banner
Jun 17, 2020
1753 Views

Het drama van de hosties

Written by
banner

1736: twee stormen op rij
Het begin van 1736 verloopt al niet beter dan vorig jaar. Want op 23 en 27 februari krijgen de bewoners twee stormen op rij te verwerken, met een overstroming van het zeewater zoals dat al een hele tijd niet meer gezien was. Vooral op de 27ste gaat het er lelijk aan toe. In de binnenstad staat het water 60 cm hoog, van de brede steiger tot halverwege de Langestraat en van de vismarkt tot aan de groentemarkt. Tot groot ongemak van de inwoners die met hun kelders en keukens onder water staan. Men slaat groot alarm en de toegesnelde werklieden slagen er alsnog in om de gaten in de dijken met zeilen en zandzakken te dichten waardoor ze grotere ellende voorkomen.

Het lijkt er in de jaren 30 van de 18de eeuw wel op dat men hier geen enkel jaar kan aanvatten of afsluiten zonder een flink bad in het zeewater. Op 9 december jakkert een onstuimige wind andermaal het water in de stad en is er opnieuw sprake van enige schade aan de woningen. Vreemd genoeg vertelt Bowens altijd hetzelfde verhaal dat de inwoners nooit eerder zo’n vernietigende storm beleefden. Het voorval van een maand geleden kan ik dan wel beschouwen als een bizarre gebeurtenis uit de geschiedenis van Oostende. Ik keer dan ook direct terug op mijn stappen en houd halt op 11 november 1737. Uit de haven van Oostende ligt een eerste transportschip met aan boord de lijfwacht van de groothertog van Toscane, onze Frans van Lotharingen vertrekkensklaar.

Ze wachten enkel nog op een sloep die kapelaan Thomas Magger en enkele van hun collega’s nog aan boord moet zien te krijgen. Ik zie het allemaal voor eigen ogen gebeuren, empathie voor geschiedenis heeft zo zijn voordelen om een en ander mee te beleven. Al is het dan bijna 300 jaar voorbij. Magger stapt in de sloep met een zilveren doos met dertig geconsacreerde hosties uit de kerk van de kapucijnen. De kapelaan krijgt het gezelschap van enkele mannen met brandende flambeeuwen die er duidelijk willen op wijzen dat de hosties toch wel een uiterst sacraal goedje zijn. Nu enfin, terwijl de sloep met zijn hosties en toortsen naar het transportschip aan de reede vaart, botsen ze door de onvoorzichtigheid van de stuurman tegen het westerhoofd van de kaai waardoor het geweld van de onstuimige golven het vaartuig in twee doet scheuren. Priester Magger en de andere personen bevinden zich natuurlijk in acuut stervensgevaar.

Gelukkig hebben drie mannen aan land het ongeval bemerkt en snellen ze er met een andere boot naartoe. Het gaat om priester Loyens, organist Petrus du Bruille en luitenant Petrus van den Brande. Het drietal slaagt er in om kapelaan Magger uit het water te redden terwijl de rest het ook al overleeft dank zij de bemanning van een Hollands fregat in de buurt. Velen zijn er echter slecht aan toe. Men brengt de drenkelingen naar een herberg aan de kaai om hen op hun positieven te brengen. Voor Thomas Magger zal dat een probleem zijn. De kapelaan ligt er zwaargewond bij en zal enkele dagen later ook overlijden. Op 21 november begraven ze hem in de parochiekerk van de stad, voor de eerste pilaar van de grote kerkdeur, langs de kant van de middenbeuk. Vijf dagen later geschiedt hier een grote uitvaartplechtigheid voor zijn nagedachtenis.

Een zilveren doos met hosties

Daarmee is de kous van het verhaal echter nog niet af. Wat is er met de zilveren doos met de heilige hosties gebeurd? Bij de kapelaan werd die niet aangetroffen. Enkele gewapende soldaten houden nu de wacht bij het westerhoofd om de toeloop van het volk te beletten dat een zoektocht wil ondernemen naar de beurs waar de hostiedoos in verborgen zat en nu ergens in het water moet ronddrijven. De mannen hebben geluk wanneer ze daags na het ongeval, de 12de november om 9u deze kostbare schat terugvinden tussen de rotsen van het westerhoofd. Ze verwittigen onmiddellijk het stadsbestuur dat het absoluut noodzakelijk vindt om processiegewijs en met mijnheer pastoor op kop de heilige hosties te gaan ophalen.

De plechtige terugtocht gaat gepaard met brandende kaarsen en een enorme toeloop van volk. Allen samen begeleiden ze de heilige hosties met de allergrootste godsvrucht die ze ook maar kunnen opbrengen en onder klokkengelui naar de parochiekerk. Na verloop van tijd zal de bisschop van Brugge een dankmis met Te Deum Laudanus celebreren uit dankbaarheid voor de zoveel geredde personen en natuurlijk ook voor de behouden terugkeer van het lichaam van Christus in zijn zilveren doos. Tijdens die mis van 18 november krijgen de aanwezigen trouwens nog een aflaat cadeau van de bisschop. Ver van al dat devoot gedoe zijn de gebeurtenissen van 30 december 1738. Baldadigheden her en der in de stad dwingen het stadsbestuur om een burgerwacht op te trekken. Twaalf gewapende mannen en twee officieren kruisen nu standvastig de Oostendse straten om de rust in de stad te bewaren! Die burgerwachten zijn trouwens van de partij op 20 februari 1739 om de nieuwe gouverneur van de stad, een zekere graaf De Chanclos op de groentemarkt welkom te heten.

Bizarre ijssculpturen op de Noordzee
1740. Daags voor Driekoningendag begint het hier wel erg sterk te vriezen. Felle koude en vorst die zullen aanhouden tot in april. Het is zo erg dat de wateren dichtvriezen, de grote kreken dan toch. Op zee kan men tot ver de meest bizarre ijssculpturen zien opduiken, ongelooflijk volumineuze gedrochten die de Noordzee omtoveren tot een hallucinante ijswoestijn zo ver de einder reikt. Van de vruchten op het land moet dan al niet meer gesproken worden, die zijn allemaal naar de vaantjes. Niet moeilijk dat de Oostendenaars grote honger lijden. Wees er maar zeker van dat dit ook het geval is in de rest van Vlaanderen. Om de mensen wat te ondersteunen in deze tijd van nood koopt het magistraat ladingen graan op om aan redelijke prijs te kunnen verkopen aan de inwoners. Getuigen beweren dat de winter van 1740 beduidend strenger is dan die van 1709. De zomer van 1740 zit er al lang op als de dood van keizer Karel VI bekend geraakt in de Nederlanden. De arme man stierf of 20 oktober en krijgt nu zijn oudste dochter Maria Theresia als opvolgster. Die is vier jaar geleden getrouwd met de in Oostende welbekende Frans I Stefan en dat belooft toch wel een en ander voor de toekomst.

Uit deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ – verschijnt einde 2020 –

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *