Terwijl maandag 15 september laatstleden de tweede kermisdag te Poelkapelle gevierd werd, weerklonk plots brandalarm. De vlasfabriek van M. Lamsens, aan de Strombeek, langs de Ieperstraat, stond in brand.
Terwijl maandag 15 september laatstleden de tweede kermisdag te Poelkapelle gevierd werd, weerklonk plots brandalarm. De vlasfabriek van M. Lamsens, aan de Strombeek, langs de Ieperstraat, stond in brand. De stille gemeente kwam in rep en roer en de vrijwilligers van de brandweer waren in een oogwenk met hun materiaal op weg om de vuurgloed te bestrijden. Spoedig bleek dat de brandramp te geweldige uitbreiding nam, om nog door één enkel korps bestreden te worden. Hulp werd gevraagd te Langemark, te Ieper en te Roeselare. Het werk van vier brandweerkorpsen bracht na twee uren hard werken toch resultaten op, en, hoe zwaar de ramp ook is, toch kon erger voorkomen worden.
De vlasfabriek in brand
Even buiten de dorpskom te Poelkapelle, op de baan naar Ieper, ligt aan de linkse kant van de baan de vlasfabriek van de heer M. Lamsens uit Oostnieuwkerke, juist voorbij de herberg ‘De Strombeek’ en op de wijk van dezelfde naam. Deze fabriek, met de aanhorige opslagplaatsen voor vlas en afvalproducten van vlas wordt verhuurd aan vlassers uit de omgeving, die er hun vlas komen bewerken met eigen personeel.
Maandag was Arthur De Backer uit Poelkapelle met vijf werklieden in de zwingelarij, op de tweede verdieping van de fabriek aan het zwingelen, terwijl buiten andere arbeiders bezig waren in de meers waar vlas gebleekt werd.
Plots werden de mannen in de zwingelarij een sterke brandgeur gewaar en nog voor ze konden gissen wat er gebeurde, stegen geweldige rookwolken op uit de trapopening die naar de benedenverdieping leidt. Toen ze poogden naar beneden te gaan, stelden ze met ontzetting vast dat langs daar geen ontkomen meer mogelijk was en werden ze door de rook teruggejaagd.
Langs de vensteropeningen werd naar buiten om hulp geroepen. Op dat ogenblik kwam Marcel Crabbe, uitbater van herberg ‘De Strombeek’, naar buiten. Zijn aandacht werd getrokken door het hulpgeroep en ook hij bemerkte op dat ogenblik rookwolken die opstegen uit de poort en de vensters van de benedenverdieping. Alarm werd gegeven en de brandweer van Poelkapelle werd verwittigd.
De Backer en zijn personeel waren ondertussen uit de zwingelarij geraakt, door langs de achterzijde van vijf meter hoogte uit de ingangen te springen langs waar het vlas naar binnen gebracht wordt. Het personeel, dat in de meersen werkzaam was, kwam ter hulp, maar dadelijk bleek dat het vuur in de benedenverdieping geweldig om zich heen gegrepen had zodat er niets meer te redden viel.
Hoewel heel de fabriek een stevig betonnen geheel vormt, tastte het vuur ook de bovenverdieping aan. Buiten stond echter nog een vrachtwagen met 5.000 kg vlas langs de fabriek. Dit vlas behoorde toe aan André Demonie die schuin tegenover de fabriek woont. Omdat een sterke wind de vlammen van de fabriek in de richting van de wagen joeg, werd deze laatste snel verplaatst en tot voor de woning van Demonie gesleept.
Of er reeds vuurgensters op de wagen waren gevallen toen deze nog naast de fabriek stond, of dit gebeurde nadat hij versleept werd, weet niemand, maar een feit is dat plots, door een hevige windstoot de lading van de wagen begon te branden.
Omwille van de windrichting bestond er onmiddellijk gevaar voor de woning van Demonie, zodat de brandende wagen moest achteruit gesleept worden.
Door het branden van de wagen kreeg de brandweer twee vuurhaarden te bestrijden. Inmiddels had men telefonisch ook de brandweer van Langemark verwittigd, evenals deze van Ieper. Beide korpsen waren spoedig ter plaatse, en zoals het korps van Roeselare dat ook ter hulp gevraagd werd.
Aan water ontbrak het gelukkig niet, vermits in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek een vijver ligt van circa 1 hectare oppervlakte, afkomstig van een vroeger aldaar bestaande steenoven. Met man en macht werd het vuur bestreden en na twee uren werken was de brand overmeesterd. Dank zij het kordaat optreden van de brandweerkorpsen kon nog een groter onheil voorkomen worden, want de opslagplaatsen rond de fabriek gelegen, werden gevrijwaard, net zoals de woning van Demonie die in onmiddellijk gevaar verkeerde.
Gedurende de blussingswerken moest het verkeer langs de baan op Ieper stop gezet worden, vermits de brandende vlaswagen dwars over de baan stond.
Omtrent de oorzaak tast men in het duister. Alleen vermoedt men dat de brand ontstond in de benedenverdieping, bij de machine die de zwingelarij in beweging brengt. De aangerichte schade is aanzienlijk en en beloopt meer dan twee miljoen. Belangrijke machines werden vernietigd net zoals een aanzienlijke hoeveelheid vlas en olie.
–
Uit ‘Het Wekelijks Nieuws’ van september 1952 – www.historischekranten.be


