Ieperse Woordetjes
Mensen maken: wenken, teken doen van naderbij te komen
Ter winkel gaan: klant zijn
Uit caritate: uit medelijden
Pijpesmoren: uitbrander krijgen
Leertje steken: opruien, iemand aanzetten iets ie doen.
Krevitten (krevittelen): kittelen
Ramiesteren: in bed woelen, stampen
Schenteventer : iemand die onder de prijs tracht te verkopen
Warme billen: iets gaan overdragen, bv toen hij hoorde zeggen, liep hij met zijn warme billen het verder vertellen
Kaaksmete: affront, belediging
Planete leggen: iemand de waarheid zeggen
Djent: hij komt er schoon voor
Spant een keer de vaart: kijk eens!
Wijsheid afhalen: afvragen
Slag van Slingers meulen hebben: niet goed wijs zijn
Borstelen: geen gelijk kunnen halen; bv: Ik ben maar een klein mens om tegen te borstelen, borstel daar eens tegen
Met schusse en schroo: alles in detail vertellen
Genoeg en zoveele: tot daar
Prutten: weglopen ; bv hij prutte weg met z’n warme billen
Ge spreekt tegen mijn hielen: horende doof zijn
Bordes: zonnestoor
Windewere: windscherm
Upperlucht: venster boven de deur
Ge hebt den diksten: gelijk hebben (ironisch)
Duimerling: paling van ongeveer een duim dikte
Bleie: witwis
Schartelare: sukkelaar, slechte vakman, iemand die zich moet weren om de eindjes aan elkaar te knopen
Rekkedjek: soort snoep, zwarte gom die uitgetrokken wordt
Mortjepaaier: vijfde wiel aan de wagen zijn
Noel VANDERBREEN in Ieper Kwartier van 1987


