De zeven namen van onze dagen zijn vermoedelijk de woorden die door ons mensen worden […]
In 1468 wordt Vlaanderen geteisterd door valse reeuwers die profiteren van de pest om overal […]
De geboorte van de nieuwe graaf. De erfopvolger. En deze keer geen immigrant. Een kind […]
Ook zo’n bizar onderwerp is de term ‘zegeningen’. Als je daarover nadenkt dan is het […]
Jij bent geboren op een avond, kind, geboren onder ’t ruischen van de bomen; er […]
Aan allen gelijkheid op het kerkhof Hier, in ’t somber dodenrijk, Is eenieder mij gelijk; […]
Leert niet ossan te vinden wat da’j geiren ziet, moar geiren te zien wat da’j […]
Gelijken aan Het is een kuiken van de oude haan. ’t Iz e kieëk’n van […]
De maanden van het jaar en het leven van de mens Een schrijver uit de […]
Levenswijsheden uit de jaren 30 Van de mensen die doen en laten wat ze willen, […]
De vuurdood heeft gedurende de eeuw van de hervorming een technisch aggiornamento doorgemaakt. Een handleiding […]
Verleden jaar stonden we hier allemaal op dezelfde plek rond de kiosk ter gelegenheid van de bruiloft van Camielten en Sidonieken. ’t Was een schoon feest met vele plezier en leute. Achteraf zijn ze gaan huizenieren in de patronage. Ze moeten ’t daar goed gesteld hebben, want kijk, een jaar daarna en ze staan hier weer met een ZOON!
Onder grijze haren schuilen
dikwijls blonde gedachten.
Ieper, de 13de januari 1887, dus ruim een maand geleden, speelden, volgens het schijnt, in het klooster der Zwarte Zusters alhier, enige kinderen gans alleen in een bovenkamer rond een open vuur.
Bij het lezen van ‘Tooveraars en Zwarte Katers’ komt mij een historietje te binnen, authentiek waar gebeurd. Mijn moeder was geboortig van ’t Ruiseleeds Veld, en achter haar huis lag een kleine terp, door de mensen van het gehucht ‘den Berg’ genaamd.
Woensdag, 1 juli om 7 uren ’s morgens, heeft Karel-Lodewijk Kastelyn, te Ieper, de schelmstukken geboet voor dewelke hij door het assisenhof van West-Vlaanderen was ter dood veroordeeld geworden.
Deze Diederik De Curte, deze zoon zo gelukkig ter wereld gekomen op het ogenblik dat zijn vader met plezier een onbekende arme vreemdeling gastvrijheid aanbod, huwde met de dochter van de heer van Boezinge en dan dan af is het edel en ridderlijk geslacht van De Curte afgestamd, dat dikwijls hoge ambten van het land bekleed heeft en in de zeventiende eeuw uitgestorven is.
O’je ter wèreld komt zy’j kleëne
bykan’ blend en bloöt.
En ’t deurt froai lange voö da’j kut
up eigen voeten stoan.
è goat nie up mijn hoofd schijt’n
è wild è bitje te veel up zijn hoofd zett’n
je moe’s è kee zien loop’n mit heur’n kop in de lucht
Iedere man die trouwen wil, moet zich de volgende vragen stellen:
Geeft olles aan è zwien da knort en an è kind da bleit en ge kriegt è goe zwijn en è slicht kind.
–
Nen olven woarheid is nen groot’n leugen.
–
O’j geen reden weeit om merci te zeggen tegen entwie ligt de foute misschiens wel bie joen.