Maarten Luther krijgt nog welgeteld twee maanden om zijn dwalingen te herroepen en als hij […]
Op 2 september 1584 krijgt Brugge een nieuw stadsbestuur. In naam van koning Filips II […]
Anno 810. Dit jaer heeft eene vreeselyke koeypest door geheel ons land gewoed; en uyt […]
Anno 1144. Dit jaer was wederom zeer rampspoedig door de menigvuldige regens, dog meest door […]
Poperinghem dus. Ontstaan langs de steenstraat die Bavay, die volgens de oude kronieken de eerste […]
Zondag 15 december 1566. Terwijl de dagen altijd maar korter worden verhogen de spanningen in […]
Tot mijn verbazing was er in 1931 ook al sprake van een BOB campagne, lees […]
Onze geest bestaat uit stief veel goe gedachten, ’t is ollene nie gemakklijk om d’er […]
wat voorafging….. Anno 1915, op de 25ste april, herbegonnen de verschrikkingen. Een Duits vliegtuig vloog […]
Menheere van ’t Ypertje, ‘k Was met de kermisse en keer naar Zoetenaaie gegaan om […]
Hoe dikker ’t gat hoe groater de broek. Ge moet uplett’n van ’t achterste van […]
Hoe meer ge buigt voor iemand, hoe arroganter hij zal zijn voor u. – Met […]
Westhoekse wijsheden uit de jaren 30 Goede raad wordt veel gegeven, goed hulp is raar […]
Levenswijsheden uit de jaren 30 Van de mensen die doen en laten wat ze willen, […]
De wonderbare kaars van Atrecht en O.L. Vrouw van Groeninge Naast het wonderbeeld van O.L. […]
E je frites g’eten tè? Dat zegt men tegen iemand die het vertikt om goedendag te zeggen. En als die man dan vraagt waarom, luidt het antwoord ‘omdat je moend nog toeplakt van ’t vet’.
Ook zo’n bizar onderwerp is de term ‘zegeningen’. Als je daarover nadenkt dan is het inderdaad wel gek en bizar dat priesters mensen zegenen. Waar komt dit gebruik vandaan?
M’ hoort soms de menschen al ‘en keer ruttelen tegen dit en pruttelen tegen dat; en dat ze niet verstaan ’n kunnen waarom op Godswereld dat er moeten luizen bestaan en vlooien, en mieren en muggen, jandorie!
Myn mênsch’n van te lânde
hoe geern zie’k julder goan
mè zwier en zwoai, of kloek en toai
up julder stikken stoan.
‘k Hèn werkelijk nood aan een dag tusschen de zaterdag en de zundag.
‘z Is blamot ètingeld’ – Overdreven geliefkoosd worden.
”t Is ze rechter ’n oarme’ – Het is zijn bijzonderste steun.
M’ hoort soms de menschen al ‘en keer ruttelen tegen dit en pruttelen tegen dat; en dat ze niet verstaan ’n kunnen waarom op Godswereld dat er moeten luizen bestaan en vlooien, en mieren en muggen, jandorie!
Veel menschen goan dood up hunder vuuventwintig en worden maar begraven op hunder vuuventjeventig.
Wie klaagt over zijn ouden dag moet maar è keer peinzen up ’t alternatief.
Hoe oud zoe’j zijn oj niet moeste weten hoe oud daj zijt?
De eigenliefde is de grootste vleiege van de weireld.
’t Is moeilijker om geluk te verdragen dan ongeluk te verdragen.
Mensen die al alles weten, leren nieten.
Water smaakt beter o’j moet betalen ervoor
Ge moe leven binst da’j kunt.
Vertrouwt nooit etwie die stomder is dan joen.
Anno 289. Men vind aengeteekend, dat’er dit jaer zoo eenen langduerigen en harden vorst gevoelt is, dat de land-vrugten tot geenen rypdom konden geraeken. 290 is daer-en-tegen zeer vrugtbaer geweest.
Deze week botste ik toevallig op onderstaande tekst van Stijn Streuvels, geboren in Heule in het jaar 1871. De verhalen over zijn kindertijd moeten dus herinneringen zijn aan de tijd voor het jaar 1900. Mijn pet af voor de stijl en de warme nostalgie die hij in onderstaande tekst neerschrijft.
Nu mezen en robaers hen honger, koud en durst
Ze kommen ieder dag en pekken e bitje vet