Lampetn (batavieren)
Langewaaie (waterspook)
Lankwagn (wagenboom)
Lantefantn (treuzelen)
Laptjemette (vervang doopmeter)
Labeurn (grond bewerken met de ploeg)
Lammekloot (sukkelaar)
Lampebeilge (hanglamp met petroleum)
Lampetn (batavieren)
Langewaaie (waterspook)
Lankwagn (wagenboom)
Lantefantn (treuzelen)
Laptjemette (vervang doopmeter)
Laptjepette (vervang dooppeter)
Leekendenat (druipnat)
Leere (ladder)
Leute (plezier)
Liefbaai (onderlijfje)
Lochting (groenetuin)
Loein (teugels)
Loezedraain (kaakslag)
Loezn (borsten)
Logge (stal onder afdak)
Lokkedieze (fopspeen)
Lostr (lummel)
Lottei (zwalpei)
Lukn (nieuwjaren)
Luksches (nieuwjaarwafels)
Lus (scheel)
Luskikn (scheel kijken)
Lusschetinke (scheelkijkende vrouw)
Luttertap (kleine tapkast)
Luusak (deugniet)
Luuzaard (stouterik)
–
Westhoekse dialectwoorden verzameld door Adhemar Vandroemme
Article Tags:
labeuren · lammekloot · lampebeilge · lampetn · laptjepette · leekendenat · liefbaai · lochting · loezn · lottei · lukn · luttertap · luusak · luuzaardArticle Categories:
naar de bronnen van onze taal

