Mededogen met ongelovigen bestaat niet: ‘de afvallige die aan zijn geloof verzaakt en zijn klooster- […]
De wapenstilstand die op 5 februari 1555 afgesloten werd met de Fransen houdt stand tot […]
De kasselrij van Ieper heeft zijn eigen rechtspraak. Ik heb er ooit een uitgebreid hoofdstuk […]
‘Het fernijn van die leer drong dagelijks meer en meer door.’ Met dat prachtig authentiek […]
6 januari 1521. Nieuwbakken keizer Karel belegt zijn eerste rijksvergadering. Zes weken eerder, om precies […]
Op een of andere doorreis door Vlaanderen maakt Karel van de gelegenheid gebruik om zijn […]
Flierefluiter Filips is zich ’s avonds van geen kwaad bewust, paait en sust en kust […]
Anno 1500: tijdens de meimaand trok aartshertog Filips door de stad Lo. Hij was op […]
De studie van de spotnamen op stad en dorp, op mens en streek vormt een belangrijke bron om de geschiedenis van ons volk te achterhalen, om in de intiemste denkwereld van de Vlaming binnen te dringen.
Was de streek tussen leper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde, eenzame, eindeloze woestenij? Zo beweren de meeste geschiedschrijvers, o.a. Edmond Poullet en Victor Brants.
Anno 1520, op de 25ste juli, toen keizer Karel binnen de stad van Ieper was, geschiedde er hier een kluchtig voorval. De keizer had horen praten over de waardin van herberg ‘Den Engel’, staande aan de zuidzijde van de grote markt naast herberg ‘De Valk’. De naam van deze waardin was Elisabeth Quaetjonk, weduwe van Louwen Vertrek in de wandeling ‘Kwaabette’ genoemd.
In 1555 stond keizer Karel de kroon af ten voordele van zijn zoon Filips II. Het bestrijden van de nieuwe godsdienstleer door deze was nog hardnekkiger dan tijdens zijn vaders bestuur. Deze toestand was gunstig voor de koning van Frankrijk.
De stichting van de hal dagtekent van het begin van de 13de eeuw. Het was de 1ste maart van het jaar 1200 dat Boudewijn IX, achttiende graaf van Vlaanderen en zijn gemalin Maria van Champagne er de eerste steen van legden in de tegenwoordigheid van de hoogbaljuw van Ijperen.
Johanna kampt met een depressie, dat lijkt ondertussen duidelijk te worden. Haar gemoedstoestand gaat er nog op achteruit met het nieuws van de dood van haar oudste zus Isabella als die op 23 augustus 1498 sterft op het kraambed van haar eerste kindje. Geen twee zonder drie en de wetenschap dat zij nu de eerste in lijn van de opvolging is, maakt haar onzeker.
Ik haast me naar Spanje. Naar het klooster van St. Joost. Het bobijntje van de oude Karel is bijna afgerold. De touwtjes van zijn leven hangen nog met haken en ogen aan het leeg bobijntje. Het milde klimaat heeft aanvankelijk voor een verbetering van zijn gezondheidstoestand gezorgd.
Hertog Filips komt in het jaar 1500 op bezoek in Duinkerke. De magistraat, opgetut in pronkerige ceremoniekledij ontvangt de graaf in stijl en schenkt hem enkele zilveren voorwerpen en enkele vaten exclusieve wijn, de traditionele geschenken van een Vlaamse stad aan hun meesters.
De 14de juli van 1537 had de Raad van Vlaanderen te Gent uitspraak te doen over een geschil, opgerezen tussen de schepenen van Ieper en de lakenhandelaar Pieter Van Aelst. Deze laatste had enige jaren te voren aan de Spanjaard Pedro de Médalie een stuk laken verkocht van de soort, genaamd ‘Thune’, waaraan Van Aelst naar het schijnt valse loodjes had laten hechten.
In dezelfde stad Ypre stond er ten jare 1520, aen de zuidzyde der groote markt, eene herberg waer men den Engel zag uitsteken. De waerdin heette Elisabeth Quaedjonck, bygenaemd kwaé ‚ Bette, uit oorzaek der onbeleefdheid waermede zy hare gasten onthaelde. En des niet tegenstaende was het volk als betinteld om in den Engel te gaen drinken en logeeren.
Over vele vele jaren stond er boven de grote ingangspoorte van het klooster van Eversam in grote letters: ‘Hier leeft men zonder zorgen’. ’t Gebeurde nu dat Keizer Karel, die in de streek wareerde, voor die poorte kwam en zijn ogen vielen op die letters. In een furte gaf hij order aan een van zijn mannen Vader Abt te gaan halen, het kon niet rap genoeg gaan. Een snak aan de klopper, en aan het tralievenstertje verschijnt de kop van broeder poortier die vraagt wat er de heren mocht believen.