banner
okt 24, 2025
95 Views
Reacties uitgeschakeld voor Spaanse soldaten op komst!

Spaanse soldaten op komst!

Written by
banner

In de Nederlanden circuleert er al een hele tijd vreemd geld. Het gevolg natuurlijk van de massa buitenlandse soldaten die hier rondtoeren. Het gaat meestal om Duitse daalders die een waarde hebben van tweeëndertig stuivers van ons eigen geld. Vanaf mei 1571 komt er een verbod op gebruik van dat Duits geld. De overheid zwaait met grote boetes als er van deze munt gebruik zal gemaakt worden tijdens de meimaand. De mensen morren. Hoe moet het nu verder? Het volk heeft geld maar mag het niet meer gebruiken. De kooplieden en het gemeen zijn woest. Iedereen snakt naar het einde van de maand. Begin juni wordt de maatregel verlengd. Tot overmaat van ramp worden de levensmiddelen met de dag duurder. Het koren. De boter. Begin juli wordt de maatregel verlengd tot het einde van het jaar. Daarbij wordt de waarde van alle Duitse daalders uit 1567, 1568, 1569 en 1570 verminderd tot eenendertig stuivers. Het komt neer op een devaluatie van de Vlaamse munt van drie ten honderd.

De toestand in de Westhoek gaat er snel op achteruit. Het gevaar loert blijkbaar vanuit Frankrijk. Aan de grenzen met Vlaanderen liggen er vanaf juli heel wat soldaten te wachten. Hun bedoelingen zijn niet bekend maar zorgen wel voor heel wat nervositeit bij de plaatselijke bevolking. De landlieden van ter plekke vluchten voor alle zekerheid naar de min of meer beschermende omgeving van Sint-Omer, Ariën-aan-de-Leie, Arras en Bethune. Dat ze naar ginder trekken heeft ook te maken met de wetenschap dat het zeer onveilig is op de Noordzee. Het krioelt er van de zeerovers die ook wel als ‘watergeuzen’ omschreven worden.

1 september 1571. De taks van tien percent treedt in voege. Een belasting op alle commerciële transacties. De Vlamingen hebben het over de tiende penning. Elke verkoop zal moeten geregistreerd worden. De taks geldt over het hele rijk van de Spanjaarden. In zeventien landen worden overal ontvangers aangekondigd. Op 9 september is die belasting in elk geval nog niet in dienst getreden. De maatregel mist zijn effect niet. Handel en nering draaien op lage toeren. Aan de Zale wordt justitie gedaan over een man van zeventig. Een grijsaard van Langemark die weigert om trouw te zweren aan de katholieke kerk en daarom onthalsd wordt. Hij wordt evenwel in heilig grond begraven omdat hij tijdens zijn laatste ogenblikken toch nog snikkend aangeeft dat hij wil breken met zijn alternatieve godsdienst.

Tijdens de eerste week van oktober 1571 komt er weer nieuws over de fameuze tiende penning. De ontvangers komen er aan. Er worden wel enkele veranderingen aangebracht aan de fameuze wet. Goederen die verkocht worden aan het buitenland zullen belast worden met 3,33%. De taks op inlandse transacties wordt teruggebracht naar vijf percent. Er zit daarbij een serieuze adder onder het gras. Ook de verkoop van landerijen, woningen, erven en renten zullen met die twintigste penning belast worden. De bevolking reageert met afgrijzen op de nieuwe taks. Het volk mort dat het de officieren van het leger zijn die tijdelijk zorgen voor de inning van de belastingen en het daarbij niet al te nauw nemen.

De Ieperse poorters steigeren bij de aankondiging dat er een groot leger van Spaanse soldaten op komst is om de veiligheid in de stad te verzekeren. Dat gebeurt op 7 november. Er is sprake van acht vendels soldaten. Er moeten zeventienhonderd slaapplaatsen geregeld worden. Meneer de burgemeester doet het onmogelijke om de vreemdelingen weg te houden uit de stad. ‘Kan het niet met wat minder?’ De baljuw vertrekt naar het hof en keert terug met de mededeling dat het wel degelijk om zo’n bende volk zal gaan.

8-9-10 november 1571. Er heerst hier bij ons een drukte van vanjewelste. Vanuit de schepenkamer volgt het ene gebod na het andere. Nogal wat poorters die van plan waren om vlug de stad te verlaten krijgen een absoluut verbod om dat te doen. Hier blijven is de boodschap. Kamers vrijmaken. Reinigen en poetsen, er voor zorgen dat alles netjes is voor de komst van de Spaanse gasten. Iedereen moet zijn uiterste best doen om ervoor te zorgen dat er geen rellen en ruzies ontstaan en dat de Spanjaarden fatsoenlijk worden opgevangen.

De markt van zaterdag 10 november wordt geannuleerd. Niemand mag er zijn waren komen slijten. De Spanjaarden maken zich klaar om de stad binnen te komen. De poorters krijgen het bevel om de prijzen van het koren, de haver, appelen, fruit en warmoes niet op te slaan. Dat geldt ook voor de veemarkt. De schepenen zullen niet aarzelen om de prijzen indien nodig te corrigeren. De bakkers, vleeshouwers en brouwers moeten zorgen voor voldoende materiaal. Er mag aan niets gebrek zijn. Aan de lakenhalle verschijnt nog een extra gebod dat de Spaanse gasten wekelijks moeten voorzien worden van verse servetten, een dweil en schone lakens. De mannen moeten voldoende huisraad ter beschikking krijgen om zelf hun potje te kunnen koken.

En dan is het door de bevolking zo gevreesde moment aangebroken. De intocht van de Spanjaarden wordt door jong en oud met de nodige angsten gadegeslagen. Ook ten huize van Hernighem zijn we er niet gerust in. Lizelot is hoogzwanger en we stellen ons natuurlijk de vraag in welke wereld ons derde kind terecht zal komen. Clarisse en Martine, respectievelijk tien en zeven jaar horen op school de wildste verhalen over de komst van de Spanjaarden. De laatste dagen heeft Martine last van nachtmerries en moeten we haar toch wel een beetje sussen. De komst van deze vreemdelingen is voor de poorters hier in Ieper toch wel een behoorlijke stap in het onbekende. Het zal nu niet lang meer duren voor onze angstgevoelens realiteit zullen worden.

De vreemd ogende soldaten verzamelen zich nu in de omgeving van de Torhoutpoort. Rond de stad hebben ze dan al lelijk huis gehouden bij de buitenbevolking. Sinds hun aankomst vier dagen geleden hebben ze de landlieden verplicht om te zorgen voor wijn en vis. Rond 13u30 begint hun intrede door de Torhoutpoort. De imposante colonne marcheert een lange tijd binnen in rijen van vijf. Alle soldaten voorzien van vervaarlijke hagelgeweren, haakbussen, en goud-groen glimmende harnassen.

De vendels blijven maar toestromen. Ze sleuren grote voedselvoorraden met zich mee. Het geluid van hun bruine laarzen weerklinkt door de Cauwertijnstraat en de Auwerstraat. Een hol klinkend gedreun dat zindert op de vierkante straatstenen en eindigt aan de grote markt waar de vreemdelingen zich in slagorde opstellen. Wel dertig rijen dik. Een bizar beeld. Om hun entree hier in de stad nog te accentueren vuren al die soldaten allemaal samen één schot af. Het geluid is gruwelijk om aan te horen.

Wat zullen we met deze vreemdelingen beleven? Ik mag er niet aan denken. Nadat ze plaats hebben geruimd van de markt komen hun wagens nu aangereden. Hele zwermen vreemdelingen lopen onze stadspoorten binnen. Spaanse gezinnen, vrienden van de soldaten. De rest van de namiddag blijven ze maar aanspoelen. Tot driehonderd per poort. Gevolgd door wagens en karren telkens geflankeerd door wel honderd hellebaardiers. De soldaten van twee vendels nemen meteen de wacht van de stad op zich. De anderen beginnen aan hun zoektocht naar een geschikte slaapplek.

Ze krijgen allen een door griffier De Codts getekend biljet. En daarmee gaan ze op zoek naar hun lokale gastheren. Dat zijn onze mannen, vrouwen, families die geen woord Spaans kennen en wel duizend doodsangsten uitstaan met al die verschrikkelijke allochtonen en hun onbekende wapenuitrusting en kledij. Wat een cultuurschok toch. Elk geeft zijn gasten de nodige voedingsmiddelen, bekijkt hen met scheve ogen vol wantrouwen. De voorbije dertig jaar is deze stad nooit zo erg overladen geweest met vreemde charlatans. Ieper lijdt onder de Spanjaarden.

Het lukt in geen geval om zonder kleerscheuren door die eerste week te geraken. De soldaten hebben het echt moeilijk om zich aan hun orders te houden. Hun bevelhebbers zitten met de handen in het haar en halen er een commissaris van het Hof bij. Die bestudeert ter plekke de heersende logistieke problemen en kan alleen maar vaststellen dat deze stad niet bij machte is om acht vendels op te nemen.

Dit is een fragment uit Boek 8 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 8
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.