Ne mens die meer wilt dan dat ’n verdient, verdient meer dan dat ’n wilt. […]
In het leven van een mens kunnen een aantal belangrijke perioden worden onderscheiden: geboorte, jeugd, vrijen en trouwen, oud worden en sterven. Bij al de fasen van zo’n leven heeft de volksmens generaties lang nagedacht en gefilosofeerd.
Trouwen en is geen kinderspel:
al die trouwen, ze weten ’t wel!
–
Trouwen is leutig,
spijtig van d’achtersmake
–
Trouwen is wel
maar niet trouwen beter
Mei. ‘Drimilchi’, ‘Driemelkenmaand’, ‘Bloeimaand’, ‘Woenstmaand’ (maand van de vreugde), ‘Vrouwenmaand’ (vermoedelijk is dat Freya) en ook wel ‘Vrijmaand’ (vermoedelijk ook afkomstig van Freya).
Petrus Vraeghe, Pier Paelinck in de wandelinge, was de jongste uit een bende van acht. Broers en zusters waren allemaal uitgetrouwd en voor hun eigen.
Zijn verstand zit in een schuimspaan, ’t beste loopt er deure.
Hertefretters worden niet geboren maar gemaakt.
è Vrouwe zwijgt de dingen die ze niet weet.
Daar waren ne keer twee soldaten, Crabbe en Sparre, die te oud waren om nog in het leger te dienen en te lui om te werken. Daarom gingen zij bedelen; maar ze werden omtrent overal slecht ontvangen; ze en kregen bij kan niet: men zei hun dat ze kloek en gezond waren en maar en moesten werken om de kost te winnen
Er zijn gebruikelijke gezegden aan te stippen: je zit oolsan in dadus, ter lich toa zeker nen traekploaster, je skiet to wortels, je lich to moa joengen, joazd achter da meiske, zien oeogen goan verkloaren, ze zien in kaenaesse, ze vriijen dat skowe gif,..da kotje rok, ..dad ulde iemde wikkelt, …dat skufelt, ….dat ole miensken te vele skil, ze zien van mallekoar niet skippelijk, of raker nog, maar verre van deftig: ze keunen nie pissen of kakken zoender malkoar.
Als de eenden duiken, mag men zich aan slecht weer verwachten. Blaaskensregen voorspelt aanhoudende regen. De regen zal spoedig ophouden, als de kiekens schuilen.
Voor de trouwlustige lezer die niet gehuwd is, weet ge wat voor een vrouwtje ge moet nemen om een goed leven te hebben en gelukkig te zijn? We zullen het u zeggen!
Is de vrijster stug, nog wordt ze wel de bruid, maar wil de vrijer niet, zo is de vriendschap uit.
Alle dingen zijn wel: heeft het lief geen geel baar, zij heeft geel vel.
Als de bruid is aan den man, Dan wil elk eran.
Als de bruid is in de schuit, dan is het pronken uit.
Er op staan lijk een scheve zeven. Krom en scheef en met een vies gezicht.
Iedere man die trouwen wil, moet zich de volgende vragen stellen:
Ge stopt nie van lachen o’j oud komt, moar ge komt oud o’j stopt van lachen.
Maakt liefde of maakt oorloge. Of doet de twee tegoare: trouwt.
Clemansje Ze was geen meer van de jongste, Clemansje, zeker half veertig en nog altijd niet getrouwd. Een beeld van schonigheid was ze juist ook niet, alzo dozijnegoed. Maar fraai en kristelijk gene van meer. Ze was thuisgebleven, en intussen, na moeders dood, was ze buiten tand en de kanse verkeken. Ze gerochte zelfs verlegen met heur eigenzelven.