Aagetrutte: lichtekooi
Aageweewe: ongehuwde moeder
Aandeklootn: doodop/kapot
Aangetooteld: slecht aangekleed
Aasmn: ademhalen
Aavereks: verkeerd
– Aagetrutte: lichtekooi
– Aageweewe: ongehuwde moeder
– Aandeklootn: doodop/kapot
– Aangetooteld: slecht aangekleed
– Aasmn: ademhalen
– Aavereks: verkeerd
– Aawtje: korenaar
– Aazelappientje: hazenjong
– Achtenteel: graanmaat
– Achterkommer: laatgeboren
– Achterwaareege: vroedvrouw
– Aestr – aostr: ekster
– Affeseern: vooruitgang maken
– Akke: had ik
– Akkroo: botsing
– Ammevlees: hesp
– Andjoen: ajuin
– Anke: had ik
– Arnas: trekstel voor paarden
– Arraangeern: aanpakken
– Baalje: breed hekken
– Baalschorte: voorschoot voor boerin
– Baans: banden
– Baazatse: rugzak van seizoenarbeiders
– Babbeluute: snoepje
– Bachtn: achter
– Bakkus: aangezicht
– Ballasson: rugzak
– Baamesweere: regenachtig weer met veel wind
– Barriere: hekken
– Barrierewachter: bareelwachter
– Bassche: dekzeil
– Basn: blaffen
– Baste: zak bakmeel
– Bastiere: dekzeil
– Battaviern: feesten
– Batteuze: dorsmachine
– Beddepisser: paardebloem
– Bein: wachten
– Beir: aal
– Beirejong: sterke man
– Beitellietje: wacht een beetje
– Benaargeevn: aangeven
– Bendig: spaarzaam
– Berd of bard: verhoogstel voor wagens
– Besan: in de weg staan
– Beslagmaakr: stoefer
– Beuman: spook
– Bidon: metalen kruik
– Biekans: bijna
– Biezn: snellopen/koeien
– Bigot: krachtwoord
Uit: ‘Geïllustreerde registratie 900 Westhoekse dialectwoorden’ van Adhemar Vandroemme (2005)
Article Tags:
aasmn · aavereks · affeseern · akkroo · ammevlees · baalje · baamesweere · baans · babbeluute · bachtn · bakkus · ballasson · barriere · basn · bassche · beirejong · bendig · bidon · paardebloemArticle Categories:
naar de bronnen van onze taal

