Geldgebrek had er voor gezorgd dat het militaire beleid van Filips de Schone sinds 11 juli 1302 maar povertjes is geweest. Het volk mort om de wapenstilstand die hun vorst noodgedwongen diende af te sluiten met die brutale Vlamingen. Maar, verlost van zijn kwelduivel Bonifatius, kan Filips zich weer volop concentreren op zijn binnenlands beleid. Dank zij de steun van de geestelijkheid slaagt hij er tijdens 1304 in om driekwart miljoen pond aan inkomsten binnen te halen. Een absoluut record tijdens zijn hele regeerperiode.
Centen doen zoals altijd wonderen! De Engelse koning belooft twintig oorlogsschepen aan Frankrijk en verbiedt opnieuw de export van Engelse wol naar Vlaanderen. Alle Vlaamse kooplieden worden verzocht het Engelse grondgebied te verlaten. Frankrijk heractiveert zijn diplomatieke inspanningen in Spanje, Italië en Duitsland. Ondertussen laat hij de onderhandelingen met de Vlamingen aanslepen en dient Gwijde van Dampierre zich opnieuw aan te bieden aan de poorten van zijn Franse gevangenis.
Terwijl de Vlaamse legerleiding met de Fransen onderhandelt over een eventueel vredesverdrag, breekt de alliantie in Zeeland en is er weer druk ontstaan vanuit Holland dat Vlaanderen wil inpalmen. Het vredesverdrag met Holland wordt door de Vlamingen eenzijdig opgezegd. Een indrukwekkende Vlaamse vloot stoomt op naar de Hollandse wateren. In maart 1304 wordt er serieus slag geleverd. De Avesnes krijgen een pak rammel van de Vlamingen en Zeeland valt opnieuw in handen van de Vlamingen. Het bericht van de Vlaamse overwinning bereikt Brugge tijdens de Goede Week van 1304. We schrijven 29 maart 1304. De Vlaamse troepen trekken verder om de inwoners van Holland aan hun gezag te onderwerpen.
De weerstand groeit bij de Hollanders. Graaf Floris is ondertussen aangekomen met een nieuwe oorlogsvloot en bij de Vlamingen stokt het offensief. Meer nog: hier en daar moeten ze zich terugtrekken. Uiteindelijk laten ze zich insluiten in de regio van Ijsselmonde en Gouda terwijl enkel de stad Utrecht kon worden veroverd. Het zo geviseerde Zierikzee is nog steeds in de handen van de vijand.
Gwijde van Namen stuurt op 11 mei een nieuwe vloot naar Zierikzee. Aan boord duizenden Bruggelingen, Ieperlingen, Gentenaars, mensen van het Land van Waas, van de Vier Ambachten. Op 20 juni volgt een nieuwe vloot. Er volgt een zware zeeslag. Het Beleg van Zierikzee. De Vlamingen krijgen het hard te verduren maar komen geen stap verder. Voor het einde van juni heeft Willem van Avesnes gezorgd voor een aanzienlijke versterking van Hollandse edelen en poorters die ervoor beducht zijn om Zierikzee aan de Vlamingen te moeten afgeven.
Ondertussen is op 24 mei 1304 de wapenstilstand tussen Frankrijk en België afgelopen. Elk mogelijk voorstel voor vrede door Filips de Schone werd door Robrecht van Bethune als onaanvaardbaar beschouwd. De Franse koning is dermate sluw om voor de Vlamingen onhaalbare voorstellen op tafel te leggen. Er komt een verlenging van één maand, maar eigenlijk is die verlenging bedoeld om tijd te kopen in de opbouw van een nieuw en krachtig Frans leger.
Eind juni 1304 is het zover. Een groep Franse ruitervoorhoeden dringt enkele dorpen in de buurt van Rijsel en Douai binnen en steken die in brand. Er volgt een heuse strooptocht op de Vlamingen. Op 25 juni is immers de wapenstilstand definitief voorbij. De oorlog is nakend. Filips de Chieti verzamelt tegen half juli 1304 in Kortrijk een indrukwekkend leger met divisies uit Gent, Ieper, Brugge en de omliggende dorpen. Willem van Gulik reist naar Veurne-Ambacht om het grensgebied in de Westhoek te verdedigen.
En er valt nog meer desastreus nieuws te verwachten voor de Vlamingen. De Franse koning sluit een gehaaide alliantie met de Genuese zeekapitein Reynier Grimaldi die zich op dat moment in Calais bevindt. Voor de Vlamingen wordt deze alliantie fataal. Grimaldi beschikt over dertig Franse en acht Spaanse koggen en elf Genuese galeien. In Schiedam wordt zijn vloot uitgebreid met vijf Hollandse koggen, waarmee het totaal dus op vierenvijftig grote schepen ligt. Hiermee vaart hij naar Zierikzee, waar Gwijde beschikt over in totaal zevenendertig grote schepen en een aantal kleinere.
In de avond van 10 augustus woedde op de gedeeltelijk verzande Gouwe een relatief korte maar zeer intense zeeslag tussen de twee vloten. Aanvankelijk lijken de Vlamingen aan de winnende hand, doordat de Franse schepen aan de grond lopen. Met de komst van de vloed kunnen de vastgelopen Franse schepen weer aan de strijd deelnemen, waarop de kansen keren in het voordeel van admiraal Grimaldi en zijn Hollandse bondgenoten.
Tegen middernacht lijkt de Vlaamse nederlaag een feit. Bij verkenning van het slagveld de volgende ochtend, blijken de Vlaamse schepen van elkaar losgekoppeld. Doorgesneden door een spion. Of was hier een Vlaamse verrader aan het werk? De Vlaamse schepen drijven stuurloos rond en staan nu plots hulpeloos tegenover een Frans-Hollandse vloot in volle slagorde. Grimaldi brengt zijn galeien in de strijd, die snel de laatste resten van de Vlaamse weerstand breken. De Vlamingen lijden een smadelijke nederlaag. Hun overmoedige bevelhebber Gwijde van Namen wordt door de Hollanders gevangen genomen en verdwijnt in een Franse gevangenis. De tweede zoon van Gwijde van Dampierre zal er tot in mei 1305 vastzitten.
Het beleg van Zierikzee is afgelopen. Willem van Avesnes krijgt er zijn blijde intocht in de stad. Hij wordt de nieuwe graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. Brugge en het graafschap Vlaanderen moeten grote sommen geld (34.500 pond) dokken om de schade van de Vlaamse en buitenlandse schippers te vergoeden.
De opmars van de Vlamingen naar de zuidergrenzen loopt door het fiasco in Holland vertraging op. De Fransen opereren ondertussen al op Vlaamse bodem. De Fransen rukken het graafschap Vlaanderen binnen, steken er 16 dorpen in brand en doden alles en iedereen wat ze op hun tocht ontmoeten. De Vlamingen onder leiding van Filips de Chieti verliezen ondertussen kostbare tijd door een idiote ruzie tussen de Gentenaars en de Bruggelingen die allebei aan het hoofd van het leger willen marcheren tijdens de opmars.
Uiteindelijk komen de Vlamingen aan te Arras, waar ze de Franse opmars kunnen stoppen. Vooralsnog vinden er nog geen grote veldslagen plaats maar wel constante schermutselingen rond Doornik, Rijsel, Douai, Arras. Ook in Grevelingen wordt er hard gevochten. Er wordt echter getalmd om elkaar frontaal te bestrijden. Filips de Schone is op zoek naar een geschikt terrein om de finale veldslag tegen de Vlamingen te beslechten. Op 10 augustus 1304 laat hij zijn oog vallen op de Pevelenberg, vijftien kilometer ten noorden van Douai, een zacht glooiende helling waarvan de top zo’n zestig meter boven de rest van het landschap uitsteekt. Vlamingen en Fransen installeren zich tegenover elkaar.
Het wachten begint, een kat-en-muisspel dat weken aansleept. Telkens opnieuw veranderen de posities rond en op de Pevelenberg tussen Marke en Rijsel. Het Vlaamse leger bestaat uit dertienduizend man. Iedereen is te voet, voorafgegaan door een muur van kruisboogschutters. Het Franse leger telt drieduizend zware ruiters, voorafgegaan door de kruisboogschutters en gevolgd door tienduizend man voetvolk. Filips de Schone, de “king himself”, leidt persoonlijk de Franse troepen. Op 18 augustus is het eindelijk zo ver: de grote veldslag tussen de Fransen en de Vlamingen begint. Om 9u begint de strijd tussen de kruisboogschutters. Franse lepelkatapulten zorgen voor zware verliezen bij de Vlamingen, maar de tuigen kunnen onschadelijk worden gemaakt.
Het is een snikhete dag. Om 3 uur in de namiddag bevinden de Vlamingen zich in een moeilijke positie met gevechten aan de zuidelijke en aan de oostelijke flank. De Fransen nemen de Pevelenberg in en doden elk Vlaams verzet op de heuvel. Ze denken dat de slag voorbij is. Veel Franse ruiters hebben het zwaar met de verzengende augustuszon op hun harnassen. Hitte en dorst eisen hun tol. Ze laten hun harnassen achterwege.
Net op dat moment komt het gros van het Vlaamse leger in beweging en stormt roepend en tierende vooruit. Het is een onoverzichtelijk kluwen van vechtende soldaten. Terwijl de rechterflank van het Vlaamse leger de Fransen op de vlucht aan het jagen is, druipt de linkerflank uitgeput, dorstig en hongerig af. Als zombies zwalpend richting Rijsel, overtuigd van hun nederlaag.
Ondertussen verrast Willem van Gulik de Franse koning Filips die door de stekende hitte zijn helm heeft afgezet en plots een makkelijke en kwetsbare prooi lijkt voor het zegevierende Vlaamse leger. Maar de achtendertigjarige koning wijkt niet. Hij gaat geweldig tekeer. Hij wordt van zijn paard geslagen en komt op de grond terecht. Uiteindelijk wordt de gewonde Filips door een schare Franse ruiters uit zijn netelige situatie verlost. De Franse kroon is gered. Tijdens de confrontatie Willem van Gulik gedood. Achteraf zal zijn dode lichaam niet meer teruggevonden worden.
De gevechten gaan door tot aan de duisternis en eindigen onbeslist. Filips de Chieti stelt vast dat zijn linkerflank niet gevolgd is in zijn offensief en besluit om zijn manschappen te hergroeperen. De Vlamingen hebben drieduizend man verloren maar voelen zich niet verslagen. De Fransen zijn niet onder de indruk van minstens evenveel gesneuvelden maar eisen wel de overwinning op. Duizenden doden blijven naamloos en zielloos liggen, beroofd van hun kleren en uitrusting, tussen de lijken van de paarden.
’s Anderendaags, op 20 augustus is de stank van de rottende kadavers niet meer te harden. Maar neen. De Vlaamse en Franse legers hebben elkaar in evenwicht gehouden. De oorlog is niet voorbij! Op 23 augustus rukken de Fransen plunderend en moordend op naar Rijsel. De Vlamingen hebben zich onbegrijpelijk genoeg teruggetrokken uit de regio ten zuiden van Rijsel in afwachting van de vorming van een nieuw leger te Kortrijk. De Fransen ontmoeten dan ook geen weerstand. Pas op 21 september meldt het nieuwe (indrukwekkende) Vlaamse leger zich aan in de regio van Rijsel. Zo kunnen ze beginnen aan een wekenlange belegering van de Vlaamse stad. Ondertussen starten er onderhandelingen om na te gaan of de partijen tot een vergelijk kunnen komen. De druk op de Vlamingen groeit. De Franse koning zwaait met een mogelijke heraanstelling van de Dampierres als grafelijke leenheren van Vlaanderen.
Het is een belofte die de Vlamingen doet twijfelen. Het Vlaamse leger dat te Marquette, op ongeveer vijf kilometer van Rijsel, in gevechtsorde opgesteld staat, is zeker de evenknie van het Franse leger. Maar de belofte van Filips om de graven in eer te herstellen weegt op elke mogelijke beslissing aan Vlaamse kant. Ondertussen zijn de eerste schermutselingen tussen de Fransen en de Vlamingen ter hoogte van Marquette van start gegaan.
Beide partijen slagen er echter in om op 23 september in de abdij van Marquette tot een vergelijk te komen dat een einde maakt aan de oorlog. Er komt een voorlopige wapenstilstand van onbepaalde duur die wel dient bevestigd door een definitief akkoord (dat van Athis-sur-Orge nabij Parijs). Targetdatum: 6 januari 1305.
Alle gevangenen worden vrijgelaten, de Leliaards mogen terugkeren naar Vlaanderen en dienen vergoed te worden voor hun aangeslagen goederen. De Vlamingen beloven binnen de vier jaar een oorlogsschadevergoeding te betalen van niet meer dan 800.000 zilveren ponden. Belangrijk is dat Vlaanderen de onschendbaarheid van zijn grondgebied krijgt en dat de vroegere vrijheden behouden blijven.
De steden van Vlaanderen worden in hun toestand van voor de oorlog hersteld. De Dampierres worden opnieuw ingesteld als grafelijke macht. De Franse koning zal Robrecht van Bethune, Gwijde van Dampierre, Willem van Dendermonde en Gwijde van Namen vrijlaten. Robrecht zal opnieuw de graaf van Vlaanderen worden. Het graafschap moet wel de kasselrijen van Rijsel en Douai in onderpand van de te betalen schadevergoeding als onderpand voorzien voor de Franse koning. Het is uiteindelijk de terugkeer van de Dampierres die de onderhandelaars heeft doen zwichten voor de eisen van de Franse monarch.
Eind september trekken de krijgers naar huis. Het is nu kwestie van de voorlopige vrede van Marquette om te zetten in een echte vrede. Het kat-en-muisspel van de Franse koning met zijn Vlaamse leenheer kan weer van vooraf aan beginnen. Op 30 november 1304 zullen de onderhandelingen tussen de partijen zich hervatten in Parijs. In het bolwerk van de slinkse kater. Op 30 november gebeurt er niets. Geen spoor van onderhandelingen. En ook de Dampierres zijn nog steeds niet op vrije voeten. Ondertussen hebben Gent, Brugge en Ieper en de hele grafelijke familie schriftelijk beloofd om het akkoord van Marquette te zullen naleven.
Stamvader Gwijde van Dampierre zal het allemaal niet meer meemaken. Hij overlijdt op 7 maart 1305 op vijfenzeventigjarige leeftijd in het kasteel van Compiègne. Van de Franse koning mag hij begraven worden in het klooster van Flines bij Douai. De plaats waar ook zijn moeder Margaretha van Constantinopel begraven ligt. Gwijde had zelf de voorkeur gegeven aan een begraafplaats in Petegem, maar Filips behoudt uiteindelijk liever de controle over de begraafplaats van de oude graaf.
De illustere graaf van Vlaanderen wordt zonder boe of ba bijgezet in het prachtige marmeren mausoleum van de abdij van Flines dat hij persoonlijk liet bouwen in november 1263 voor zijn eerste vrouw Mathilde van Bethune. Geen dienst, geen aanwezigen, geen familie die hem ten grave dragen. De Vlamingen riskeren het niet langer om zich op Frans grondgebied te begeven. Naast hem rusten de overblijfselen van Blanche van Anjou (de eerste vrouw van Robrecht van Bethune), zijn eigen moeder Margaretha van Constantinopel en twee van zijn kinderen Jan en Johanna. Ook zijn jongste zuster Maria van Dampierre ligt begraven in Flines. Het grafmonument zal vijfhonderd jaar lang de stille souvenir blijven aan die illustere telgen van de Dampierre dynastie tot het ergens in de 18de eeuw zal vernield worden door (alweer) Franse sansculotten.
–
Uit deel 2 van ‘De Kronieken van de Westhoek’


