Over onze straatnamen
Van een lezer ontvangen we volgend schrijven:
Het schepencollege begeert de nagedachtenis van de heer burgemeester Lahaye bestendig te huldigen met zijn naam te geven aan een van onze straten. Zeer wel!
Maar men wil zijn naam geven aan de Casselstraat, omdat hij daar woonde, gelijk men de naam van Maurice Dewulf gegeven heeft aan de Meesenstraat, omdat hij daar woonde, en gelijk men de naam van Guido Gezelle gegeven heeft aan de Schaalstraat, omdat…. Ik weet niet waarom.
En daarmee verdwijnen enige oude straatnamen die behoren tot het wezen van de stad, gelijk voor veertig jaar het oude ‘pilorijn’, de oude schandpaal die stond in de Watoustraat bij de smisse, ook verdwenen is, zeker met toestemming van het toenmalige schepencollege.
Elders bewaart men zorgvuldig al wat herinnert aan de oude gebruiken en zaken. Men richt musea op om de oudheden te bewaren, men doet aan folklore om oude tradities van de vergetelheid te redden.
En zie hoeveel er reeds verloren gegaan is in onze goede stede van Poperinge! Wie kan er nog zeggen waar het Vroenhof was, en wat die plaatsnaam beduidde voor de geschiedenis van onze stad? Dat was een deel van de Kleine Markt (vroeger de Oude Markt) en van de Boeschepestraat, Benedictijnen inbegrepen: daarover was de Overdam, ’t is te zeggen ‘over de dam’, waarmee men het water van de Vleterbeek ophield om een voorraad water te hebben voor de vaart.
Er was een andere dam die de vaart zelf op een hoger peil hield, het was de Ieperdam, en daarnevens lag de Ieperdam-kouter. De mensen zegden nog ‘den Koutter’, maar ze schrijven Komstraat, rue du Bassin.
En de Gervelgatstraat, die bestaat nog in de mond van de oude Poperingnaars, ‘Gerrewaartstraat’ zeggen ze, maar officieel heet ze de Veurnestraat, nadat ze een eeuw Leverstraat geheten heeft.
En het Gapaartstraatje (bij Dr Van Walleghems); men vond in alle steden een Gapaartstraat, en de reden daarvan is een hele historie van apothekers, te lang om nu te melden.
En de Papestraat, nu eerbiedig omgezet in Priesterstraat, maar voor vijftig jaar durfden de mensen nog zeggen Papestraat en daar vond niemand graten in. En, helaas, de jongste verminking van ons oud stedenschoon! Het Rekhof, en niet de Rekhofstraat, en nog veel minder de Kerkhofstraat: een hele brok geschiedenis die wegvalt! Het Rekhof was een oude heerlijkheid van Poperinge, gelijk het Vroenhof, het Zwijnland, enzovoort.
Ik vraag dat iemand dat akelig bordje ‘Kerkhofstraat’ zou aftrekken en dat het schepencollege een vroegere dwaling zou herstellen: dat is het Rekhof, nog min nog meer.
Wat er te doen is? Namen van grote mannen of van bestuurders van wie men zo begeert hulde te bieden, geven aan NIEUWE straten. Men heeft de naam van deken De Bo gegeven aan een straat die nog geen naam had: heel wel! Maar er zijn nu nieuwe straten genoeg die naar een naam wachten. Dat men aan die nieuwe straten namen geve van beroemdheden van vroeger of van overleden stadsbestuurders.
Aan het schepencollege weze de naam aanbevolen van Lanceloot Blondeel, schilder en ontwerper van Brugge-Zeehaven door een vaart naar Heist. Dat was een geboren Poperingenaar. En Pater Makeblyde, een der opstellers van de Vlaamse catechismus, idem een geboren Poperingenaar.
Geef aan de straten die wachten op een naam een behoorlijke naam (en dat het gedaan is met namen als Switch-road, Zwitserse route en andere stommiteiten als Kerkhofstraat), maar eerbiedig ons oude stadswezen.
De heren van het schepencollege kunnen niet verplicht zijn geschiedkundigen of taalkenners te zijn, maar ze kunnen de archivist of oudheidkundigen raadplegen vooraleer een nieuwe straat naar de doop te dragen.
De Nestor Lahayestraat zou betamen te komen in het nieuw kwartier achter de statie. Het is toch onder het bestuur van de heer Lahaye dat dit kwartier tot stand kwam.
–
Uit De Poperingenaar van 1937 – www.historischekranten.be –


