Na binnengedrongen te zijn, hebben de dieven de deur toegegrendeld. Op dit gerucht, ging de man zien wie daar was en kreeg aanstonds een slag met een dikken eiken stok op zijn hoofd, zoodanig dat hij bedwelmd ten gronde storte.
Dinsdag morgen, korts na 7 ure, zijn drie mannen binnengedrongen bij den genaamden Eduard Louzie, landgebruiker, wonende langs den steenweg van Proven, op 15 minuiten afstand der dorpplaats. Het huisgezin bestaat enkel uit twee personen: Eduard Louzie, 72 jaar en zijne vrouw Rosalie Onnotné, 71 jaar.
Na binnengedrongen te zijn, hebben de dieven de deur toegegrendeld. Op dit gerucht, ging de man zien wie daar was en kreeg aanstonds een slag met een dikken eiken stok op zijn hoofd, zoodanig dat hij bedwelmd ten gronde storte.
De dieven of moordenaars zijn dan bij de vrouw gegaan en hebben haar geld gevraagd, waarop zijn antwoordde dat zij geen geld bezaten, dat zij maar arme menschen waren, maar niets te doen, zij moesten de 250 franken hebben, daags te voren ontvangen van de levering van twee zwijns. De vrouw weigerde. Daarop kreeg zij ook eenen slag op het voorhoofd zoo geweldig, dat men gemakkelijk eenen vinger in de wonde kon leggen.
De vrouw heeft eindelijk de plaats aangewezen waar het geld berustte en schoon gesproken opdat zij tich niet meer zouden slaan, maar daarmee niet tevreden, beweerden de kwaaddoeners dat er nog goud geld was, en niets meer vindende hebben zij opnieuw beginnen te slaan.
Daarna hebben de dieven alles doorzocht en de vrouw, die nog altijd bij haar zelven was, hoorde een der mannen zeggen; ”k zal z’ik nog nen trek geven’, en hij sloeg opnieuw. ‘Nu, zullen ze niet meer roeren!’, vervolgde hij. De inbrekers hadden dus wel het inzicht te slaan om dood. De beide slachtoffers zijn gansch onkennelijk.
Doktor Peel van Rousbrugge-Haringhe, die zich juist ter dorpplaats bevond is op verzoek van den heer Burgemeester er naartoe gegaan om zijne hulp te bieden, maar daar hij zijne werktuigen, omde wonden toe te naaien, niet in zijn bezit had, is hij aanstonds naar huis gekeerd, alwaar hij zijnen schoonbroeder vond, den heer Thevelin, geneesheer te Reninghelst. Beide Heeren hebben dan samen de wonden toegenaaid en de slachtoffers de noodige zorgen toegediend.
Een bewijs, hoe wreedaardig de moordenaars hebben te werk gegaan, ’t is dat het neusbeen van den man in stukken geslagen is geweest, zoodanig dat de geneesheeren er twee gebroken beentjes uitgehaald hebben.
De plankenvloer der vout draagt menigvuldige met bloed uitgeteekende voetstappen. Alles wat zich in het huis bevond, zooals kassen, koffers, eetkas, horlogiekas en bedde; alles is doorzocht en omgekeerd geweest.
Ooggetuigen vertellen dat zij nog nooit zoo een ijselijk schouwspel hebben gezien. ’s Namiddags, rond 4 ure, is het parket van Veurne ter plaats geweest. De daders zijn tot heden onbekend.
Uit ‘Het Nieuwsblad van Yperen en het Ommeland’ van 6 januari 1906 (www.dehistorischekranten.be)


