Als ik iets wil te weten komen over de periode tussen 500 en 1200 zal […]
Plunderen. Het is een gemakkelijk woord om neer te pennen. We proberen ons in te […]
Hebt ge nog horen spreken van de inquisitie, en weet ge goed wat voor een […]
Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is enorm veel veranderd in de maatschappij. […]
Mesen Ons dorp heeft dezer dagen een van die gebeurtenissen gezien, die verre zijn van […]
Eerst een woordje geschiedenis. In de 16de eeuw, tijdens het opkomend protestantisme, werden door aanklevers van de nieuwe leer een aantal baldadigheden gepleegd. Deze buitensporigheden staan in de geschiedenis bekend als de beeldenstormerij tijdens de geuzentijd.
In Brugge is rond die tijd eveneens een crisis aan de gang. Met dank aan […]
Vanuit Brugge vertrekken er honderdvijftig Spanjaarden met driehonderd trekpaarden uit het Vrije om zich aan te sluiten bij het leger van Alva. Van Male blikt nog eens terug naar het jaar 1567.
Een plotselinge mare heeft als een donderslag onze stad getroffen, en heel de bevolking op striepjes gesteld. Namelijk; monseigneur heeft bevonden dat zekere gekruinde kapel(h)aan hier wonderdaden genoeg verricht heeft en dat hij daarom de volgende beslissing heeft genomen.
Door de overbevolking, de slordigheid van de soldaten en alle gemis aan reinigheidsdienst en misschien nog Veel andere oorzaken is een ziekte ontstaan op de streek, een afloop die bijna algemeen wordt. Sommige mensen lijden er weinig door, doch bij Veel oude en kranke mensen wordt die plaag dodelijk.
Beveren-aan-den-Ijzer. In mijn jonge jaren was ik messediener en op zekere avond moest ik mede voor een berechting naar ’t verste uiteinde van de parochie.
Dat ze in Nieuwkerke in vroegere tijden geen groot gedacht hadden van hun katholieke priesters kan je zo lezen in onderstaand krantenartikel uit 1887
Pasterke Wyseur mocht eens mee met vliegmachientje van meneere Allays en er mocht nog een tweede man mee. Wyseurke vroeg zijn kapelaan mee en ze waren de lucht in.
Omstreeks 1750 had Langemark, benevens zijn parochiekerk, een viertal kapellen. De voornaamste was de O.-L.-Vrouwkapel ten Poele, die eigen tienden en een eigen kapelaanshuis en kosterij bezat. De kapelaan was gewoonlijk een monnik van de abdij van Voormezele.
Het is een genot voor de geschiedvorser, in tijden van opstand en vervolging een geleerde man te ontmoeten, die moedig in de bres durft springen, om het recht en de waarheid te verdedigen. Zulk een man was Jacob tSantele, pastoor te Kortrijk van 1556 tot 1576, later deken van het kapittel in dezelfde stad. Aan hem worden deze bladzijden gewijd.
Maandag, in de vooravond kwam J. Deneire van Poperinge, met paard en koets van Ieper naar Poperinge.Niet ver van de herberg Breda, dicht tegen Vlamertinge, zag hij een motorfiets ontredderd ten gronde liggen en een tiental meter verder, aan de zijkant van de baan, zag hij een man bewusteloos en gekneusd uitgestrekt.
Een slechte kerel van Veurne wilde weten hoeveel heksen er wel in de stad waren; daarom besloot hij ze eens in ’t bijzijn van geheel de gemeente in de kerk op te sluiten.
’t Was waar: de gendarmes stonden daar. Ze brachten de vluchtelingen onder in 2 zalen. Wij lagen in de eerste zaal. Daar brandde een grote stoof. We sliepen in rijen in ’t stro. We moesten gaan eten in ’t hospice. Drie keer per dag: ’s morgens een kom frutsop en een snee droog brood, ’s noens een kom soep – ze stonk; ’t was lijk van de schoteldoek gekookt -, ’s avonds weer een snee brood en frutsop.
Boitshoucke, voormaels afhankelyk van de Noordvierschare van Veurne, is een klein dorp, gelegen in Veurnambacht, tusschen Pervyse en Nieupoort.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Sedert lang’n waren de inbraken en dieften zoo menigvuldig niet als nu. St. Maartens te Yper is nog het voorwerp van veler gesprekken, maar blijft nog altijd niet opgeklaard en niet gestraft. Bij jufvrouw Verlende te Elzendamme en vindt men ook geen spoor van de daders. Zondag avond ten zeven ure heeft men gepoogd, in de St. Maartensnieuwweg, en nu dezen nuchten stond geheel de stad overende voor een nieuwen diefstal in St. Jacobskerke.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.