Bij Broodseinde ligt de Maarlestraat. In Duitsland, Engeland, Frankrijk, België, Nederland en daarbuiten krioelt het […]
We beginnen het verhaal van Zonnebeke ergens rond 10.000 jaar voor het begin van de […]
Het jaar 1662 vangt aan met ongelooflijk felle vorst, onstuimige winden en onweer. Niemand heeft […]
10 februari 1915. ‘Nee! De Belgen waren niet te gauw gevlucht!’, antwoordde ik onlangs aan […]
Ook onderstaand fragment zal te lezen zijn in deel 10 van ‘De Kronieken van de […]
Terwijl deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ nu al druk gelezen wordt door jullie, ben ik ondertussen al volop aan het schrijven van mijn jubileumboek – nummer 10 – dat zal verschijnen einde 2020. Onderstaand fragment is vanmorgen uit mijn pen gevloeid. Of moet ik zeggen uit de toetsen van mijn klavier gekropen?
Iedereen kent hier een hoogvlieger van een kerkpilaar, die hier alles wil het best weten, alles op zijn duimpje wil doen draaien en daarbij altijd gereed is om suiker op een andermans rug te kloppen, het moge waar of geen waar zijn.
Zondag 30 januari 1594. In Sint-Elooi bij Voormezele hebben die van de kasselrij een nieuwe versterking opgetrokken, eigenlijk is er sprake van de heropbouw van een verloren gegane sterkte, op de wallen waar ooit de molen stond.
Dank zij die nieuwe keure krijgen de Ieperse gilden nu de mogelijkheid om die voorheen moeilijk aan banden te leggen randindustrie, onder de knoet te krijgen. De vaak gegoede poorters van Ieper, Brugge en Gent bezitten al decennia de macht van het geld.
Maandag was het de beurt aan Mesen om het gedenkteken in te huldigen ter nagedachtenis van het ‘Londen Scottish Regiment’. Dit beroemde regiment heeft zich in de gevechten bij Mesen-Wijtschate met roem beladen.
Het dorp achter ons,
liepen wij aangegrepen verder
dan onze gedachten
Zandvoordse bossen voorbij.
Op 23 oktober 1737 wordt in een gracht of waterput in Zandvoorde het bovendrijvende lichaampje van een pasgeboren kindje van het vrouwelijk geslacht gevonden, liggende met de rug omhoog.
Ik dank eveneens enkele van de oudere inwoners die me hielpen het geheugen wat op te frissen, en heel speciaal Martha Brel. Blijven er thans nog twee herbergen voor 602 inwoners (1978), voor de eerste wereldoorlog waren er niet minder dan zesentwintig voor 1009 inwoners (1912) of een café voor 39 inwoners! Men begrijpt al vlug dat geen enkele uitbater met zijn zaak een deftig bestaan kon leiden. Inderdaad, de dorstigen laven mocht dan nog een werk van barmhartigheid zijn: voor de meesten zal de verdienste van de herberg slechts een welgekomen aanvulling geweest zijn van het inkomen als landbouwer, smid, metselaar, slager, schoenmaker, loonarbeider, enz.
Volksverhalen uit het oude Zandvoorde
Handgeschreven oorlogsherinneringen van meester Flip Maurice Dehem heeft nog verteld dat hij als een jongen […]
ONGELUK. · Louis Ghesquiere,de horlogeur, reed zondag namiddag in velo naar Zantvoorde voor eene boodschap. Hij reed nog al dapper om weder te huis te zijn voor de vespers. Over DEN HAZE (eene herberg) gekomen.bemerkte bij al met eens dat er eene kleine gracht dweers over den weg gemaakt was waar hij moest rijden; maar het was te laat : hij kon hem noch inhouden noch afdraaien: hij stuikte ten gronde. en bleef buiten kennis liggen.
De leeggelopen kust- en Scheldestreek is al vanaf de 4de eeuw deels herbewoond door Saksische groepen die hun Germaanse cultuur en taal met zich meebrengen. Daarvan getuigen de ontelbare Germaanse dorpsnamen die we op vandaag nog kennen. De Salische Franken zelf vestigen zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay.
Te Zandvoorde (Ieper) is de H. Cornelius beschermheilige tegen convulsies en excessen, te Brielen tegen convulsies, vallende ziekte, beroerten en lamheid. In het nabije Wulvergem helpt ook St.-Machutus tegen de kinderkwalen; daar bestond een folkloristisch gebak, ‘koekieljen’ geheten.
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die veel eeuwen voor ons die weg hebben afgelegd in hun zoektocht naar gewin of victorie. Maar laat ons verder stappen in onze tocht naar Pupurningahem dat twee mijl van ons verwijderd ligt. Haastig zetten we de laatste etappe van onze trip verder. We houden noodgedwongen halt aan een waterloop die ons pad doorsnijdt. Het is de Fleterna rivier. Het water van de Vleterbeek, ontsprongen op de Catsberg, stroomt hier in volle snelheid naar de Saksische kust, de Littus Saxus. We stappen over de primitieve brug gemaakt van stenen en rotsen en eindelijk komen we aan bij de antieke residentie van Pupurn.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Oorlog met Frankrijk. Van de Brugse Metten naar de Guldensporenslag.
Uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]
Nieuwpoort ten tijde van de Romeinen In 1971 schrijft de Nieuwpoortse historicus René Dumon een […]