1 juli 1302. Jacques de Châtillon is natuurlijk gaan uithuilen in Frankrijk over de ongehoorde […]
Boudewijn krijgt volop kans om zijn status van graaf waar te maken. Daar heeft de […]
Kortrijk leunt dicht aan bij de Westhoek. Ik vraag me af of ik hier nog […]
De 27ste september 1384 kijkt het volk van Vlaanderen totaal verbijsterd naar de hemel waar […]
Zondag 5 oktober 1578. Al van in de vroegte trekt er heel wat volk naar […]
De legende van de kerk van Vinkem Tussen de werken geschreven door jonker Arthur Merghelynck, […]
Juli 1301. De Franse koning is amper vertrokken of het zit er al bovenarms op in Brugge. Het stadsbestuur heeft grote kosten gemaakt voor de intrede van de koning en legt daarvoor een speciale belasting op de ambachtslieden. Pieter de Coninck leidt de oproer.
Er is niet zoiets als één waarheid. De schrijvers zijn op zoek gegaan naar Vlaamse en dus inlandse bronnen die hun eigen invalshoek geven over wat er allemaal gebeurd is in onze streekgeschiedenis.
Iemand die de beschieting van onze stad gedurende drie jaar en half niet heeft meegeleefd en dezelfde dag voor dag heeft nagegaan, zou bij een eerste opzien of een vluchtig doorlopen Poperinge niet zo erg beschadigd wanen.
Waar geld en welvaart worden gecreëerd, gaan politici zich moeien. Dat leert de geschiedenis al vroeg. Handelsboycots, accijnzen, politieke inmenging zullen nog voor het jaar 1300 het nodige kwaad aanrichten in Ieper & Co.
Mijn nieuwe kroniek ‘De pubertijd van Veurne-Ambacht’ staat volop in de steigers. De basistekst is geschreven en moet nu nog volop geredigeerd worden tot een sappig stuk tekst. Alvast de opener voor de liefhebbers van ‘De Kronieken van de Westhoek’.
Op een tiental kilometer van Ieper ligt het vreedzaam dorpje Woesten met zijn 1300 echte Vlaamse inwoners.
Eggewaartskapelle maakte vroeger deel uit van de parochie van Steenkerke. Maar rond het jaar 1100 woonde daar een rijke ridder, een zekere Egalfridus die daar een kapel stichtte voor zijn gerief en dat van zijn volk.
Er was eens een arme weduwe. Zij woonde met haar enige zoon alleen. Die jongen was nu een dief gelijk er niet veel lopen in de wereld. Hij stal al wat er aan of roerende was. Zijn moeder had daar veel verdriet in
Anno 828: Lo werd dit jaar verwoest door koning Siffrid, de koning van de Denen. Die bewuste Siffrid zal waarschijnlijk wel Siegfried geweest zijn. In het lijstje van de Deense koningen prijken er inderdaad koningen met de naam van Siegfried.
Dinsdagnamiddag rond 15u30 werden we opgebeld uit Woumen en onze correspondent vertelde ons door de telefoon: ‘Er is hier een vliegmachine neergevallen: ’t vloog al brandend in de lucht; het brandt nog, als nog wil komen zien.’ Tien minuten later waren we weg in de auto.
Die van Cortryk trokken na ’t beleg van Doornyk met Artevelde en campeerden met 10.000 Gentenaers, Oudenaerders en Aelstenaers ontrent de zeven fonteyn poorte. Den 31e july trokken de Vlaemingen nog nader aen Doornyk, om die stad te belegeren. Den coning van Vrankryk quam met een zeer magtig leger ter hulpe van Doornyk en campeerde langs wederzijden der brugge van Bouvines.
Ook Vlamertinge zit verveeld met een peloton Walen onder het bevel van hun wrede kapitein Laparast. Hij heeft trouwens nog een groep ‘pioniers’, arbeiders en genietroepen bij zich. Het bolwerk van de brigade bevindt zich ter hoogte van de kruising van de Lombaardbeek met de weg Ieper-Poperinge, enkele honderden meter voor het dorp van Vlamertinge als je vanuit richting Ieper komt.
Ik zal u een vertelderke vertellen, dat ik gehoord heb in mijn jongste jaren, en dat ik nog nievers geboekt en hebbe gevonden; ’t is het vertelderke van Ko Lukkeboone. Luistert:
Op 12 maart 1579 arriveren er in Elverdinge honderd Waalse ruiters. Ze blijven er vier dagen en de inwoners moeten zorgen voor hun soldij. Twee schellingen per man en per dag en daarna vertrekken ze terug naar Roeselare van waar ze gekomen zijn.
Maar; het was jammer van het huis des Heren. Ja! Zeer jammer. Deze kerk was op die vreselijke dag ’s morgen nog de schoonste en de grootste van Veurnambacht. Bij het vallen van de avond was ze nog een rokende hoop as.
Het was maandag na kleinen tuindag (kermis) van het jaar 1521. Drie jonge dochters, Magdalena Ghijselin, Lucia Larmeson en Maxima Vanden Driessche, als buurmeisjes verenigd, en door de koelte van de vallende avond uitgelokt, wandelden langzaam door de stad. In de Tempelstraat gekomen zijnde, ontmoetten zij aldaar een klein paard, dat zonder leidsman was en scheen te dwalen. Dit beest was zo wonderlijk schoon, aardig en bevallig van gedaante, dat de drie maagden bleven stilstaan om het te bezichtigen.