banner
Jan 23, 2021
1220 Views

Jan Breydel drinkt een pint

Written by
banner

De gekende vleeshouwer Jan Breydel
1 mei 1302. De in Brugge bekende vleeshouwer Jan Breydel gaat een pint drinken in de gelagkamer van het kasteel van Male. Deze voormalige burg van de graven van Vlaanderen is zoals eerder gezegd door Filips de Schone in leen gegeven aan zijn adept Robert L’ Espinoy. De kastelein van de nieuwe eigenaar heeft een deel van het gebouw ingericht als herberg. Breydel bestelt er een kan bier en terwijl hij zijn kroes ledigt hoort hij een van de bedienden zeer denigrerende taal over de Bruggelingen rondstrooien. Die verwijt hen nietsnutten en oproerkraaiers te zijn. Breydel beschikt blijkbaar over een kort lontje en gaat er verbaal tegenaan. Van woorden komt het echter tot daden want op het eind van de discussie steekt hij die knecht effectief neer.

Een mes tussen de ribben. De caféruzie is nu compleet. De kastelein probeert Jan Breydel vast te grijpen. Iets wat hem niet lukt want onze vleeshouwer is echt wel een beer van een vent. Wat later staan beide kampen in dat kasteel van Male lijnrecht tegenover elkaar en vechten voor- en tegenstanders dat het stuift. De uit de hand gelopen ruzie is ondertussen al doorgedrongen tot in de binnenstad. Op geen tijd staan er 700 Bruggelingen onder leiding van tempelier en ridder Willem van Bornem klaar om hun stadsgenoten te gaan helpen in Male. Het spel eindigt met een totale liquidatie van de leliaards daar in de taverne ‘van Male’.

De actie brengt Jan Breydel dichterbij Pieter de Coninck. Voortaan ligt de macht te Brugge in de handen van dit krachtdadig duo. Breydel & de Coninck wensen niets liever dan dat heel Vlaanderen zich bij hen zal aansluiten en dat de klauwaards een aanvoerder mogen vinden met wie ze tegen de Fransen ten strijde kunnen trekken. Samen met Jan van Namen en Gwijde van Namen komen ze uit bij hun neef Willem van Gulik, een van de meest wakkere kleinzonen van de graaf. Pieter de Coninck gaat Willem opwachten aan de Vlaamse grens en daarna doen ze samen hun blijde intrede in Brugge dat nu wel helemaal de Vlaamse zaak lijkt toegedaan te zijn. De Bruggelingen zien het met plezier gebeuren dat Damme en Aardenburg hun afgevaardigden sturen om Willem van Gulik hun medewerking te verlenen.

Het duurt niet lang vooraleer de Brugse klauwaards in actie schieten. Onder aanvoering van hun grafelijke jongeman (van Gulik is 27 jaar) steken ze het kasteel van Sijsele in brand omdat de eigenaar ervan zich al eerder geout heeft als een fanatiek voorstander van het Frans gezag. Daarna trekken ze naar Male waar ze met 700 kloeke en gewapende mannen stormenderhand het kasteel innemen. Geen enkele Fransman die zich daar in veiligheid wilde brengen overleeft de raid van de Bruggelingen.

Willem van Gulik ziet de bui al hangen
Het aantal strijders voor Vlaanderens zelfstandigheid neemt toe met de dag. Wie nooit getwijfeld heeft aan zijn genegenheid voor de oude graaf sluit zich aan bij het leger van Willem van Gulik. Dat is ook het geval voor de Gentenaars die een hoofdrol speelden bij het verzet tegen de bieraccijns. Spijtig genoeg is hun steun van korte duur. De Gentse hulpbenden in Brugge krijgen vanuit hun thuisbasis de dringende oproep om naar Gent terug te keren. Het Gents stadsbestuur zit vol met leliaards die er niet voor zullen terugdeinzen om represailles te nemen tegen hun rebellie. Daarbij belooft Jacques de Châtillon hemel en aarde aan de Gentenaars.

Met de teruggekeerde rust in Gent kan de Fransman zich nu concentreren op Brugge. Hij neemt de nodige maatregelen om een einde te maken aan de Brugse opstand. De Châtillon roept de hoofden van de leliaards samen in een vergadering te Kortrijk. Er komt direct versterking. De edelen uit Henegouwen, Vermandois en de andere grensgebieden tekenen eveneens present op de zitting. Tijdens de Kortrijkse landdag gaat het natuurlijk over de immense ondankbaarheid van de klauwaards en bespreken de Franskiljons al de mogelijkheden om een einde te maken aan de opstand van het noorden.

Willem van Gulik ziet de bui al hangen en keert naar Namen terug. Pieter de Coninck wankelt niet. Hij plaatst zich aan het hoofd van 1.600 Bruggelingen en vertrekt naar Gent om zijn zusterstad ertoe te bewegen de Vlaamse zijde te kiezen. Zijn pogingen vallen in het water. Door al de beloften van de Châtillon voelen ze die Bruggelingen hier aan als een risico en een dreiging die ze enkel met de scherpte van hun wapens kunnen afwenden. Onder de aanvoering van hun baljuw komen de Gentenaars massaal naar buiten om de Bruggelingen te verdrijven. Pieter de Coninck is zo verstandig om geen directe confrontatie aan te gaan en spaart daarmee veel mensenlevens. Het is natuurlijk een terugkeer in mineur.

De sfeer verbetert er niet op wanneer ze na aankomst in Brugge vernemen dat Aardenburg zich ook terug onder de gehoorzaamheid van de koning heeft geplaatst. Zijn leger vertrekt er zonder dralen naartoe. ‘Op naar Aardenburg’, roept hij uit en de Bruggelingen volgen hun leider tot aan deze versterkte stad aan de Eede. Hier moet de lelie nu wel zwichten voor de Vlaamse leeuw! Op een blijde terugkeer in zijn thuisstad moet Pieter de Coninck echter niet rekenen. Hier hebben ze vernomen dat er een omvangrijk leger op komst is om het Frans gezag in Brugge te komen herstellen. Terwijl de fanatieke medestanders van de Vlamingen mee op vadrouille gingen met de Coninck zijn de twijfelgevallen thuis gebleven. De geschiedenisboeken hebben het over weifelaars, lafaards en verraders die het zinloze van het verzet tegen de Franse koning dik in de verf zetten. Hun geschreeuw haalt de boventoon in dit zwalpend Brugge dat nu plots de poorten sluit voor zijn eigen bevrijders.

De angst op de Brugse gezichten
16 mei 1302. Jacques de Châtillon stelt zoals te verwachten zijn eisen aan Brugge. Een stel weifelende onderhandelaars gaat de Franse afgevaardigden tegemoet. Ze krijgen hen zo ver dat al de mannen die betrokken waren bij de jongste omwentelingen nu ongestoord en met hun eigendommen mogen vertrekken uit de stad. Pierre Flotte, de kanselier van de Châtillon zegt toe dat dit geen probleem zal zijn en dat de Fransen trouwens met niet meer dan 300 ongewapende ruiters zullen binnentrekken te Brugge. De onderhandelingen krijgen een week later hun bescheid. Vanaf de pui van de lakenhalle krijgen de Bruggelingen te horen dat allen die deelgenomen hebben aan de jongste onlusten en die nu natuurlijk met de schrik zitten, de volgende morgen voor 9u de stad zullen kunnen verlaten en vrij mogen beslissen waar ze naartoe willen gaan.

Enkele complete buurten maken gebruik van deze vergunning. Zeker 5.000 volwassen mannen kiezen ervoor om hun thuisstad te verlaten. Het is niet te verwonderen dat ook Jan Breydel zich onder hen bevindt. De meeste bannelingen begeven zich op 24 mei 1302 naar de havens aan het Zwin of in andere naburige plaatsen. Velen kiezen Oostburg als locatie en bij hun aankomst ontstaan er gevechten in regel met de Franse bezetters daar. De vreemde huurlingen moeten echter het onderspit delven, hun magazijnen met levensmiddelen die ze moesten bewaken worden nu door de Bruggelingen leeggeplunderd.

Maar nu ga ik met de nodige haast terug naar Brugge. Wanneer de Châtillon in de vooravond van 24 mei binnenrijdt in Brugge beseffen de ingezetenen al direct welke bok ze geschoten hebben door de stad gesloten te houden voor Pieter de Coninck en zijn Vlamingen. Een weerloze bevolking ziet met alle angsten van dien hoe er in de plaats van 300 ongewapende ruiters een heel leger van voetknechten en 1.700 ruiters binnen marcheert. Met duizenden manschappen zijn ze.

De burgers proberen Jacques de Châtillon beleefd te groeten maar de Franse gouverneur beantwoordt hun verwelkomingen met een boosaardige blik, met scheldwoorden en verwijten. Zijn somber uiterlijk voorspelt niets dan onheil. De angst maakt zich meester van de Brugse geesten en die zwelt nog verder aan door het geroezemoes dat zes door de Franse soldeniers binnengevoerde wagens met vaten eigenlijk gevuld zijn met stroppen. Deze stroppen zouden blijkbaar klaargemaakt zijn in Kortrijk en moeten dienen om de Vlaamsgezinde burgers op te knopen aan de buitenzijde van hun eigen woningen.

Wat aanvankelijk wordt verspreid als een gerucht lijkt meer en meer een hallucinante realiteit te worden. De vaten bevatten inderdaad geen wijn maar wel degelijk touwen en stroppen. De Fransen verspreiden zich tegen dan al door de straten van de binnenstad waar ze zich aan verregaande baldadigheden schuldig maken. Ze vangen aan met het plunderen van de huizen van de uitgeweken Bruggelingen. Ze sparen niets of niemand, roven naar hartenlust en brengen iedereen om het leven die hen daarvan wil weerhouden. De poorters zijn wanhopig en zenden enkele boodschappers naar de vanmorgen vertrokken stedelingen met het dringend verzoek om terug te keren en de Fransen mores te leren want die zullen niets of niemand sparen. De boodschap is duidelijk: ‘overrompel de Fransen terwijl ze straks allemaal dronken zullen zijn. Al wie in Brugge gebleven is zal met wapens voor de dag komen.’

Breydel en de Coninck stellen zich aan het hoofd
25 mei 1302. Hoewel Pieter de Coninck alle redenen heeft om kwaad en verongelijkt te zijn op zijn ondankbare stadsgenoten, schaart hij zich toch meteen in de voorste gelederen van de Bruggelingen die ingaan op de dringende vraag om hulp. Jan Breydel is eveneens van de partij. Breydel en de Coninck stellen zich aan het hoofd van twee benden die samen ongeveer 7.000 manschappen bevatten en ze haasten zich in het holst van de nacht naar het geteisterde Brugge.

Nog voor het krieken van de dag (het moet zowat rond 2u30 zijn) vallen ze er binnen. Pieter de Coninck baant zich een weg door de Kruispoort terwijl Jan Breydel zijn intrede doet via de Speiepoort (de Dudzelepoort). De achtergebleven burgers maken zich tezelfdertijd meester van de Boeverie-, de Katelijne-, de Gentpoort en de Smedenpoort. De tijd voor vergelding breekt aan. De slogan ‘walsch is, valsch is, slaat dood’ zal de volgende uren niet meer uit de lucht zijn. Hoe talrijk de Fransen ook mogen zijn, tegen dergelijke overmacht zijn ze niet opgewassen. De briesende Bruggelingen vallen hen op het lijf op een moment dat ze beschonken hun roezen uitslapen.

Van veel Franse weerstand is geen sprake. Tegen die tijd zijn al de poorten al hermetisch gesloten zodat er niet aan vluchten moet gedacht worden. De mannen van Jan Breydel haasten zich naar de Snakkerstraat, naar het hof van Jacques de Châtillon (het latere klooster van Sarepta) waar ze alles kort en klein slaan. Hijzelf is al gaan vliegen. Dan zetten ze hun raid verder door het Genthof en de beurs. Idem dito voor Pieter de Coninck, die dringt door tot in het centrum via de Hoogstraat, de Burg, de markt, de Steenstraat voorbij de Sint-Salvatorskerk, de Dweersstraat en de Noordzandstraat. Pieter de Coninck en Jan Breydel vervoegen elkaar op de grote markt. ‘Vlaanderen de Leeuw’, schreeuwt de Coninck tot drie keer toe.

Zijn kreet wordt daar in het centrum door de hele meute overgenomen. Meer dan indrukwekkend toch hoe het uit duizenden kelen klinkt: ‘Vlaanderen de Leeuw, al wie goede Vlaming is kome bij ons, want al dat Walsch is, vals is, slaet dood!’ De Brugse razzia gaat onverdroten verder zijn bloedige gang. De klauwaards doorzoeken al de plaatsen waar ze dachten van verscholen Fransmannen te vinden en sparen er niemand.

Die 25ste mei brengen die van Brugge zeker 1.500 ruiters en 2.000 voetknechten om het leven. Er worden ook zeker honderd gevangenen gemaakt. Jacques de Châtillon heeft daarbij een flinke portie geluk dat hij niet zelf bij de slachtoffers valt. Hij verschuilt zich aanvankelijk in het huis van een edelman waar hij zich tot 22u gedeisd houdt. Hij hoopt dat de Brugse furie tegen dan al uitgeraasd zal zijn en trekt de kleren van zijn kapelaan over zijn eigen kledij. Rond de Smedenpoort zwemmen ze met drie de vestingen over, de Châtillon, zijn kanselier Pierre Flotte en zijn kamerheer. Dat de ontsnapping best de nodige risico’s inhoudt ondervindt die laatste wanneer hij tijdens de overtocht de verdrinkingsdood sterft. Flotte en de Châtillon haasten zich naar Rijsel.

Uit deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek – Het Oud Verhaal van Vlaanderen’

Article Tags:
· · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *