Om goed te begrijpen wat de bevrijdingsstoet betekende voor de Poperingenaars, schetsen we beknopt de dramatische gebeurtenissen van enkele maanden voor de bevrijding van 6 september 1944. Dit verhaal is kriskras door mekaar geschreven zonder bronnen te raadplegen, zo maar uit mijn geheugen.
Bevrijdingsstoet van zondag 22 juli 1945 – Franz Denys Of lachen met je eigen oorlogsmiserie!! –
Om goed te begrijpen wat de bevrijdingsstoet betekende voor de Poperingenaars, schetsen we beknopt de dramatische gebeurtenissen van enkele maanden voor de bevrijding van 6 september 1944. Dit verhaal is kriskras door mekaar geschreven zonder bronnen te raadplegen, zo maar uit mijn geheugen.
Tijdens de vrijdagmarkt en ook op andere dagen komt de ‘feldgendarmerie’ van Ieper naar Poperinge op zoek naar ondergedoken werkweigeraars. Een jongen werd opgepakt op de Grote Markt. Van een ogenblik onoplettendheid van zijn bewakers maakt hij gebruik om te ontsnappen. Hij loopt langs het Donkergat, loopt de Sint Bertinuskerk binnen, loopt naar de sacristie, vandaar naar het koertje van de onderpastoor, klimt over een muurtje en hij is vrij! De mensen hebben dit gezien en zijn blij dat hij ontsnapt is.
Een Engels vliegtuig is in moeilijkheden en lost lukraak enkele bommen op de stad. Een huis aan de steenweg op Reningelst is vernield en het meisje Frieda Wyckaert gedood.
In Noord-Frankrijk hebben de Duitsers lanceerbasissen voor het afschieten van Vl raketten. Een raket veranderd van richting en valt niet ver van de herberg ’t Vliegende Peerd. Een enorme knal die iedereen doet opschrikken in de stad. Er is wat schade aan enkele huizen maar in de hele omgeving, tot in het centrum van de stad zijn alle ruiten gesprongen.
Een week later, een andere Vl raket belandt in een veld in Reningelst, ontploft niet maar zigzagt over het land en doodt een boer. Martial Lahaye, een jongentje van 6 jaar, op straat spelend, wordt door een Duitse vrachtwagen dood gereden aan het Zwijnland. De Duitse ‘fraulein’ die werken voor de Kriegsmarine, overnachten nu samen in het Talbot House. Voordien waren ze bij de burgers ingekwartierd.
De Duitse SS begint op drie plaatsen met de bouw van installaties voor het afschieten van Vl raketten. Een in het bosje tussen de herberg de Canada en het Couthof, een in het Helleketelbosje en een te Woesten.
Iedere avond marcheert een groep Russische krijgsgevangenen en politieke gevangenen door de stad op weg naar de kampplaats, onder bewaking van SS-ers. De gevangenen zien er moedeloos en afgemat uit. Enkele ontsnappen. Een SS-officier gaat met een speurhond op zoek naar deze ontsnapten, wordt dood geschoten in de bossen van Westvleteren.
Ook zijn speurhond is er aan. Gelukkig zijn er geen represailles van de SS!!! De bezetter reageert niet meer.
Op het einde van juli verblijft Leon Degrelle in ons land. Dokter Sylvère Langbeen, Rexist, nodigt hem uit op een diner. De kokkin die het diner moet klaar maken verklapt dat zodat het ter ore komt van het geheim leger. Zal men een dodelijke aanslag beramen op dit kopstuk? Na beraad zien ze ervan af. De gevolgen en represailles zouden te verschrikkelijk geweest zijn.
Per wijk of straat komen de mensen ’s avonds rond 8 uur bijeen. Ze hebben een Maria-kapelletje geïnstalleerd aan een boom of aan een huisgevel. Ze bidden, vrijwel iedere avond, een tientje van de rozenkrans.
De bakkerij van het Duits leger in de gebouwen van de peperkoekfabriek Maes-Rommens op de Paardemarkt vertrekt. De Italiaanse krijgsgevangenen, die ingekwartierd waren bij burgers in de Casselstraat, zijn reeds weg. Hun vrachtwagen rijdt op houtgas, benzine is er niet, maar hij maakt lawaai van alle duivels. De vrachtwagen bolt op de ijzeren velgen, rubber banden zijn er niet meer. Aan 15 km per uur naar de heimat!
Na het vertrek van de Duitse bakkers is een grote voorraad meel ter plaatse gebleven. Een Duitse ‘feldwebel’ krijgt het bevel dit meel te vernietigen. Hij zoekt echter contact met de burgemeester en vertrouwt hem de hele voorraad toe. Dan vertrekt hij.
Af en toe vliegen Engelse ‘spitfires’ laag boven de stad, wiebelend met de vleugels om de kogels van de Duitse mitrailleurs te vermijden. Van uit het college wordt erop geschoten, gelukkig zonder doel te treffen. Het college wordt nog bezet door de mannen van de Kriegsmarine.
Drommen soldaten trekken door de stad, komende van Cassel gaan ze naar Ieper. Er zijn ook SS-soldaten bij. Het zijn Khirgiezen met spleetoogjes. De aftrekkende soldaten zijn te voet, per fiets, soms per auto, maar meestal met een Normandische boerenkar met paard.
Hebben ze honger? Er is niets te koop in de winkels, tenzij ….. pruimen en ze doen er zich te goed aan!
Poperinge wordt klaar gemaakt voor de verdediging. Op alle straathoeken worden prikkeldraad-versperringen neergepoot. Gelukkig gebruikt men ze niet!
De mensen luisteren veel naar de Engelse radio of de BBC in het Vlaams. Ze willen weten hoe ver de bevrijders nog zijn. Deze komen traag nader. Het meest populaire lied is Lily Marleen. De volwassenen , maar ook de kinderen zingen het met eigen Vlaamse woorden. Het is een echte ‘schlager’. Het gaat over kolen en ‘schlamm’.
Maandag 3 september is een ‘kwade’ dag. Een handgranaat ontploft in een Duitse vrachtwagen aan het kruispunt van de Duinkerkestraat en de Sint Michielsstraat. De gekwetste soldaat wordt naar het gasthuis afgevoerd en sterft er. De Duitsers zoeken naar ‘partisanen’. Ze zetten de straten af.. Burgemeester Van Walleghem is ter plaats en zegt dat er geen partisanen zijn. Het is een ongeluk. De Duitsers trekken verder
De Kriegsmarine steekt de villa van dokter Henri Brutsaert, aan de Ieperse weg, in brand. Ze richt ook veel schade aan in het fabriekje achter het station. Het collegegebouw of delen ervan zouden ook gedynamiteerd worden.
Op woensdag 6 september rijden de bevrijders door de stad. Het zijn tanks van de eerste Poolse geblindeerde divisie. Het is 12.45 u.
Onmiddellijk vormen er zich groepen feestvierders en terzelfder tijd plunderaars. Met een accordeon, de Brabançonne spelend en met een Belgische driekleur verzamelen ze aan de hoek van de Pottestraat en Krombekestraat. Ze trekken naar het huis van Willy Gombert in de Casselstraat. De inboedel, ramen en deuren worden verwoest. Dan trekken ze verder. Ook de huizen van Gery Fagoo en fotograaf Gerber in de Guido Gezellestraat worden verwoest. De lokalen van het Verdinaso, de herberg à a ville de Dunkerque, in de Duinkerkestraat en het VNV, het Vlaams Huis op de grote markt, ondergaan hetzelfde lot.
Rond twee uur sta ik op het kruispunt van de Gasthuisstraat en de Duinkerkestraat. Burgemeester Van Walleghem en enkele rijkswachters, zijn omringd door een menigte feestvierders & plunderaars. Hij poogt deze te kalmeren en de baldadigheden te stoppen. Uit de menigte komt er een antwoord: de Engelse radio heeft laten weten dat de eerste 24 uur van de bevrijding er mag afgerekend worden met de medewerkers van de nazi’s.
Het geheim leger verschijnt, Maurice Baert, Jules Morel, Albert Comette en nog tientallen soldaten. Ze zijn niet bij machte de plunderingen te beletten. Het huis Truwant in de nijverheidsstraat gaat in de vlammen op. De brandweer mag het niet blussen. De kopstukken van het geheim leger installeren zich op het stadhuis. Nemen ze de macht over?
Er ontstaat een discussie tussen burgemeester Van Walleghem en schepen Cassiers enerzijds en het geheim leger anderzijds. Vooral notaris Cassiers verdedigt het stadhuis tegen de pretenties van het geheim leger. Het vertrekt en installeert zich in de rijksmiddelbare school. Er ontstaat nog beroering in mei 1945 wanneer de politieke gevangenen, de overlevenden van de concentratiekampen, terugkeren. Maar het blijft rustig. Alleen wanneer een groepje vrouwen, vrijwillige arbeidsters in Duitsland , terugkeren, ontstaat er rumoer. Ze worden op slagen en scheldwoorden onthaald aan het station. Onder begeleiding van de rijkswacht gaan ze naar huis.
Al die oorlogsgebeurtenissen, bombardementen, branden, jacht op de werkweigeraars, gebrek aan levensmiddelen en kolen, opgekropte spanningen worden samengebald, uitgestald en getoond met een ‘grijnslach’ in de bevrijdingsstoet van 15 augustus 1945.
Maar er komt nog een staartje bij!
Koning Leopold III die te Sankt Wolfgang in Oostenrijk verblijft mag van Achille Van Acker, eerste minister niet terug naar België. De koningskwestie ontstaat! De Poperingse koningsgezinden werken ook mee aan de bevrijdingsstoet. Ze brengen hulde aan Leopold III.
Het is het Sint Stanislascollege die het voortouw neemt. Jan Decoster, leraar van de 4de handel, Engels en tekenen projecteert, met een lichtbeelden-apparaat, een foto van Leopold III op een wit doek en tekent dat na op een bord. Het bord wordt dan vastgesjord op een lichte stootkar op gummiwielen en geduwd door twee zonen van prominente Poperingenaars: Jozef Van Walleghem, zoon van de burgemeester en Louis van Merris, zoon van de vrederechter. Achille Van Acker verbiedt de bevrijdingsstoet! Dit is propaganda voor koning Leopold III. De burgemeester, die verantwoordelijk is voor de openbare orde, gesteund door de hele bevolking, houdt voet bij stuk. De hele stoet gaat uit en doet de ommegang, ook het portret van Leopold III.
Enkele dagen voor 15 augustus komen de rijkswacht en de burgemeester tot een overeenkomst: de stoet gaat uit, inbegrepen het portret van Leopold III en de burgemeester, politie en rijkswacht zijn verantwoordelijk voor de openbare orde.
De ‘clou’ van de hele stoet was de uitbeelding van ‘kop en kont’. Een woordje uitleg over deze Poperingse figuur. Het was een Duits marine-soldaat van een zekere leeftijd. 2 maal per dag reed hij per fiets en met een aanhangwagentje van het college naar het fabriekje aan het station en terug, via de Deken Debolaan, het Rekhof, de Ieperstraat, de Nijverheidsstraat naar het fabriekje. Hij lag meer op zijn fiets dan rechtop te zitten, zodat ge alleen zijn kop en ‘kont’ zag. Het was een figuur geworden te Poperinge! ‘Kop en kont’ was het lachsucces van de stoet!
De groep die de stoet afsloot was de ‘grote drie’: Roosevelt, Churchill en Stalin in een open koets. Als student aan het college, in de 4de latijnse, werd ik aangeduid om mee op te stappen. Ik was fier om aan deze stoet deel te nemen. Een van de vele groepen in de stoet waren de gildevlaggen van Poperinge. Ik droeg dus een gildevlag in de stoet. Deze vlag haalde ik in de herberg ‘onder den toren’bij de Onze Lieve Vrouw kerk en bracht ze na de stoet terug.
Bij de ontbinding van de stoet stond ik in de Sint Janskruisstraat, op het voetpad, aan de overkant van de kerk en vlak voor de ingang er van . Alle groepen uit de stoet kwamen er voorbij en gingen uit elkaar. Opeens sprongen enkele mannen in burgerkledij tussen al deze mensen en liepen zigzag tussen de menigte roepend ‘sureté’, ‘sureté’. Het waren agenten van de Belgische Staatsveiligheid, gekomen op bevel van Achille Van Acker. Ik heb nooit geweten waarom ze dit deden. Er is ook nooit geen rel of twist geweest !
De koppige Poperingenaars hebben Achille Van Acker klein gekregen, niettegenstaande zijn sureté-agenten.
–
Franz Denys – overgenomen uit ‘Doos Gazette’ van 2008 – met dank aan Guido Vandermarliere –


