banner
Jul 30, 2025
121 Views
Reacties uitgeschakeld voor Woede in de Westhoek

Woede in de Westhoek

Written by
banner

De welvaart in Vlaanderen hangt in grote mate af van de lakennijverheid en die is in grote mate afhankelijk van de goede zakelijke relaties met de Engelse markt. De levensbelangrijke onderhandelingen tussen de Vlaamse steden (onder leiding van Bruggeling Willem de Deken) en de Engelse koning Edward II om de relaties tussen beiden in een duurzame vrede om te zetten, lopen echter niet zoals gewenst. Aan het einde van de zomer is er nog geen sprake van een structurele vrede. Dat de Fransen en de Engelsen elkaar naar het leven staan rond het bezit van Aquitanië is daar natuurlijk niet vreemd aan.

De zomer van 1324 brengt ook op het platteland geen rust. De graaf heeft wel iets gedaan aan de wanpraktijken van de ambtenaren bij het innen van de boeten en taksen. De mensen zijn wel niet veroordeeld voor hun geweldplegingen. Maar waarom is er eigenlijk niets gedaan aan de boeten zelf? Zijn ze soms de melkkoe van de lichtzinnige en onbezorgde graaf die ergens in één of ander Frans kasteel een exuberant leventje leidt op het zweet van hun arbeid?

De edelen, graaf en de koning worden door de landmensen bekeken als hun vijanden. De Westhoekers voelen zich diep vernederd onder de Franse dictatuur. Ze zijn woedend om de kwijtgespeelde vrijheid en hun verloren “vrijmanschap”. De wrok wordt nog gevoed door nieuwe financiële wanpraktijken bij het innen van belastingen in het Brugse Vrije. Het zoveelste bewijs voor de opstandelingen dat het kwaad niet is aangepakt zoals het hoorde.

De actie van de “compagnie” worden geleidelijk aan beter georganiseerd. De opstandelingen verdelen zich in operationele groepen met elk hun leiders en elk hun specifieke actieplannen. Het hart van de operatie ligt in Brugge met Zannekin als onbetwiste leider. Hondschote, Zuidkote, Gijvelde dragen hem op de armen, verafgoden hem, zweren op zijn naam en geslacht. Over de Steengracht en de Kromme Gracht, over de grote en kleine Beverdijk en het Duivenbroek klinkt zijn naam als een vrijheidskreet tot Bonen, Sint-Omaars en Cassel, waar de Fransen hun scherpe tanden in onze grenzen en in de ziel van ons boerenvolk planten.

Ondanks het verbod aan voormannen, worden Zeger Janszone en Lambrecht Bovin aangesteld als hoofdmannen in het Brugse Vrije. Zannekin en Janszone nemen samen de Westhoek voor hun rekening. Op Sint-Pietersdag van 1324 (op 30 juni) vertrekt hij naar zijn slot in Nevers. De Vlamingen zullen nu wel rustig blijven. Hij moet zich nu concentreren op een pact met de Engelsen. Hij geeft d’Aspremont de opdracht om de belastingsschroef nog wat meer dicht te draaien en de boetes van Athis in versneld tempo op te eisen. Want hij heeft te kampen met een ernstige persoonlijke geldnood.

“Weet hij niets beter dan zijn vaderland te verlaten?”. Dat is de vraag die de Vlaamse mensen zich stellen. Op enige goodwill kan de graaf echt niet meer rekenen. Het oproer barst opnieuw in alle hevigheid los. D’Aspremont doet het in zijn broek. Hij vreest voor zijn leven en trekt naar de Franse koning om er zijn beklag te doen over de brutaliteit van de Vlamingen. Hele bendes van gewapende opstandelingen doorkruisen Vlaanderen op zoek naar alle profiteurs van ontvangers en belastinginners die de bevolking jarenlang zo hebben getergd met ondraaglijke lasten en belastingen.

Wie niet tijdig kan ontkomen, wordt zonder enig medelijden gedood, de huizen worden geplunderd en, zoals naar gewoonte, achteraf in brand gestoken. De boeren brengen iedereen die misbruik maakte van zijn gezag meedogenloos om het leven. De heren van Halewijn, Haveskerke, Moerkerke en nog vele anderen die de Franse koning gevolgd zijn in het opeisen van de belastingen en boetes, worden de keel overgesneden.

Tijdens de afwezigheid van de graaf wordt het gouverneurschap nu waargenomen door de edelman Filips van Axel. Hij is de “ruwaard” van dienst. De hechte samenwerking tussen de vrije landlieden van de zeekant, die geen feodale historiek achter zich hebben, en het volk van het Brugse Vrije die integendeel al enkele eeuwen leven in het systeem van feodale heren, ridders en leenmannen, resulteert in een geheel nieuw gedachtegoed. Waarom moeten er eigenlijk heren zijn? Waarom zijn die heren beter dat de andere mensen? Waarom wonen de edelen in versterkte huizen en kastelen? Waarop baseren zij het recht om zich beter te voelen dan de gewone mensen?

Waarom heeft het graafschap nog altijd geen Vlaamse bisschop? De stoel van Doornik wordt bezet door Franse prelaten. Terwaan is Frans tot en met. De Fransen lachen met de Vlaamse tongval. Autoritair en vanuit de hoogte. Waarom? Het is allemaal geestelijke smeerlapperij. Kijk maar naar het uitroeien van de tempeliers door de vorige koning van Frankijk. De Vlaamse tempeliers van Ter Doest en van het Tempeliershof in Ieper stierven warempel op de brandstapel. Goswijn van Brugge, Jan van Veurne, Jan van Slype en Gobert van Male.

En dan is er nog onze heldhaftige tempelier Willem van Saeftinge die op schandelijke wijze door Jan Breydel en Pieter de Coninck aan de Fransen werd uitgeleverd in de afloop van de Guldensporenslag. Ja, het is onze Willem van Saeftinge die voor ons Vlaamse “honden” genade is gaan afsmeken bij paus Bonfiatius en gepleit heeft voor een geestelijke politiek van evenwicht in onze kuststreek.

De stemming van de opstandige buitenmensen krijgt in het najaar van 1324 een revolutionair karakter die zich afzet tegen het maatschappelijk systeem. De volksgezinde poorters en de ambachtslieden van Brugge zien het gedachtegoed maar al te zeer zitten en sluiten zich graag aan bij de beweging. In de steden Ieper en Gent stijgt de spanning tussen de begoede patriciërs en de massa eenvoudige ambachtslieden. De sfeer wordt grimmiger en rumoeriger met de dag.

De dreigende aversie tegen het “blauw bloed” maakt de lokale heren bang en onzeker. Met de afwezigheid van hun graaf voelen ze zich geïsoleerd. Er dreigt gevaar. De patriciërs en de edelen bekijken de ontwikkelingen met stijgende onrust. Die onrust uit zich in de herfst van 1324 wanneer de vierschaar van Ieper enkele sympathisanten van de opstandelingen veroordeelt tot een jarenlange verbanning weg van Vlaanderen. Het laat vermoeden dat die verbanning er komt wegens opstandige activiteiten tegen de Ieperse bourgeoisie. Er is overal niet veel meer nodig om het potje te laten overkoken.

In het noorden van de provincie neemt de opstand steeds grotere proporties aan. De streek ten noorden en ten oosten van Brugge, richting Maldegem, wordt nu geleid door de begoede boeren Walter Ratgheer en Hugo Beukels die notabene leenmannen zijn van de graaf zelf. De edelen doen er alles aan om hun kastelen te versterken en zich te organiseren tegen de nakende opstand. Ze stellen Jan van Bergen uit het Westland aan als hun leider. Er volgt een militaire actie om Brugge af te zonderen van de rest van de provincie. Een reeks gewelddadige raids volgen.

De kronieken vertellen: “De ridders trokken uit, zij verbrandden de huizen van het gemene en al dezen die zij vonden werden gedood of gevangen, en degenen die zij gevangen wegvoerden uit het gevecht of zonder gevecht, werden onthoofd of zonder medelijden op hooge wielen geradbraakt”.

De acties van de edelen steken het vuur definitief aan de lont. “Si souden die kaerlen hangen??”. Het volk is ontketend. Volkswoede. Vanaf nu is het oog om oog en tand om tand. Hele bendes vallen nu de kastelen en versterkte woningen van de heren aan. De bewoners van de elitewoningen moeten het ontgelden. Brandstichting, geweld, moord, diefstal en plundering alom. Ook de geestelijke grootgrondbezitters zijn kop van jut. Schuren en graanvoorraden van de steenrijke abdijen van Sint-Baafs en Sint-Pieters worden geplunderd. Het stro en de tienden worden opgevorderd door de massa.

In Brugge wordt ondertussen hard gewerkt aan de militaire organisatie van de revolutionairen. Grote bastions van de edelen kunnen niet zomaar worden veroverd. Er worden twee expeditiekorpsen samengesteld. Het korps van Lambrecht Bovin zal Aardenburg aanvallen en oprukken naar het Land van Waas. De militie van Zeger Janszone zal eerst het vuile riddernest van Gistel verdelgen om daarna op te trekken naar het Westland. Nikolaas Zannekin assisteert Zeger Janszone en roept het volk van Veurne-Ambacht op om mee ten strijde te trekken. Het Veurnse ontvangt Zannekin als een ware volksheld. Hij wordt er begroet als een “Engel van God” schrijven de (vijandelijke) kronieken.

“Ze vertrouwen meer in hem en hebben groter ontzag voor hem dan voor gelijk welke heer, tegenover hem achten zich noch graaf, noch koning”. Robrecht van Cassel trekt zich strategisch terug in Sint-Winoksbergen en wacht op hulp. Want die zal er nodig zijn. Hij informeert de graaf en de Franse autoriteiten over de losgeslagen revolutie in Vlaanderen.

De Franse koning Karel de Schone beseft in december 1324 dat de situatie in zijn leengebied toch wel erg uit de hand is gelopen. Hij maakt zich terecht ongerust over de toestand in Vlaanderen. Hij roept Lodewijk van Nevers en zijn nonkel Robrecht van Cassel op het appel en verzoekt hen a.s.a.p. naar Vlaanderen te reizen en daar orde op zaken te stellen. Op kerstdag arriveren ze in Kortrijk waar de graaf overleg wil plegen met de vertegenwoordigers van de grote steden. Gistel en Aardenburg zijn nog steeds in de handen van de rijke burgerij. Hier houden veel ridders zich schuil uit angst voor de volkswoede. Gent en Ieper beslissen om samen een honderdtal boogschutters naar Gistel en Aardenburg te sturen als assistentie.

De toestand op het veld wordt stilaan hachelijk voor de graaf. Kasteelheren die het hebben gewaagd om vergeldingsacties te organiseren tegen het gemeen worden simpelweg afgemaakt. Er moet een serieuze tand bij gestoken worden. Lodewijk maant Robrecht van Cassel op 21 januari 1325 aan om de huizen van iedereen die meedoet met de rebellie in brand te steken en alle rebellen die hij te pakken krijgt, te liquideren. Lodewijk van Nevers weet natuurlijk dat het de welgestelde Nikolaas Zannekin is die de hele boel coördineert bij de opstandelingen. Waar hij aanvankelijk de obscure hoofdman was in Veurne ziet hij tot zijn stijgende verbazing dat de rebellenleider nu officieel de opstand leidt vanuit Brugge.

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.