15 augustus 1566. Hemelvaartsdag. Mijn vrees wordt direct bewaarheid. De Ieperlingen proberen de Diksmuidsepoort gesloten […]
17 september 1583. De nacht is ongewoon helder geweest en bij het aanbreken van de […]
5 juli 1594. De mannen zijn nog altijd druk in de weer om de Ieperlee […]
De Rijselstraat van Ieper heet in 1102 ‘de Zuudstrate’. De straat verbindt de markt met […]
Met de evangeliseringsgolf vanaf het einde van de 3de eeuw, verschijnen er bidplekken en kapellen, […]
Filips van Valois, kersverse koning van Frankrijk, rukt op naar Vlaanderen om de graaf uit […]
We keren nu terug naar november 1223 waarbij een meningsverschil tussen het kapittel van Sint-Maarten […]
Anno 1928, begin november zou men beginnen aan het leggen van de vloer in de […]
1 maart 1815. Voormalig keizer Napoleon die door de coalitiepartners van de geallieerden verbannen was naar het eiland Elba heeft het daar niet bij gelaten. Als een duivel uit een doos duikt hij op in Cannes aan de zijde van zijn lijfwacht, zowat 600 oudgedienden die mee verbannen waren
Was de streek tussen leper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde, eenzame, eindeloze woestenij? Zo beweren de meeste geschiedschrijvers, o.a. Edmond Poullet en Victor Brants.
Als een historie een keer bij de tweehonderd jaar van vader op kind, in de winterse avondstonden, rond de haard van hand tot hand overgeleverd is, ’t en zal niemand verwonderen te vernemen dat die historie hier en daar in kleinigheden gekrenkt, geschonden, en min of meer vervalst is.
Abt Walter krijgt problemen rond de tienden van Reningelst die het klooster heeft gekocht en betaald in juli 1251. Walter de Bareteur en zijn oudste zoon Jan die de tienden verkocht hadden, willen de transactie in 1276 terug openbreken.
Zondag 30 januari 1594. In Sint-Elooi bij Voormezele hebben die van de kasselrij een nieuwe versterking opgetrokken, eigenlijk is er sprake van de heropbouw van een verloren gegane sterkte, op de wallen waar ooit de molen stond.
De schepenen van Ieper hebben in 1215 de immuniteit van de proosdij van Sint-Maartens aanvaard. Zo is er een einde gekomen aan de grove aanvaring tussen de wereldlijke en de kerkelijke machthouders in Ieper.
Het is een genot voor de geschiedvorser, in tijden van opstand en vervolging een geleerde man te ontmoeten, die moedig in de bres durft springen, om het recht en de waarheid te verdedigen. Zulk een man was Jacob tSantele, pastoor te Kortrijk van 1556 tot 1576, later deken van het kapittel in dezelfde stad. Aan hem worden deze bladzijden gewijd.
De situatie met al die kerken en godshuizen en de ongebreidelde macht van de proost van Sint-Maartens leidt tot ernstige misbruiken. De kanunniken laten bijvoorbeeld niet toe dat er meerdere huwelijken op het zelfde moment worden gehouden omdat ze zo meer offergaven in de wacht kunnen slepen. Huwelijken tussen personen van verschillende parochies worden enkel toegelaten als de proosdij hiervoor een zeker som geld krijgt. Wanneer lichamen van doden worden aangeboden tijdens een dienst, laten de kanunniken na deze een kerkelijke begrafenis te geven. Bovendien wordt voor de ‘kerkganc’, een soort huwelijksfeest, door de bevolking soms hogere bedragen betaald.
Op 6 mei 1124 schenkt de graaf Karel aan de kanunniken te Ieper een deel van de tienden van ‘la terre des porcs’ en op 23 maart 1138 bekrachtigt Innocentius II de rechten van de Ieperse kerken en de verscheidene gronden o,a. te Passendale
Ik verslik me haast in mijn ochtendkoffie op 1 mei van het jaar 1447. Seroalius Heyse trouwt met Philipina van den Brouke. De huwelijksmis wordt gecelebreerd in de kerk van Sint-Maarten, waar de toren na storm van 1433 nog altijd in de steigers staat. De zus van de bruidegom wil wel eens een blik gaan werpen in te toren en samen met Seroalius Heyse stappen nieuwsgierig de trappen op om de stand van zaken bezichtigen.
Aan het noorden de haven van “Brielle”, waar de Iepere de stad bereikte en in het zuiden de nederzetting van het Saelhof, waar het water uit de Leie de stad bevloeide. Het lijkt een logische gevolgtrekking van het afzonderlijk ontstaan van het St.-Maartenskwartier met zijn castellum (de 3 toren kasteel) en het Sint-Pieterskwartier rond het haventje en de aanlegsteigers van het Saelhof.
Het kanaal van Ieper naar Nieuwpoort bestond reeds, zo niet in de 12de, zeker in de 13de eeuw en was voorzien van overdrachten. Gravin Margareta van Constantinopel liet in 1251 dit kanaal verbeteren.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.