banner
Jan 18, 2019
2341 Views

Inval in Sint-Elooi

Written by

Zondag 30 januari 1594. In Sint-Elooi bij Voormezele hebben die van de kasselrij een nieuwe versterking opgetrokken, eigenlijk is er sprake van de heropbouw van een verloren gegane sterkte, op de wallen waar ooit de molen stond.

banner

14 december 1593. Het ziet er naar uit de bisschop zijn slag thuis zal halen met zijn prachtig kruisbeeld. Het reusachtig kunstwerk ligt klaar op de grond om naar omhoog gehesen te worden. De beelden van Maria en Johannes liggen dicht bij elkaar. Na de hoogmis begeven de bisschop en zijn kanunniken zich naar voren in de kerk, Simoens draagt zijn mijter om aan te geven dat hij dit een plechtig moment vindt. Daar ter plekke prevelen ze een hele serie gebeden, het gebeuren heeft iets schoon en devoot over zich. Twee dagen later trekken onze werklieden de beelden van Onze-Lieve-Vrouw en Johannes tot boven het oksaal waar ze kundig aan de balk worden vastgemaakt. Pas op 22 december komt het eigenlijke kruisbeeld aan de beurt. Het kruis van ‘Onze Heere’ hijst zich stukje bij beetje omhoog tot bij de balk. Het is een delicate job waarbij de mannen vaak bezorgd kijken.

De druk is natuurlijk hoog, wat voor een ramp zou het wel niet betekenen moest het kunstwerk plots naar beneden stuiken. Maar de letterlijke hemelvaart van Jezus loopt perfect af. Op kerstavond kan het reusachtige kruisbeeld zoals verhoopt ingewijd worden. De bisschop zingt met vaste stem zijn te Deum Laudanum om God te bedanken voor zijn gratie en vooral voor zijn assistentie bij de montage van dit formidabele kunstwerk.

16 december 1593. Terwijl we hier in Ieper naarstig werken in de Sint-Maartenskerk komt er vanmorgen slecht nieuws aangewaaid. Zoals gewoonlijk komt de wind van het noorden. Die van Oostende zijn uitgebroken met wel drieduizend manschappen en met groot geschut. Van guerrilla kan ik hier amper nog spreken: dit is waarachtig een heel leger en reken maar dat er ook behoorlijk wat cavalerie bij loopt.

De aanval werd gisteren al ingeleid met de bezetting van een versterking in de buurt van Oudenburg, in een plaats genoemd Plassendale, bij Zandvoorde. Het blijft angstig afwachten wat de bedoeling is van de geuzen. Hebben ze het gemunt op Oudenburg? Of loopt Diksmuide gevaar? De heren van de wet ontbieden de kapiteinen van de burgerij en dragen hen op om direct dubbele wacht in te voeren. Met een extra boete voor wie er zijn voeten aan veegt. De maatregel wordt overal in de stad bij trommelgeroffel verkondigd. De nieuwe wacht gaat al direct in vanavond.

22 december 1593. Beenhouwer Jan Boukelion die woont in ‘De Trompet’ is bezig met het voeren van mest op de galgenweide. Zijn zoon van zestien jaar vergezelt hem, het is een knappe jongen die ondertussen wat in zijn boek leest. Boukelion en zijn echtgenote zijn allebei ongeletterd en kunnen noch lezen noch schrijven hoewel ze nochtans een bloeiend beestenbedrijf uitbaten. Terwijl ze vanuit de Diksmuidestraat een nieuwe lading mest naar de weide voeren zitten vader en zoon beide op hetzelfde paard. Een jonge speelse merrie die plots hevig opschrikt van een blaffende hond en daarbij de zoon in een schicht van haar rug werpt. Die blijft met een voet in de stijgbeugels hangen waardoor hij onder het paard terechtkomt en een hoef op het hoofd geplant krijgt. De slag is direct fataal, de jongen overleeft het niet. Nog diezelfde namiddag wordt zijn lichaam geschouwd. De uitvaartplechtigheid gaat al de volgende dag door in de kerk van Sint-Maartens. Het is een menselijk drama dat ons hevig beroert. Hoe is het toch mogelijk dat het leven soms zo oneerlijk kan zijn? Zoveel slechteriken die maar blijven leven terwijl deze verstandige kerel in de fleur van zijn leven zomaar uit ons midden weggerukt wordt.

Vrijdag 24 december 1593. Vanavond is het kerstavond. Wat een groezelige dag beleven we toch! De regen en de wind houden lelijk huis. Zoveel wind hebben we van heel het jaar nog niet meegemaakt. Wie niet buiten hoeft blijft netjes binnen. Dat is voor mij helaas niet het geval. Ik moet enkele zaken bespreken met de griffier van de stad betreffende het Nazareth en daarnaast word ik ook nog verwacht bij een van mijn huurders in de Geeselaerstraet, de eigenaar is recent overleden na een korte ziekte en zijn weduwe heeft het moeilijk om nog op tijd de huishuur te betalen. Terwijl ik mijn kletsnatte kledij wat probeer te drogen in de lakenhalle geraak ik in gesprek met eerste schepen Jan de Cerf, de heer van Wintershove in Vlamertinge. Zo kom ik te weten dat hertog Ernest van Oostenrijk twee weken geleden vertrokken is vanuit Praag en op komst is naar de Nederlanden om er zijn functie van landvoogd op te nemen. Meneer Van Moulenbaix die een heel aantal jaren in dienst was als kapitein van de boogschutters bij de koning van Spanje is een jaar geleden gedetacheerd naar de Nederlanden. Van Moulenbaix is met spoed vertrokken in de richting van hertog Ernest, de brieven die hij moet afgeven liegen er niet om: de nieuwe landvoogd moet zich haasten. De vijand slaapt niet en is in Holland en Zeeland druk bezig met het prepareren van een groot leger. Als de hertog zich niet haast dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat Vlaanderen terug in calvinistische handen zal belanden.

De Cerf heeft blijkbaar tijd en ratelt maar door. Ik heb zo het vermoeden dat hij ons gezellig onderonsje verkiest boven dat kloteweer buiten. Graaf van Mansveld is op zijn beurt met een kornet ruiters in Brugge aangekomen. Niet ver daar vandaan beschikt hij over drie regimenten voetvolk die hij in geval van problemen kan oproepen. Dat verraad van begin december ligt op zijn lever. Het lijkt hem vreemd dat er na dergelijke samenzwering maar één persoon werd terechtgesteld. En dan nog een schipper. Van Mansveld vertrouwt het zaakje niet en gaat uit op onderzoek. Hij belandt zo in de woning van een Engelse koopman die al tientallen keren Brugge heeft bezocht en hier nu zelfs woont. Engeland kiest de kant van Holland, waarom zou deze Engelsman dan wel te vertrouwen zijn? De graaf laat vier ruiters postvatten voor zijn woning en de koopman krijgt onmiddellijk huisarrest. Dat gebeurt in afwachting van een grondig verhoor. De verontwaardigde commerçant maakt natuurlijk van zijn oren dat hij hier zomaar thuis gevangengezet wordt. Terwijl de gerechtsdienaars op komst zijn vraagt de Engelsman of hij even ‘naar bachten’ mag gaan. In plaats van zijn kleine of grote boodschap te doen vindt hij er niets beter op dan daar in een diepe steenput te springen waar hij verdrinkt. Na zijn dood vinden de wetsheren in zijn kast allerhande bezwarende documenten die aantonen dat hij wel degelijk medeplichtig was aan deze samenzwering.

31 december 1593. Vanaf 11u begint de procedure van de jaarlijkse verpachting van de twaalf percelen aan het ‘Wallekin’, in de buurt van het huis van de burggraaf. De grote pachten beginnen toch wat beter te lopen. Griffier Nicolaas van Waelscapelle zal er zijn bezigheid aan hebben tot na 20u. Gek genoeg overlijdt diezelfde griffier de volgende dag, op 1 januari rond de middag. God, wil je zijn ziel gedenken a.u.b.? En hiermee sluit ik mijn schrift van het jaar 93 af, met Gods hulp kan ik nu beginnen aan 1594. Ik bedoel maar dat het leven zomaar op slag afgelopen kan zijn.

1 januari 1594. Meneer De Lamotte laat enkele brieven bezorgen. De kasselrij van Ieper dient, net zoals de rest van Vlaanderen te zorgen voor een financiering van achttienduizend gulden. Prompt en zo snel mogelijk, het lijkt niet op een verzoek. Het is wel degelijk een formele eis. De middelen zullen gebruikt worden voor het bouwen van een fort aan de Vierboete in Nieuwpoort. Of die plotselinge beslissing iets te maken heeft met de komst van de nieuwe landvoogd lijkt me niet duidelijk. Als dat zo is dan weet hij in elk geval van aanpakken. De Lamotte is in Sint-Winoksbergen al druk bezig om de constructie te bespreken met allerhande timmerlieden en andere bouwvakkers. Ernest van Oostenrijk zal vermoedelijk nog deze maand aankomen in Brussel. Dat zal zeker niet voor tijd zijn. Onze landen gaan helemaal verloren door het slecht bestuur van zijn voorgangers. Alle partijen willen het om het zeggen hebben in Vlaanderen maar er is niemand die er aan denkt om de arme soldaten te betalen. En als er al geld op tafel komt dan is dat bestemd voor nieuwe strijdkrachten. Het blijft op deze nieuwjaarsdag uitkijken naar een goede landvoogd die duidelijk eens wil streven voor het welzijn van het hele land.

8 januari 1594. Ik krijg een document te zien met meer info over onze Ernest. De doorluchtige heer Ernestus, gekend als aartshertog van Oostenrijk, graaf van Tirol en van Bourgondië en gouverneur van de provincies van de Nederlanden. Hij werd geboren op 17 juli van het jaar 1553, net op het moment dat keizer Karel het einde van Terwaan aan het bekokstoven was. Onze nieuwe gouverneur is de zoon van de voormalige keizer Maximiliaan en zal dus dit jaar de schone leeftijd van veertig jaar bereiken. Hopelijk mag hij nog lange tijd in vrede, gratie en rust regeren met het welvaren van zijn bevolking en vooral van de katholieke religie.

14 januari 1594. Die storm van 24 december heeft toch wel heel erg huisgehouden in de Nederlanden. Pas nu bereiken ons van zowat overal berichten over schade en destructie. Zulke zware zuidwesterstorm hebben we al in jaren niet meer meegemaakt. Ten noorden van Texel is een vloot van veertig schepen uit het Oostland in grote moeilijkheden geraakt. Al die schepen waren geladen met koren dat bestemd was voor Italië. Daar aan de hals van de Nederlanden zijn wel tweeduizend Duitse bootgezellen verdronken in deze verschrikkelijke storm. Al het graan is reddeloos verloren. Ook in Vlissingen zijn twee grote Spaanse schepen aangekomen nadat ze veertien dagen hebben rondgezwalpt op de Noordzee. De hele lading is ook hier bedorven en de meeste schippers blijken verdronken.

Laatste week januari 1594. Op de 24ste vertrekken onze afgevaardigden richting Brussel waar ze eerstdaags aartshertog Ernest zullen verwelkomen. Ook onze burgemeester en de hoogbaljuw zijn van de partij. Vijf dagen later krijgen we bericht dat de haver flink duurder zal worden. Zes pond per razier is zowat de minimumprijs. Tegen de avond van diezelfde dag wordt aan de lakenhalle een gebod afgeroepen. De Ieperse wetsheren hebben een brief ontvangen van het Hof. Dat we morgen zondag absoluut de processie moeten laten rondgaan. Met het Heilig Sacrament natuurlijk om God te loven en te danken voor de schone zege die de katholieken behaald hebben in Hongarije tegen de openbare vijand van de christenen. Dat zijn de Turken. En ook om te vragen of onze Heer succes zou willen gunnen aan Ernest die straks het bestuur van het land in handen zal nemen. De gevraagde processie mag de volgende dag zeker het dubbel aantal gelovigen dan gebruikelijk verwelkomen. Omdat het de hele voormiddag zo hard regent gaat de stoet door binnen in de Sint-Maartenskerk.

Zondag 30 januari 1594. In Sint-Elooi bij Voormezele hebben die van de kasselrij een nieuwe versterking opgetrokken, eigenlijk is er sprake van de heropbouw van een verloren gegane sterkte, op de wallen waar ooit de molen stond. Die zal vanaf vandaag bewaakt worden door een team van twintig à vierentwintig landmannen onder de leiding van een collega die boert op het goed van Sint-Maartens bij het Kruis aan de Mesenpoort. Bij het invallen van de avond zitten de hoofdman en zijn gasten wat te drinken bij Joris Eelaerts die een herberg uitbaat in Sint-Elooi. Het gaat er vermoedelijk erg gezellig en geanimeerd aan toe, mannen onder elkaar en dan nog ontsnapt aan het vrouwelijk gezag. Ik zie het zo voor me. Hun geweren hebben ze nonchalant naast de voordeur van de staminee gezet. En ook de molenaar van de sterkte behoort tot het gezelschap. De lol blijft niet duren. Rond 18u vallen de Ossies helemaal onverwacht binnen in de herberg. Het moet natuurlijk kinderspel zijn om de geweren te bemachtigen. Terwijl de hele woning omsingeld is gaat het er binnen gewelddadig aan toe. Cafébaas Joris Eelaerts, de hoofdman en de molenaar worden gedood terwijl de rebellen de rest van de landlieden gevangennemen. Ze vertrekken nu met hun gijzelaars naar Hollebeke. Onze landweer komt nog ter plekke en kan de Oostendenaars volgen tot aan de Nonnenbossen. Daar worden die van ons opgemerkt. Spijtig genoeg zijn de geuzen in de meerderheid en moet onze landweer de aftocht blazen.

31 januari 1594. De lichamen van de drie vermoorde personen worden in de loop van de dag begraven op het kerkhof van Sint-Pieters. De bende Ossies die gisteren binnengevallen is in het ‘St Loys husekin’ was naar verluidt dertig à veertig man sterk. Ook Olivier de Kerele zit gevangen in Oostende. Omdat hij op zondagavond niet meer binnen kon in Ieper was hij blijven slapen in Sint-Elooi. De arme man werd wat later door de Oostendenaars besprongen en meegeleid. Het is meteen de derde keer dat hij in hun handen valt.

2 februari 1594. Lichtmis. We krijgen berichten dat de rebellen op een vreselijke manier zijn omgegaan met onze landlieden. Ze werden in miserabele omstandigheden opgesloten. Negen of tien fraaie jonge mannen die geen middelen zagen om hun losgeld te betalen waren natuurlijk de dupe van de historie. Zes onder hen werden op een wrede manier vermoord, de Ossies laten een van onze mannen lopen zodat hij kan komen vertellen dat we ze beter ernstig nemen. Bij zijn aankomst in Passendale kan hij zijn verschrikkelijk relaas doen. Enkele vrienden van Oliver de Kerele vrezen dat de geuzen ook hem zullen vermoorden.

4 februari 1594. Pieter Carrette, Pieter Vandenbroucke en nog meer andere heren komen terug van Brussel waar ze hertog Ernest hebben verwelkomd. In Brussel en in het hertogdom Brabant stonden vele duizenden mensen langs de straten om onze nieuwe landvoogd te verwelkomen. Zijn intrede gebeurde op zondag 30 januari. De belangstelling was zo groot dat er in de hele stad en zijn omgeving voor geen geld nog een hotelkamer beschikbaar was. Vanuit Brussel zelf werden er tweeduizend burgers afgevaardigd, allemaal met pruiken op hun hoofd en gekleed als rechters. Ze gingen zijne hoogheid tegemoet tot aan zijn slaapplaats op zowat vier mijl buiten de stad. En ’s morgens begeleidden ze een hele stoet van hertogen, prinsen en graven en natuurlijk onze nieuwe landvoogd Ernest van Oostenrijk. In de stad werd hij met grote blijdschap en triomfantelijk onthaald.

De aartshertog had zelf een geschenk meegebracht: twee kamelen die hij de voorbije zomer bemachtigd heeft op de Turken. De kamelen zelf zijn rijkelijk versierd, behangen en toegedekt met fluweel die dan nog afgeboord is met fijn goud. De twee personen die de beesten begeleiden zijn aan hun kledij te zien vermoedelijk Turken. Ze zijn nu in elk geval gedoopt tot christenen. De aartshertog wordt voorafgegaan door een delegatie die zijn scepter op plechtige manier aan de toeschouwers presenteert, het machtssymbool waarmee aartshertog Ernest van Oostenrijk nu aantoont dat hij het voor het zeggen heeft in Vlaanderen. De hele stoet komt statig maar traag naar Brussel, het is al laat in de middag als hij eindelijk Brussel binnenkomt. We mogen God op onze blote knieën bedanken dat onze koning in Spanje ons zo’n schone christelijke prins heeft bezorgd. Ik kan hem een beetje vergelijken met Mozes die het volk van Israël kwam verlossen uit de handen van de faraös.

5 februari 1594. Vanuit Duinkerke krijgen we biljetten toegestuurd. Een uitnodiging om koopjes te doen sla ik zeker niet af. Die koopjes in kwestie zijn gestolen buit van Hollandse en Zeelandse schepen die vanuit Spanje op weg waren naar hun thuisland. Die schepen werden gelukkig voor ons door de koninklijke vloot geënterd op de Noordzee en dus staat de veroverde inhoud ervan nu te koop in Duinkerke. Het zijn vooral eetwaren. Olie, rijst, vijgen, wijn, suiker en twee tonnen gevuld met acht dubbele Spaanse realen met een grote waarde. De verkoop gaat door op 25 februari aanstaande. De Spaanse vloot is de laatste tijd erg actief op de Noordzee waardoor dergelijke verkopingen meer en meer toegang vinden. Stelen is wel een van de hoofdzonden denk ik bij mezelf. Maar aan de andere kant hielden we vorige week dan wel een processie om de vijand al de tegenslag van de wereld toe te wensen.

9 februari 1594. Rond 18u begint de kerkklok onbarmhartig te luiden, de brandlantaarn waarin een kaars voor het zoeklicht zorgt wijst in de richting van de zoutkeet. Er is brand ontstaan in de eigendom van Joos Vandenbroucke aan de Meers. Het vuur is zo hevig dat de hele omgeving van de Sint-Maartenskerk verlicht wordt. Het is er zo klaar als overdag. De trommels slaan, de poorters haasten zich naar hun kwartieren om hulp te bieden. Gelukkig kan de uitslaande brand snel gedoofd worden en is de schade achteraf relatief bescheiden. Een week later zijn onze bisschop en griffier Hendrik Decoodt ontboden bij Ernest onze nieuwe landvoogd. Ze spoeden zich om er op tijd te geraken. Hopelijk komen ze heelhuids ter plekke.

Al van bij zijn aankomst houdt Ernest grote kuis aan het Hof. Wat ik te horen krijg verwondert me helemaal niet. Ik heb al eerder geschreven over het liederlijk leven van de heren in Brussel terwijl de bevolking alleen maar honger, oorlog en ellende kent. Het regiment van de gouverneur is al direct begonnen met het wegsturen van de hofdames. Al die courtisanes zijn niet langer gewenst in het paleis en worden op redelijk onterende wijze buitengezet. Naar verluidt zouden ze nog tijdens de nacht voor de aankomst van Ernest grote sier gemaakt hebben. Het leek wel een bordeel van overspelige vrouwen en speellieden. Een week later is die sfeer helemaal omgeslagen. Het Hof is veranderd in een soort klooster waar stilte en serieux de boventoon voeren. Hier in Ieper is er ook sprake van dat de entourage van onze landvoogd op zoek is naar een geschikte locatie om te kunnen onderhandelen met de Hollanders van Maurits van Nassau. In Antwerpen maken ze zich op voor de komst van zijne hoogheid. Het is trouwens opmerkelijk dat de huur- en kostprijzen voor de woningen in Antwerpen op enkele weken tijd zowat met de helft gestegen zijn. Het lijkt er wel op dat er nu al geanticipeerd wordt op een mogelijke vrede.

23 februari 1594. Aswoensdag. Gisteren leek het nog een rustige Vastenavond te worden, maar vanmorgen moeten de Ieperlingen wel drastisch hun mening herzien. Op veel plaatsen werd er vannacht schade aangericht. Wie de daders zijn is voorlopig niet bekend. Er werden zomaar eventjes zestien deurbellen vernield. Vooral die van de notabelen moesten er aan geloven. Bij griffier Pieter Reniers, de bisschop en meneer van Zillebeke en op zoveel meer plaatsen. Daarnaast hebben de snoodaards op een drietal plaatsen de beelden aan de kloosters afgenomen en aan stukken gegooid. Bij de minderbroeders en de karmelieten en nog ergens anders. Ze hebben enkele gegoede burgers aangesproken en daarbij was het duidelijk dat de vandalen onbekend wilden blijven. Er zijn heel wat glazen ramen gesneuveld. De nietsnutten gooiden met stenen bij de augustijnen, in het seminarie van de rijke klaren en aan de woning van Pieter Maillaerts, enzoverder. Ook op andere plaatsen brachten de schoeljes schade aan. Aan de Leet hebben ze vijf of zes wagens van de arbeiders bekogeld en ook enkele schepen en koggen op de Ieperlee liepen averij op. Dat gebeurde allemaal vannacht.

24 februari 1594. De hele binnenstad staat op stelten. De wet organiseert een algemene huiszoeking naar de geweldplegers van gisterennacht. Marc Kesteman is een van de eerste personen die verdacht worden. Volgens de beschikbare info moeten ze met zijn vier geweest zijn, elk met een rapier in de hand. Kesteman mag het in elk geval komen uitleggen bij de wetsheren. Hij en Daniël Decoene verklaren dat het gaat om de zoon van Jan De Perseys, de drie zonen van Jacques Hovijn, de zoon van Guillaume Debuyl en die van een weduwe die bijna blind is en in het klein bakkerijtje aan de beestenmarkt woont. De volgende dag worden de betichten aan de lakenhalle afgeroepen om te verschijnen voor de hoogbaljuw. Daar blijft het trouwens niet bij: ze worden alle zes ’te gelde’ gesteld: vijftig gulden per persoon, ze moeten in elk geval binnen de veertien dagen verschijnen met het risico om voor vijftig jaar uit het graafschap van Vlaanderen verbannen te worden en bij een eventueel vervroegde terugkeer zullen ze in levende lijve mogen omgebracht worden. Wie trouwens onderdak geeft aan een van hen zal een boete van vijftig gulden krijgen. Alsof hij zelf de daden gepleegd heeft.

Tijdens de week van 26 februari vernemen we dat de bisschoppen van Luik, Keulen, Kamerijk en Doornik, samen met de zoon van Berlaymont en meneer van Moulenbaix met toestemming van landvoogd Ernest van Brussel naar Breda vertrokken zijn. Van daar reizen ze verder naar Holland. Blijkbaar zullen ze dienen als gijzelaars terwijl er vredesgesprekken kunnen gevoerd worden. Ook van Hollandse zijde werden er in Brussel ook gijzelaars gestuurd. Van beide kanten werd toegezegd dat er niet mag geschoten en geroofd worden en dat de schepen in de havens moeten blijven. Ook de vrijbuiters moeten zich gedeisd houden. Alleen zo kan er sprake zijn van enige kans op vrede.

12 maart 1594. Vanochtend trekt de gouverneur van Duinkerke vanuit zijn verblijfplaats in ‘Het Gouden Hoofd’ weg van de stad. Met zijn gevolg van veertien ruiters draven ze naar het hof van Ernest van Oostenrijk in Brussel. Het zal zijn tweede onderhoud zijn met de landvoogd. Zo te horen beginnen al de oude Spanjaarden te ‘stinken’ als ik het zo oneerbiedig mag neerschrijven. Blijkbaar is de bekende legeraanvoerder Cristóbal de Mondragón overleden en men vertelt dat een Duitse edele kapitein hem zou opvolgen in het kasteel te Antwerpen. Maar dat de Spanjaarden niet veel goesting hebben om zijn bevelen uit te voeren. De gouverneur van Duinkerke brengt trouwens nog een geschenk mee voor de landvoogd. Hij voert de op zee gevangen genomen secretaris van aartsvijand Hendrik IV met zich mee.

16 maart 1594. Er wordt nog een zevende persoon gedaagd om voor de hoogbaljuw te verschijnen wegens het afsmijten van de beelden en het breken van glazen vensters in de kloosters. Het gaat om de zoon van Pauwel van Kalkberners. Het is nu toch al wel duidelijk dat de schandalige toestanden gepleegd werden door pubers. Het zou me niet verwonderen dat ze op Vastenavond gewoonweg te diep in het glas hebben gekeken om zich dan achteraf in hun jeugdige overmoed aan deze vernielingsronde te hebben bezondigd.

17 maart 1594. Mijnheer de bisschop, onze hoogbaljuw en onze voogd zijn samen met griffier Coodts terug van hun bezoek bij Ernest in Brussel. Ik vraag me af wat ze daar allemaal geleerd hebben. Nieuwe bazen betekenen altijd nieuwe wetten en dus zijn de Ieperlingen enigszins benieuwd maar ook wel een beetje op hun hoede. Het enige wat de heren momenteel kwijt willen is dat ze welgekomen waren. Dat zou er nog aan mankeren zeker? Vorige zondag zijn de geuzen trouwens binnengevallen in Zonnebeke. Daar was een herbergkermis aan de gang met een baarloop, een soort bolling waar een koekebrood kan gewonnen worden. Dat baarspel heeft veel gelijkenissen met onze craeke. In Zonnebeke zijn de mensen allerminst beschermd door een vesting en wachters en dat draait verkeerd uit. Bij de aanval van de Ossies werden er nogal wat dorpelingen gevangen, gekwetst en er werden zelfs enkele arme landlieden vermoord. Daarna vertrokken de rebellen naar Moorsele. Ondanks de loffelijke pogingen van onze landvoogd beginnen de calvinisten van Maurits van Nassau plots aan het beleg van ’s Hertogenbosch. Graaf Charles van Mansveld en meneer De Lamotte gaan nu op hun beurt deze stad pogen te ontzetten. De vredesgesprekken zitten nu wel helemaal in het slop.

27 maart 1594. Oude Kwenenzondag. De taksen op zelf gebrouwen bier gaan naar omlaag. Twintig stuivers per ton groot bier. Op het klein bier bedraagt de prijsdaling vier stuivers. De molenaars krijgen voortaan twee stuivers minder per razier gerst. De prijs van de vreemde bieren gaat met gelijkaardige bedragen omhoog. Deze verhoging gaat deels naar de stad zelf en ook deels naar een accijnsdaling op de wijn. De taksen op de wijn gaan maar liefst met vijftig percent naar beneden. Dat we vandaag een grote processie laten uitgaan heeft niets met die goedkopere alcohol te maken. De geestelijken sturen een gebod naar de ambachtsgilden dat ze met toortsen dienen mee te stappen, ter ere van het Heilig Sacrament. De bisschop legt tijdens zijn sermoen nog eens omstandig uit waarom het zo nodig is om tot God te bidden. Als ik het goed begrijp heeft onze nieuwe landvoogd Ernest van Oostenrijk nog extra wijsheid nodig om de vijanden van de heilige kerk en van ons land te verslaan en hun macht te ontnemen. Hij dist allerlei voorbeelden op uit het Heilig Schrift om aan te geven waarom gebed zo cruciaal is. En na zijn beklijvend sermoen begint dan eindelijk de processie met een sleep van bijzonder veel Ieperlingen.

29 maart 1594. Tijdens de vergadering van het ‘groot gemeen’ komt er eindelijk boven water wat er twee weken geleden geleden bedisseld werd in Brussel. De Ieperlingen van binnen en buiten de stad waren terecht op hun hoede. De heren komen naar buiten met een oorlogstaks van honderdduizend gulden, waarvan dertig percent onmiddellijk betaalbaar is en de rest binnen de zes maanden. Die bedragen dienen door Vlaanderen en het land van Waas betaald te worden en vervangen de veel te hoge taksen van wijlen Alexander Farnese. De boetes die nog boven onze hoofden hingen zijn meteen ook afgeschaft. Het lijkt een redelijke deal te zijn. Het ‘groot gemeen’ stemt nog toe in enkele verzoeken van de bevolking maar pleit toch vooral voor veel geduld bij de mensen. Vanuit Frankrijk krijgen we berichten dat de Spanjaarden Parijs hebben moeten overgeven in de handen van Hendrik IV, de ‘Navarois’. De veertig vendels Spanjaarden die er vier jaar lang gekazerneerd lagen hebben er tot ontzetting van velen plaats moeten ruimen. Ze zouden nu op komst zijn naar Vlaanderen samen met nog tweeëntwintig Waalse vendels die ook al binnen Parijs gelegen hadden. Hendrik van Bourbon zou naar verluidt op 22 maart 1594 Parijs binnengemarcheerd zijn met tachtigduizend voetsoldaten en vierduizend ruiters. Al die berichten wachten wel nog op bevestiging. Maar gezien de details die nu al om onze oren vliegen vrees ik dat de Spanjaarden lelijk op hun doos hebben gekregen van de Fransen.

Uit ‘Dagboek van Augustijn’ (deel 8 van ‘De Kronieken van de Westhoek’) – het boek kan je hier lezen of bestellen

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *