15 augustus 1566. Hemelvaartsdag. Mijn vrees wordt direct bewaarheid. De Ieperlingen proberen de Diksmuidsepoort gesloten […]
De 26ste april 1794 herbeginnen de Carmagnolen hun plunderingen die ze nu al zo lange […]
Rond 1040 komt graaf Herman aan de macht in het naburige Henegouwen. Deze afstammeling van […]
Met de evangeliseringsgolf vanaf het einde van de 3de eeuw, verschijnen er bidplekken en kapellen, […]
Anno 1931, op de 15de juni, maandag aanstaande, zou in Voormezele de processie van het […]
Zondag 5 oktober 1578. Al van in de vroegte trekt er heel wat volk naar […]
Was de streek tussen leper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde, eenzame, eindeloze woestenij? Zo beweren de meeste geschiedschrijvers, o.a. Edmond Poullet en Victor Brants.
De grote apostel Paulus handelt in een van zijn brieven over gevangenschap en geseling, over steniging, over plunderen en schipbreuk, en menigvuldige doodsgevaren die hij moest doorstaan. Leefde hij op onze dagen, dan zou hij gewis ook spreken over spoorwegrampen.
Zondag 30 januari 1594. In Sint-Elooi bij Voormezele hebben die van de kasselrij een nieuwe versterking opgetrokken, eigenlijk is er sprake van de heropbouw van een verloren gegane sterkte, op de wallen waar ooit de molen stond.
Op het puntje van mijn stoel Poperinge heeft met de nodige moeite de periode van […]
Poperinge heeft met de nodige moeite de periode van de beeldenstorm overleefd. Tijdens de tweede helft van de 16de eeuw schudt en beeft Vlaanderen in elk geval op zijn grondvesten.
Die mevrouw Medem moet niet alleen een vrouw van standing en niveau geweest zijn. Ze is vooral een eigenzinnige tante die het niet altijd zo nauw neemt met haar engagement tegenover de proosdij van Sint-Maarten.
Is een eigen kapittel niet de gedroomde plaats om hun kinderen te laten genieten van een gepast inkomen? De opbrengsten (prebenden) verbonden aan een kanunnikplaats zijn uitermate attractief. En dat ze daarbovenop nog een officieel karakter hebben dank zij kerk en staat is al helemaal meegenomen! En de verzekering van het eeuwige zielenheil is natuurlijk een toemaatje van belang.
Al wie zich eens goed wil verzetten, moet eens een reisje naar Voormezele doen. Daar is het altijd plezant. Bijna alle zondagen is er ringsteking, en dan nog een ringsteking voor ’t vrouwvolk. Zondag laatst trok ik er naartoe. Mijn verwondering was waarlijk groot toen ik tegen de avond inderdaad zag dat de jongelingen zich naast een poezelig meisje in een voiture en met kloeke hand de lans naar de ringen uitstaken.
Maandag laatst, kort na de noen werd een geweldige ontploffing gehoord. Wat nu? Bij het Sas van Boezinge waren mannen abris aan het afbreken en in hun vrij noenuur sloegen zij obuskoppen af, waarvan een ontplofte. Twee mannen werden op slag gedood en één gekwetst. De lijken werden naar Boezinge overgebracht en in het dodenhuisje geplaatst in afwachting van het parket.
Ge gaat door de Rijselse Poort te Ieper en weldra brengt de baan u in brede bochten voorbij de Britse militaire begraafplaats ‘Bedford House Cemetery’, en over de onvoltooide vaart naar Komen, op het gehucht St.-Elooi dat tot Voormezele behoort.
Dat was meer dan genoeg voor de mannen van leen om met de zaak korte metten te maken. Weldra zagen de mensen voor de Halle de griffier ’ten breteske’ verschijnen en het vonnis werd bekend gemaakt dat Hendrik Beun levend aan een staak zou moeten verbrand worden en dat zijn lichaam door het vuur zou moeten worden teruggebracht tot pulver en as.
Het concern bezit een eigen rechtspraak. Zowel de hoge als de lage justitie. Er is sprake van een baljuw, 7 schepenen, een griffier en een amman. Er worden tienden geheven over 15 parochies. De mensen van Zonnebeke, Beselare en Geluveld mogen gerust onderdanen genoemd worden van de ‘Nonnenbossen’. Naast het heffen van tienden binnen de grenzen van het kapittel van Zonnebeke heeft het klooster zowat 150 hectare in volle eigendom.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Hoe Hendrik Buen, de heksenmeester van Voormezele, levend verbrand werd in 1597