Iemand die de beschieting van onze stad gedurende drie jaar en half niet heeft meegeleefd en dezelfde dag voor dag heeft nagegaan, zou bij een eerste opzien of een vluchtig doorlopen Poperinge niet zo erg beschadigd wanen.
Iemand die de beschieting van onze stad gedurende drie jaar en half niet heeft meegeleefd en dezelfde dag voor dag heeft nagegaan, zou bij een eerste opzien of een vluchtig doorlopen Poperinge niet zo erg beschadigd wanen. Wanneer men van buiten de stad in de verte de drie kerktorens en het stadhuis haast ongeschonden ziet oprijzen, heeft men moeite om te geloven dat ze gedurende zoveel jaren hebben weerstaan aan meer dan 5000 obussen die op de stad zijn neergeploft.
Maar toch heeft de stad veel geleden en een nauwer toezicht doet ons overal puinen ontwaren. Weinig huizen bleven ongeschonden en waar de voorgevel u in een waan brengt dat het huis niet heeft geleden, van naderbij gezien moet het u bekennen dat langs achter de muren plat liggen en de achtergebouwen vergruisd zijn. Van al de grote gebouwen bleef ons nieuw stadhuis het meest gespaard. Een obus kwam op het dak terecht maar richtte niet al te veel schade aan.
De Sint-Bertinuskerk die er een tiental kreeg heeft erg geleden en zal veel herstelling vereisen. De Sint-Janskerk is ruim zo slecht gesteld en is ook aan een verwoesting gelijk de Onze-Lieve-Vrouwkerk is veruit het best bewaard en zal ten spoedigste kunnen hersteld worden.
Op de Markt ligt ‘De Haan’ plat; ‘Den Hert’ is ook ten dele vernield en de herberg ‘Het Stadhuis’ staat met een opengereten gevel. Op de Paardenmarkt ligt het huis van Baeckeroot vernield, het huis Denys zeer erg beschadigd en het magazijn Lebbe met omvergeschoten zijgevel.
De gemeenteschool heeft ook nogal erg afgezien, maar kan hersteld worden. Het ‘Mirakelhuis’ en ‘De Paternoster’ zijn afgebrand en de stenen weggevoerd. Het klooster van Sint-Jan kreeg ook nogal zijn deel op de achtergebouwen. Terloops bemerken we nog de puinen van ‘De Chasseur’. Magazijnen Brutsaert en Coevoet, herberg Em. Feys. Het gesticht van ongeneesbaren en veel huizen op de Boulevard zijn ook erg gehavend. Het prachtig (!) Statiegebouw bleef gespaard, maar de herberg Proot en vele huisjes daar rond liggen in puin.
Het kasteel Carton, St. Union, kasteel van de vrederechter; allen werden getroffen. In de Ieperstraat zien we uitgenomen het huis Van de Casteele-Le Roy dat vergruizeld werd, nog weinig puinen van op straat, maar zeer veel huizen zijn langs achter erg geschonden. Ons Volkshuis werd omgewoond en de boekerij van het Davidsfonds (twee jaar voor de oorlog gesticht) geplunderd.
In de Valckestraat en de St. Jans Kruisstraat liggen een tiental huizen plat. Op het Rekhof ook liggen twee, drie huizen in puin en op het kerkhof zelf werden de grafzerken niet geëerbiedigd. De Veurnestraat kreeg van in het begin van de beschieting reeds obussen van 380, ook heeft zij zeer veel geleden. We bestatigen de vernieling van de huizen Notredame, Thery, Lietaert, Decrock, Bortier, Berat, Camerlynck, Duflou, Benoot, enzoverder.
In de Vlamertingestraat verdween de tekenschool, het vredegerecht, huis Billiau, Lermytte, enz… In de Priesterstraat werden vernietigd: het huis van Z.E.H. Deken Minne, Priem, M. Schaballie en omtrent al de andere hebben min of meer erg geleden.
Op de Bertenplaats zijn de huizen Coevoet en Vanrotberghe half vernield, andere beschadigd. In de Hondstraat ligt de oude muziekzaal half ten gronde. Het bisschoppelijk college heeft ook veel geleden, in het bijzonder de kapel. Het oudemanhuis is voor de drie vierde vernield. Het klooster der zusters Benedictijnen kreeg ook meer dan genoeg, langs de straat nichtans bemekrt men niets.
We zien nog de huizen Baert, Blanckaert, wed. Casiers, Verscheure, Crousel plat liggen, veel andere gehavend en verhakkeld.
Het Babbelaarstraatje en Trommelstraatje zijn voor de helft vernield en opgeschept. De heer van de Ommegang rond zien we nog hier en daar enige puinen: huizen Em. Boucquey ‘Nieuwe Wereld’ Henri Allard, ‘Hoekje’ wed. Gombeir, dokt. Vanderheyde, G. Haemers, wed. Baert, E. Dufloer.
De Boomgaerdestraat ingekeken: daar ook niet al te pluis. In de Watoustraat, de huizen Desmadryl en wed. Delaere liggen in puin, andere erg beschadigd. De Sint-Micheilsschool heeft veel geleden en ligt ook voor de helft in puin. De Pottestraat ook bleef ver van gespaard en veel huizen zijn gescheurd en geschonden.
In de Gasthuisstraat bemerken we de puinen van de huizen Delbau en Depuydt, waar een vreselijk ongeluk gebeurde; nog de huizen Hannebouw en Rijspeert die erg beschadigd zijn, alsook de drukkerij Sansen, waar de gevel geschonden is. Aan het gasthuis zien we niets alhoewel ze daar erg hun deel kregen, gelijk ten andere nog veel andere huizen in deze straat, waarvan men zou denken dat er niets aan scheelt; maar die toch veel hebben afgezien.
Sedert enige weken is de stad weer bewoond, maar het leven herneemt traag. De straten zijn nog eenzaam en doods. De gevluchte stadsgenoten keren allengskens uit Frankrijk terug, en waar ze thuis zijn zien we ze koortsachtig werken om de nodige herstellingen te doen.
Zo mogen we hopen dat na een winter van slaven en wat miserie, met de aanstaande lente onze stad met de teruggekeerde inwoners, allengskens een weinig van het gekende en vroegere leven zal terugzien.
–
O.W. in ‘De Poperingse Keikop’ van 1 december 1918 – www.historischekranten.be –


