banner
nov 6, 2025
52 Views
Reacties uitgeschakeld voor Overgeleverd aan de vlammen

Overgeleverd aan de vlammen

Written by
banner

Er rijst een geschil tussen de mensen van Veurne en die van Veurne-Ambacht. De poorters van Veurne zijn op dat ogenblik nog steeds vrijgesteld van het betalen van belastingen, pointingen, op de opbrengsten van hun goed buiten de stad. In 1290 hebben de landhouders van Veurne-Ambacht een gift gedaan aan hun graaf Gwijde van Dampierre. In ruil hiervoor krijgen ze rechten om belastingen te heffen op de ‘vreemde’ gebruikers van hun grond en landerijen. Als de pointingen ook geëist worden van Veurnse poorters, stuit dat op een ‘njet’. Ze claimen dat die belastingen enkel gelden voor gebruikers van andere Vlaamse steden, en niet op die van Veurne zelf.

Uiteindelijk krijgen ze gelijk en blijven de poorters van Veurne verder vrijgesteld van enige pointingen op opbrengsten uit de buitengebieden. Er verschijnt een vrijstellingsakte de dag na beloken Pasen van het jaar 1290. Al slaagt die er niet volledig in om de twistappel te verwijderen. De discussie tussen beide partijen zal blijven aanmodderen. We leven natuurlijk in de tijd van de Dampierres en hun ontvoogdingsstrijd tegen de Franse opperleenheer. Het geschil met Filips de Schone. Het opsluiten van dochter en zuster Filippina van Dampierre in een Franse gevangenis.

Maar welke is de impact ervan voor Veurne en omstreken? We zijn toch wel benieuwd naar wat de jaarboeken van Pauwel ons meer kunnen vertellen over die periode. In 1296 voelt Veurne-Ambacht de politieke malaise aan den lijve als de Fransen de streek aanvallen en alles wat ze onderweg ontmoeten met de grond gelijkmaken. Gwijde probeert in een alliantie te treden met Engeland, Duitsland en met de graven van belangrijke leengebieden zoals de hertog van Brabant.

De graaf probeert ook de harten terug te winnen van de modale Vlaming die hij tot dan toe systematisch hard heeft behandeld. Je begrijpt meteen waarom hij plots zo mild is met nieuwe privileges voor de Vlaamse steden en Kasselrijen. Terwijl er overal in Vlaanderen grote voorbereidingen getroffen worden om ten strijde te trekken tegen de Fransen, sluiten die van Veurne-Ambacht, met toestemming van de graaf, een fiscaal pact af met de stad van Nieuwpoort. De Nieuwpoortenaars die geld verdienen in de Veurnse buitengebieden zullen een aanvullende pointing betalen van 1,1% bovenop de belastingen die ze moeten afdragen aan de Kasselrij.

Meer bepaald 11 ponden en 10 schellingen per 1.000 pond. Zo omschrijft men dat in die tijd. De poorters uit beide steden kunnen voortaan vrij gronden en eigendommen kopen en verkopen, waar die ook mogen gelegen zijn. De mensen van Veurne en Veurne-Ambacht kunnen niet zomaar poorter worden van Nieuwpoort. Dat kan enkel als iemand van Veurne trouwt met iemand van Nieuwpoort. Toch kunnen de mensen gaan wonen waar ze willen. Zolang ze maar hun belastingen betalen aan hun oorspronkelijke Kasselrij of stad.

Het pact wordt voorzien van de grafelijke zegel en met de zegels van de keurders van Veurne-Ambacht: Jan Reyfin, de baljuw Philips de Crane, Carel Van den Broucke, Jan Lauwaert. Ook een aantal ridders ondertekenen het akkoord. Het zijn Gilles Veyse, Wouter Boene van Lampernisse, Lambrecht Remare, Hubrecht Vanden Bussche, Kersteloot Bruningh, Jan van Schoore en Jan De Sack van Pervijze.

De plechtige ondertekening gaat door in het jaar 1296. Op de woensdag na het octaaf van de purificatie van Onze-Lieve-Vrouw (Purificatio Mariae). Op 9 februari van het jaar 1296, één week na O.L.V. Lichtmis. Het akkoord zal in werking blijven tot in het jaar 1560 wanneer de mensen van Nieuwpoort niet langer meer willen bijdragen tot de quota die Veurne-Ambacht hen zal opleggen. Zo zullen ze trouwens ook hun rechten verliezen om vrij gronden te gebruiken in de buitengebieden van Veurne. Filips de Schone, koning van Frankrijk, gooit het in 1297 op een akkoord met de aartsbisschop van Reims en met de bisschop van Terwanen.

De Vlamingen mogen niet langer naar de kerk gaan. De banvloek veroorzaakt meteen grote beroering in Vlaanderen. Robrecht van Bethune, de zoon van graaf Gwijde, reist naar Rome in een poging om de pauselijke banvloek ongedaan te laten maken. Ondertussen komt Filips de Schone naar onze regio afgezakt met een leger van 60.000 man. Op 24 juni 1297 wordt Rijsel in de tang gezet. De andere Vlaamse steden zijn in opperste staat van alarm. Kort daarna geeft de koning aan één van zijn belangrijkste pionnen de opdracht om met een leger West-Vlaanderen binnen te vallen. Robert van Artesië (of Robert van Artois) wordt beschouwd als de beste krijgsheer van zijn tijd. Aan zijn zijde stomen ook zijn zoon Philips en een reeks belangrijke Franse graven op naar de Westhoek.

Onze graaf stuurt een Duits leger onder leiding van de Keulenaar Walram, graaf van Gulik, naar het Westland. De graven van Cleven, Catsenelleboghe (het Rijnlandse Cattimeliboci), Jan van Gavere en een reeks Vlaamse ridders om weerstand te bieden aan de Fransen en het land te beschermen. Ondertussen wordt Bethune door de Fransen ingenomen en geven de inwoners van Cassel zich over.

Ook de Fransgezinde bevelhebbers van Bergen, Watten en Broekburg geven zich zonder slag of stoot over. Ze zien de Fransen maar al te graag komen. Dat heeft natuurlijk alles te zien met de twee erg uiteenlopende strekkingen die er bestaan in Vlaanderen. De Fransgezinde Leliaards, meestal de rijkere burgerij en de adel, versus de Vlaamsgezinde Klauwaards, het gewone volk van ambachtslieden en arbeiders waar Vlaanderen zo rijk van is.

Het is Robert van Artois niet ontgaan dat Willem van Gulik en zijn krijgslieden opgerukt zijn naar Veurne, waar ze druk bezig zijn met de versterking van de stadsmuren en met het aanvoeren van wapentuig. Hij besluit zijn pijlen te richten op de Duitsers in Veurne. Hij laat een massa voetvolk oprukken vanuit zijn thuisbasis Artois. En hij rekent natuurlijk ook op de steun van veel Leliaardgezinde Vlamingen van Veurne en van vooral die van Nieuwpoort en Diksmuide waar de Leliaards een meerderheid vormen.

Onderweg naar Veurne doen de Franse troepen het kleine Haringe aan. Het volk van Haringe ziet de komst van de Fransen met grote angst tegemoet. Ze vrezen grote plunderingen en vluchten met have en goed de kleine kerk binnen. Hier op deze heilige plek zullen de soldaten hen misschien ongemoeid laten. Bij aankomst in het dorp wordt er toch geschoten door enkele Haringse partizanen. Enkele Franse soldaten komen om. De Franse meute kan er allerminst om lachen, en valt met groot machtsvertoon het kerkje binnen.

De mensen van Haringe worden allen gedood en de kerk wordt in brand gestoken. De baldadigheden in Haringe betekenen meteen het startschot van een gruwelijke reeks wreedheden die de Fransen aanrichten in heel het gebied van Veurne-Ambacht. Op de weg naar het bolwerk van Veurne. Willem van Gulik van zijn kant, kiest er voor om de Fransen op te wachten aan de Kreeke in Bulskamp, op een vijftal kilometer van Veurne. De brug naast de kerk van Bulskamp wordt vernield om hier de Franse opmars te stuiten. Philips van Artois en een deel van het Franse leger beslissen om aan te vallen en stuiten op hevige weerstand van de Duitsers.

Het wordt een bloedbad daar in Bulskamp. Vierduizend Fransen komen om het leven. Philips van Artois wordt dodelijk gewond gevangen genomen. Enkele hooggeplaatste Leliaards brengen verslag uit bij vader Robert van Artois. ‘Hoe lafhartig de Fransen in een Duitse hinderlaag werden gelokt, in de rug werden aangevallen en uiteindelijk afgeslacht werden. Hoe is dit kunnen gebeuren in de wetenschap dat er in deze streek zo veel Leliaards wonen? ‘Waarom zijn die niet met zijn allen te hulp geschoten? Waarom zijn ze niet op de lijven van die vermaledijde Duitsers gesprongen?’

De graaf van Artois besluit om de slag nog eens over te doen. Maar deze keer rekent hij wel op de medewerking van de lokale Leliaards. Hij rekent op verraad vanuit Veurne-Ambacht. Om één en ander in zijn juist perspectief te zien, kijken we eens wat zich achter de schermen aan het afspelen is. Jacobus, de machtige bisschop van Terwaan, onderneemt alle mogelijk pogingen om het volk van zijn bisdom, zowat heel zuid West-Vlaanderen, aan de kant van de Franse koning te trekken. Hij wordt daarin bijgestaan door Johannes, de abt van Ter Duinen en eersteklas Leliaard.

Ook Lambrecht de abt van St.-Nikolaas en de abten van Sint-Winoksbergen, Clairmarez en Lo volgen dit voorbeeld. Allemaal natuurlijk zeer tegen de zin van de graaf van Vlaanderen. De abten zijn zeer welbespraakt. De eenvoudige mensen van vooral Veurne-Ambacht moeten de ene preek na de andere aanhoren en worden door de autoritaire geestelijken zwaar gemanipuleerd. De bevolking van de streek heeft het niet erg bekeken op de Duitsers die in het verleden zelf al de nodige baldadigheden hebben uitgericht in de Kasselrij. Al bij al is het dus geen krachttoer om de mensen te overhalen om zich te wreken op de Duitsers met hun ’track record’ van stroop- en rooftochten.

Reyfin, de burggraaf van Veurne, sluit zich aan bij de wraakoefening. Ook de wethouders sluiten zich aan. En we zien ook dat Artus van Bretaigne, de heer van Stavele, deel uitmaakt van een verraderlijk pact tegen de Duitse garnizoenen van Willem van Gulik. Een hele bende Leliaards stappen mee met de Franse legers als die opnieuw hun weg zoeken naar Bulskamp. Mannen van Broekburg, Cassel en Sint-Winoksbergen. Het is vrijdag 20 augustus 1297. Ze worden begeleid door Jan van Haveskerke, de kasteelheer van Sint-Winoksbergen, die eveneens eigenaar is van het kasteel van Bulskamp.

Franse bronnen beweren dat er een uitgebreid banket wordt aangeboden. De jaarboeken van Veurne vertellen een ander verhaal: het gaat om een ontmoeting op hoog niveau in de legertent van Jan van Haveskerke. En dat is natuurlijk het mooie van geschiedenis en aan geschiedschrijven op zich. Vooral als Pauwel Heinderycx dan nog neerpent dat de graaf gaat ‘ontnuchteren’ in die tent, kan je voor je zelf inderdaad wel voorstellen dat beide gebeurtenissen misschien allebei effectief kunnen zijn voorgevallen.

Soit. Ook de Leliaardse burggraven van Broekburg en Cassel zijn aanwezig tijdens de ontmoeting in de tent. Ze overleggen hoe ze de Duitsers het best kunnen aanpakken. Ondertussen staat het leger van Willem van Gulik, Vlamingen naast Duitsers, paraat om opnieuw strijd te leveren. Vermoedelijk is er wat overmoed in hun hoofden geslopen, want nu gaan ze plots zelf de Franse vijand tegemoet. Er volgt een sterk bevochten strijd tegen de troepen van Robert van Artois. De Duitsers lijken aanvankelijk opnieuw de overhand te halen en het pleit te beslechten. Maar dan volgt het verraad van de strijders van Veurne-Ambacht, Nieuwpoort en Diksmuide! En in het bijzonder het volksverraad van Reyfin, de hoogbaljuw van Veurne die het bevel voert over de Vlamingen.

Op een teken van Robert van Artois, laat Reyfin zijn banier vallen en geeft hij hiermee het sein om massaal over te lopen naar het Franse kamp. In de liederlijke taal van Pauwel Heinderycx roepen en schreeuwen de overlopers; ‘laat leven de koning, smijt dood, smijt dood de Duitsers, die schelmen die onze arme gemeente opgevreten en geruïneerd hebben.’ Daarna storten ze zich verwoed op hun vroegere medestrijders. De Fransen die eigenlijk al aan hun vlucht waren begonnen, zien tot hun verbazing dat de Vlaamse Leliaards in de clinch zijn gegaan met de Duitsers. Ook zij beginnen met vernieuwde moed aan de strijd. Een zwaar ontgoochelde Willem van Gulik beseft het verraad en laat de strijd voor wat die is. Hij probeert op de vlucht te slaan. Maar raakt zwaar gewond en wordt gevangen genomen.

Enkele dagen later zal hij overlijden in de gevangenis van St.-Omer. Ook ridder Jan van Gavere en meerdere Vlaamse ridders sneuvelen. Net zoals Philips van Artois. De overwinning staat nu vast voor Robert van Artois. Vijf kilometer verderop ligt Veurne. Het wordt nu tijd om die stad in te palmen. Het Vlaamsgezinde volk van Veurne is nog niet op de hoogte van het verraad van hun bevelhebber en een deel van hun medeburgers die naar het slagveld zijn vertrokken.

Ze proberen met man en macht en met de hulp van enkele achtergebleven Duitse soldaten de Fransen buiten hun stadsmuren te houden. Maar hun weerstand heeft niet de minste zin. De overmacht is veel te groot. Wat daarna gebeurt, kan nauwelijks op papier gezet worden. De horror is met geen woorden te beschrijven. De weg van Bulskamp tot aan de poorten van Veurne ligt bezaaid met de lijken van 16.000 Vlaamse en Duitse soldaten. En nu hakken de Fransen ongenadig in op alles en iedereen die ze op hun weg binnen de stad ontmoeten. Uiterste wreedheden. Moord en brand en plundering. Zonder medelijden worden vrouwen en hun dochters verkracht en zinloos om het leven gebracht.

Zeer tegen de zin van de abt van Ter Duinen en van de belangrijkste Leliaards, geeft Robert van Artois nu het bevel om de stad in brand te steken. Veel gewonde mensen zijn zich in hun houten huisjes gaan verstoppen voor de terreur van de Fransen. Hun schuilplaatsen worden nu aan de vlammen opgeofferd. Ze worden levend verbrand. Kinderen in hun wieg. Moeders verscholen in hoeken en kanten. Ze zijn allemaal prooi van het verschrikkelijke vuur. Hoe kan je op een zinnige manier het door merg en been gaande gekrijs van de aan de vlammen overgeleverde burgers omschrijven?

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.