banner
apr 6, 2026
34 Views
Reacties uitgeschakeld voor Maarten Luther

Maarten Luther

Written by
banner

Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij dit niet doet, dan zal zijn straf niet min zijn. Lees maar: ‘indien binnen de tijd van zestig dagen Luther niet openlijk zijn dwalingen herriep en zijn werken in ’t vuur wierp, werd hij verklaard van een halsstarrige ketter te zijn, in de ban gedaan, en zijn ziel overgegeven aan Satan. Ook werden alle wereldlijke vorsten onder dezelfde strafbedreiging gelast, zich van zijn persoon meester te maken om naar verdienste van zijn misdaden gestraft te kunnen worden.’ Mijn monnik is vogelvrij verklaard.

De bulle van de paus verspreidt zich ook in Vlaanderen. In Leuven bijvoorbeeld worden Luthers boeken op straat verbrand. De nieuwe gedachten van Luther lijken op het eerste gezicht amper doorgedrongen te zijn in het Westland en in Brugge. Het stof van de geschiedenis speelt zo zijn parten. Ik zie me verplicht om verder te graven in mijn eigen archieven. Een Ieperse Franciscaan schijnt al vanaf 1519 te prediken in de kerk van Sint-Maarten om de lokale gelovigen te wapenen tegen de nieuwe leer.

De Ieperse jaarboeken geven na wat zoekwerk uiteindelijk toe dat de vogelvrij verklaarde Luther maar al te goed bekend is hier in mijn eigen streek. De getuigenis van mijn pausgezinde kroniekschrijver is veelzeggend: ‘anno 1517 zaaide Martinus Luther het onkruid op de akker van de paus Joannes Medecis Florentius, genaamd Leo X. Hij was geassocieerd met Alricus Swinglius en meer goddeloze maar geleerde mannen. Zij noemden zich gereformeerden of hervormers. Luther was geboren te Isleven in Saxenland, wierd religieus in het klooster der paters Augustijnen te Erfort en werd in het jaar 1512 doctoor in de Godheid.’

‘De wetenschap blies (‘blaasde’ staat er eigenlijk geschreven) hem op en miek hem hovaardig en hij begon met een geweldige haat de Roomse kerk aan te vallen. De aflaten dienden hem om met meerdere vrijheid zijn gramschap op de kerk uit te voeren. Hij heeft zijn kap verworpen en een huisvrouw aangenomen. Deze misleider veroorzaakte veel bloedstorting die men in de historie vindt. Vlaanderen heeft het afgezien met vrees en flauwe reden kavelinge. Men moet de universiteit van Leuven toeschrijven dat Vlaanderen daar van zulke doling bevrijd is geworden.’

Het is in elk geval duidelijk dat de jaarboeken van Ieper pas later aan het papier werden toevertrouwd. En zeker na 1525 want het is pas dan dat de predikant, tegen de zin van zijn aanhangers trouwens, in het huwelijk zal treden met de zestien jaar jongere Katharina van Bora met wie hij trouwens zes kinderen zal krijgen. Er is trouwens een aardige dubbelzinnigheid geslopen in de oude geschriften. Luther wordt hier omschreven als een misleider. Ik moet er hartelijk om lachen. Volgens de letters van het woord mag ik dus voortaan elke celebrant van een of andere religieuze dienst met gerust gemoed als een misleider pur sang beschouwen.

De Ieperlingen worden gewaarschuwd om de nodige afstand van deze alternatieve godsgedachten te bewaren. In Veurne, Nieuwpoort, Poperinge, Diksmuide zal dat ongetwijfeld ook het geval zijn. Ze krijgen allemaal hun plakkaat. ‘Anno 1518, op de 30ste december was er in de stad van Ieper vanwege de koning gepubliceerd, present François Thorin en Joris de Bruyne met de poortbaljuw een plakkaat dat niemand wie hij zijn mag en zal vermogen te zweren, vloeken, blasphemeren, (godlasteren) en de naam van God loochenen, nog die van de heilige maagd Maria, noch grote verfoeilijke en grauwelijke eden te doen waarmee zij hierdoor opnieuw de pijn en de wonden van Jezus Christus op zijn kruis openrijten en verversen.’

De waarschuwing is ondubbelzinnig. De eerste overtreding wordt bestraft met een geldboete: ‘op peine voor de eerste maal van een geldboete volgens de middelen van de persoon, de tweede maal publiekelijk aan het pelorijn gesteld te worden of op een schavot en voor valse eed de tong doorstoken te worden en voor de derde maal op alle hoeken van de straten van de stad gegeseld te worden en alsdan voor eeuwig uit het land verbannen te worden op peine van de galge.’

De orders komen van Margaretha van Oostenrijk, de tante van keizer Karel, die op dat moment andere katten te geselen krijgt in Spanje en die zoals de Ieperse kronieken het aangeven op dat moment in 1518 inderdaad nog de status van koning bezit en niet die van keizer. De kwestie van het geselen van die katten in Spanje, mag ik hier in Ieper overigens eigenlijk wel letterlijk opvatten.

Op 20 oktober volgt er een nieuwe verordening. Een eeuwig edict met als getuigen Pieter van de Capelle, Pieter Coekele en de Ieperse schout van dienst. De tienden die de kerk opeist bij de mensen moeten voor veel kwaad bloed zorgen bij de man in de straat en zal vermoedelijk reden nummer één zijn waarom het nieuw geloof zo aanslaat bij de burgers. Met welk recht kan de kerk geld blijven eisen van de mensen? Luther zal blijkbaar een gevoelige snaar geraakt hebben. De voorbije tijd moet het aftroggelsysteem bestemd voor de bouw van pauselijke extravagantie en voor de zakken van de geestelijken nog toegenomen zijn. Na honderden jaren van gedwee tienden betalen op voedsel en landbouwopbrengsten, heeft de zwarte kerkbrigade er nog een schepje bijgedaan. Hun geldhonger blijkt amper te stillen.

De levensomstandigheden op het platteland zijn op dat moment bepaald zorgwekkend. Miljoenen keuterboertjes in Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen. Arme stakkers, de naam van boer niet waardig, leven er hun erbarmelijk leven. In koterij opgetrokken uit hout, leem en gestapelde stenen, met een strooien dak en één kamer waarin het hele gezin slaapt, eet en leeft. Voeg daarbij een lapje grond. Een kippenren, een varkenshok, een koestal en wat tuin waarop met wat geluk groente probeert te groeien. Van hygiëne is er geen sprake. Onhoudbaar koud en kil tijdens de winter. Snikheet in de zomer. Luizen, vlooien, ratten, muizen, muggen, ziekte, koorts. Water en droogte. Stank en verrotting. Smeulende en tergende levens die wel eindeloos lijken te duren.

Tien percent van wat deze sukkelaars hier produceren, moet als sinds jaar en dag dan nog afgestaan worden aan de kerk. Voeg daarbij de pacht voor huis en grond die twee keer per jaar moet betaald worden aan de heer. En alsof dat nog niet allemaal genoeg is, moeten de bewoners nog enkele maanden per jaar gratis gaan werken voor de eigenaar. Het leven in de middeleeuwen. Een verschrikking. Heffingen op zowat alle levensmiddelen. Zout. Vee. En alsof dat nog allemaal niet volstaat, is er de voortdurende terreur van onbetaalde rondzwervende soldaten die tussen de oorlogen in op zoek zijn naar goed om te plunderen. Hoe vaak heb ik al geschreven over de roof en de verkrachting die hele dorpen van de kaart veegden?

Het bestaan moet uitzichtloos zijn. Gelukkig is er de dood als uiteindelijke verlossing. Hopelijk voorzien van het beloofde extraatje van het eeuwig leven, de definitieve afrekening met alle ellende hier op aarde. En ook deze belofte lijkt nu plots meer te gaan kosten. Ik kan me de weerstand van de mensen goed inbeelden. Het nieuw edict wil paal en perk stellen aan extra kerkelijke belastingen. Als er belastingen komen, zullen die wel geheven worden door de magistraten. En niet door de priesters. De kapittels moeten zich tevreden stellen met wat ze van oudsher konden vragen aan de mensen. Het beteugelen van extra kerktaksen heeft trouwens het voordeel dat de haat tegen de kerk in de kiem gesmoord zal worden. Hopelijk zal de onrust ermee gestild worden.

De nieuwe wet is duidelijk: ‘de geestelijke en andere personen die pretenderen de tienden te doen betalen op verscheidene opbrengsten die groeien uit de aarde, zoals hout, gras of weidinge en van alle vette hoornbeesten zoals schapen, varkens, kalveren, ganzen, enz.., insgelijks van rapen, kolen, appelen, peren, noten en dergelijke vruchten. Dat het niet betaamt en dat er bevolen wordt dat geen geestelijke, lid van een of ander kapittel, van welke soort of slag of stad het zal vermogen om andere tienden op te eisen of te lichten dan die welke hun voorzaten gewoon waren op te eisen 40 jaar of langer geleden in de tijd. Niemand heeft nog het recht om extra tienden op te eisen op risico van nulliteit.’

De eis om Luthers geschriften in brand te steken, zorgt natuurlijk voor een tegenreactie van zijn kant. Actie zorgt zoals altijd voor reactie. ‘Als de kerk het zich permitteert om mijn boeken te verbranden, waarom zouden wij ons dan inhouden?’, vragen Luther en zijn medestanders zich af. Hij eist het recht op wedervergelding op en ‘wierp de pauselijke bulle en decretalen den 20 december 1520 te Wittemberg insgelijks openlijk in het vuur.’ Door dat te doen, kan Luther trouwens niet meer terug. Deze prediker verbrandt letterlijk en onherroepelijk zijn schepen. Van een terugkeer naar de schoot van de kerk kan er nooit nog sprake zijn. Er rest nu alleen nog maar de werkelijkheid van een open oorlog met de officiële kerkinstanties.

Die oorlog vertaalt zich in heftige reacties in Duitsland. De voorstanders zegevieren, het dissidente geloof zal uitgeroeid worden. Luthers aanhangers lezen de bullen met verbijstering en met stijgende verontwaardiging. Het beetje eerbied dat ze allemaal nog wel hadden voor de paus smelt als sneeuw voor de zon. Protest en massale optochten van het gemeen leiden in veel steden tot geweld en tot het provocatief verscheuren van de bewuste bulle.

Luther zelf is niet verbaasd. Wat de paus allemaal oplegt, is het levende bewijs dat hij zichzelf schuldig maakt aan onrechtvaardigheid en ongodsdienstigheid. Leo als antichrist, zo’n exemplaar die zijn macht alleen maar met dwingelandij en overheersing uitoefent. Het nieuw testament had het goed voorspeld. Hij vermaant alle christelijke vorsten om zich van zulk schandelijk juk te ontdoen en zich achter de vrijheid van het mensdom te scharen. De lokale regeringen komen zwaar onder spanning. De kampen staan als kemphanen tegenover elkaar, de gemoederen raken van langs om meer opgehitst. Duitsland schudt en beeft in zijn voegen.

Dat is zowat de toestand als de twintigjarige Karel het roer overneemt in Duitsland. 1520, het is bij hem altijd makkelijk om te rekenen. De keurprinsen hebben zich een tijd op de vlakte gehouden en zeker niet gereageerd voor of tegen Luther. Zijn werk en zijn overtuiging hebben zich verspreid over heel Duitsland en die maken vooral indruk op de studenten. ‘Deze twist had echter op de gemoederen van het volk een diepe indruk gemaakt. De eerbied van het gemeen voor de oude leer en zijn instellingen was verminderd, en de brandstof die gans Duitsland in vuur en vlam moest zetten, was reeds overal verspreid.’

De schrijver heeft het natuurlijk over Luthers fameuze boeken. ‘De studenten kwamen bij benden uit alle delen van het keizerrijk naar Wittemberg. Melanchton, Carlostadius en andere meesters reisden naar Luther om uit zijn mond dezelfde gevoelens te leren, welke zij bij hun terugkeer verder verspreidden bij hun landslieden, die dezelve aanhoorden met diezelfde levendige aandacht, die men besteedt aan de waarheid wanneer die vergezeld gaat van de nieuwigheid.’

Met een beetje diplomatie kon paus Leo dat allemaal wel voorkomen hebben. Dom van hem, hij heeft van deze brave monnik een verbitterde tegenstander gemaakt. Zijn aanhang is zo groot, dat niemand het hier aandurft om deze Luther in de ban van de kerk te slaan. Deze gaat stapje bij stapje verder in zijn aanvallen op Rome.

‘Hij ontdekte, bij trappen, de nutteloosheid van de bedevaarten en boetedoeningen, de ongerijmdheid van de tussenkomst der heiligen en de goddeloosheid van hun aanbidding. Het misbruik van de biecht en het hersenschimmig bestaan van het vagevuur.’ Hoe verder hij gaat in zijn kritisch onderzoek, hoe meer hij beseft dat ze de mensen al veel eeuwen blaasjes hebben wijsgemaakt. Hij ziet ook wel waarom ze de mensen zo expres dom en klein hebben gehouden. ‘Hij meende de voornaamste bronnen van hun verdorvenheid te bespeuren in hun onmatige rijkdommen, in de gestrenge wet van een ongehuwd leven en de ondraaglijke strafheid van de kloostergeloften.’

De mensen moeten zich houden aan de woorden van God en Jezus, de paus is bijzaak, helemaal niet onfeilbaar zoals beweerd. De paus is een mens van vlees en bloed zoals alle mensen. Het verwondert mij niet dat het volk aan Luthers lippen hangt. Eigenlijk is de scheuring in de kerk nu al een feit. Kerk en staat zijn één pot nat. Luther doet er nog een schepje bij. Eigenlijk zou ik hier snel overheen moeten gaan, maar zijn woorden snijden als een mes. De zedeloosheid en de straffeloosheid van de betere kringen worden als nooit voordien aan de kaak gesteld en zorgen voor een onuitgegeven crisis van het gezag.

‘De gemakkelijkheid waarmee de rijken zich aan de schrikkelijkste euveldaden schuldig gemaakt hadden en toch vergiffenis verwierven, vermeerderde de ergernis. Het hof van Rome, dat nooit uit het oog verloor om zijn eigen inkomsten zo veel mogelijk te vermeerderen, volgende de rechters in hun straffen en gestrengheid, schonk vergiffenis aan alle zondaars die een som geld konden betalen. Het denkbeeld om misdaden met geldboetes af te kopen, was in de oude tijd niet vreemd. Het gebruik ervan werd zelfs algemeen geaccepteerd, de officieren van de Roomse kanselarij gaven zelfs een boek uit waarin de juiste som voor de vergiffenis van elke zonde bepaald was.’

‘Een diaken die een moord begaan had werd voor twintig kronen vrijgesproken en ontslagen. Een bisschop en een abt konden een moord plegen voor driehonderd pond. Iedere kerkelijke kon zich op de verfoeilijkste wijze bevlekken voor het derde gedeelte van die som. De hatelijkste misdaden zelf, waarvan men in één mensenleven zelden voorbeelden van vindt werden gewoon met de mantel der geldliefde toegedekt.’

‘Maar toen er eindelijk in de wereldlijke hoven een betere manier van rechtspraak werd ingevoerd, raakte de gewoonte om misdaden af te kopen in onbruik. De voorwaarden van het hof van Rome om vergiffenis te schenken, werden voortaan als goddeloos beschouwd en als de bron van het verderf van de geestelijken.’

Luther is scherp en zijn publiek luistert met ingehouden adem. ‘En moest het dan nog gebleven zijn bij die zedenverbastering van de geestelijken. Maar neen. Hun buitensporige rijkdom en macht stelden hen tezelfdertijd in een positie om al de andere mensen te onderdrukken.’ Hun zogezegd geloof was niet meer dan een ordinair en platvloers bijgeloof, ‘hetwelk altoos met pracht of grootheid is ingenomen om gewijde lieden rijkelijk en onbepaald te begiftigen. Van daar de bron van hun onmetelijke inkomsten en dat van dit onbepaalde rechtsgebied door de kerk in elk land van Europa bezeten en waarvoor de leken voor opdraaiden. En dat die rijkdom eigenlijk hun geld was.’

Dit is een fragment uit Boek 6 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 6
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.