuurlijk niets liever dan eindelijk zijn ambt van graaf van Vlaanderen opnemen. Hij laat zich overhalen om de vrede van Athis-sur-Orge te ondertekenen. Een ‘allerschandelijkst verdrag’. Zo zegt Robrecht toe dat Vlaanderen voortaan jaarlijks 20.000 pond zal betalen aan de Franse schatkist, nadat er eerst zal gezorgd worden voor een aanbetaling van 400.000 pond. De Vlamingen zullen 600 ruiters ter beschikking stellen om in dienst te treden bij de koning. 3.000 klauwaards uit Brugge en het Brugse Vrije zullen als straffen voor hun misdaden overzees met de Fransen moeten vechten tegen de Turken. Gent, Brugge, Ieper, Rijsel en Douai moeten hun stadsmuren afbreken en elke Vlaming die voortaan nog een Fransman beledigt zal bestraft worden met een kerkban. Na de acceptatie van dit verdrag door Robrecht, Willem en de vier Vlaamse afgevaardigden (die van Brugge waren geweerd uit de onderhandelingen) komen de gevangenen in de zomer van 1305 eindelijk op vrije voeten.

Begrafenisplechtigheid in Flines
Robrechts terugkeer naar Vlaanderen heeft niets weg van een blijde intrede. Integendeel. De nieuwe graaf is zelf al 64 jaar, de aankomst van de graaf en zijn edelen verloopt ingetogen want ze brengen het lijk van de oude graaf Gwijde van Dampierre met zich mee. De intocht binnen Vlaanderen begint zo met een begrafenisplechtigheid in Flines. Op dat moment weten de meeste edelen, de poorters en de dorpelingen van Vlaanderen nog niet wat de nieuwe graaf overeengekomen is in Athis-sur-Orge. Bij het betreden van de Vlaamse bodem sijpelen de schandelijke afspraken druppelsgewijs naar de oppervlakte.

De verontwaardiging is meteen algemeen. Hebben de Vlamingen daarvoor zo veel bloed opgeofferd? Het is verdorie de graaf zelf die het land van Vlaanderen overgeleverd heeft aan Frankrijk en zijn trouwste onderdanen verraden heeft om nu als prooi van de Franse koning te dienen. De steden verklaren zich onvoorwaardelijk tegen deze deal die ze nooit of te nimmer zullen aannemen. Hun afgevaardigden zijn zonder meer hun boekje te buiten gegaan, geen Vlaamse edelman noch magistraat had deze Franse eisen mogen goedkeuren. De algemene verbolgenheid van zijn onderdanen is dermate groot dat Robrecht van Bethune ervoor huivert om de bepalingen van de overeenkomst officieel aan te kondigen.

En toch gaat de show nog een stuk door voor Robrecht van Bethune. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk heeft hij gezien welke dankbetuigingen Filips de Schone organiseerde om Maria te danken voor zijn redding op de Pevelenberg. En nu de Vlaamse graaf terug is wil hij niet onderdoen voor de Franse kwezelarij. Hij heeft ondertussen vernomen hoe onverschrokken de Bruggelingen zich hebben gedragen tijdens diezelfde veldslag en dat ze toen ook al hun hoop en vertrouwen gelegd hadden bij de heilige moeder van God.

Om die reden en ongetwijfeld ook om de Bruggelingen te paaien laat hij een houten kapel (O.L.V. van Blindekens) bouwen met daarnaast een godshuis voor blinde mensen waarbij fondsen vrijgemaakt worden voor een jaarlijks inkomen. Robrecht laat een gele wassen kaars van maar liefst 18 kilo dragen naar Onze-Lieve-Vrouw van de Potterie en uit daarbij de wens om dat gebruik jaarlijks te herhalen op de dag van haar hemelvaart. Zo ontstaat het jaarlijks gebruik om op 15 augustus vanaf 10u in de processie te stappen tussen O.L.V. van Blindekens en O.L.V. ter Potterie. Die laatste kapel zal in latere tijden helemaal in steen heropgebouwd worden onder impuls van de heer van Pamele.

Uit deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek – Het Oud Verhaal van Vlaanderen’

Article Tags:
· · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *